SAMBAL GORENG UDANG

Doorgaans eten Indonesische mensen niet op gezette tijden en zeker niet gezamenlijk aan tafel. Men helpt zichzelf en pakt van het eten dat 's morgensvroeg bereid is. Mensen die op de rijstvelden of elders buitenshuis werken nemen hun eten mee in een rantang, gestapelde etensbakjes in een drager. Wel wordt er gezamenlijk gegeten bij bepaalde, vaak feestelijke gelegenheden. Men zit op de grond op matten. De rijst en de gerechten worden in het midden gezet en iedereen pakt naar zijn gading. Het wordt als grof beschouwd het bord al direct bij de eerste keer vol te laden. Een beetje rijst met wat bijspijs is voldoende: Er is immers volop gelegenheid om een tweede keer en zelfs een derde keer op te scheppen. Ik had eens het voorrecht uitgenodigd te worden voor zo'n maaltijd. Het was een gezellige gebeurtenis en ik was onder de indruk van de beschaafdheid en de elegantie waarmee gegeten werd. Geen kwestie van volladen, prakken of morsen. Al keuvelend schepte men bescheiden porties op en ik besefte toen dat met de vingers eten vele malen eleganter kan zijn dan met bestek. Wat een westerling wel zou schokken is het feit dat met open mond eten en boeren daar volledig normaal is. 's Lands wijs, 's lands eer. Een gerecht dat ik bij die gelegenheid verrukkelijk vond is sambal goreng udang, een pittige garnalenschotel. Maak van ui, knoflook, rode pepers (pitten verwijderen), laos, suiker en zout een brij. Fruiten in olie tot de uien geel zijn. De garnalen toevoegen en meebakken tot ze van kleur veranderen. De petehbonen, asemwater, santen, sereh en de bladeren erbij doen en stoven tot de olie boven komt drijven. Serveren met warme, witte rijst.