Papoea's

De door NRC Handelsblad onthulde `geheime instructie' van de Indonesische commandant Soemarto (mei 1969) is één van de zich opstapelende bewijsstukken dat de raadpleging van de Papoea's in 1969 een farce is geweest (NRC Handelsblad, 4 maart).

Het is daarom nu al duidelijk dat het onderzoek naar de soevereiniteitsoverdracht van Nieuw Guinea, op 9 december vorig jaar toegezegd door minister Van Aartsen, zal moeten leiden tot politieke actie. Eind vorige maand heeft het reeds historische Grote Papoea-Beraad – de eerste grote bijeenkomst die sinds het vertrek van de Nederlanders in 1962 werd toegelaten door Indonesië – geconcludeerd dat de raadpleging een schending was van het verdrag van New York en dus geen rechtsgeldige basis vormt voor de inlijving bij Indonesië.

Na 37 jaar repressie en discriminatie door de `winnaar van de volksraadpleging', zullen de Papoea's geen genoegen nemen met excuusdiplomatie. De schertsvertoning in 1969 speelde zich af in een wereld die gedomineerd werd door het Koude-Oorlogdenken en de `domino-theorie'. Anno 2000 zou geen van de toenmalige samenzweerders (Nederland, VS, Australië of de secretaris-generaal van de Verenigde Naties) een dergelijke frauduleuze volksraadpleging en schending van een internationale overeenkomst tolereren.

Ook Indonesië lijkt met het aantreden van Gus Dur een einde te maken aan het sjoemelen met spelregels en uitkomsten. Er is een historische fout begaan jegens het volk van West-Papoea en de internationale gemeenschap kan alleen geloofwaardig verder gaan onder de banier van de VN als dit orgaan haar eigen misstappen erkent en herstelt. De internationale gemeenschap dient haar verantwoordelijkheid te nemen door het resultaat van de schertsvertoning in 1969 ongeldig te verklaren en de inwoners van West-Papoea een nieuw referendum aan te bieden volgens de normen van het internationale recht inzake dekolonisatie.