Op de thee bij de koningin

Drie volksvertegenwoordigers, drie dagboeken. Daniël van Eck ging op bezoek bij koning Willem III. Alan Clark liet zich beëdigen door koningin Elizabeth en Marjet van Zuijlen ging op de thee bij koningin Beatrix. De bezoeken zijn op verschillende plaatsen en in verschillende tijden gesitueerd, maar de verplichtingen spelen zich alle drie in de categorie audiënties af.

Van Eck was de eerste die na afloop het volgende verhaal in zijn dagboek noteerde.

Hij was oud-minister Jolles tegengekomen, die hem vertelde dat de koning de minister van Justitie de opdracht had gegeven de burgemeester van Apeldoorn te laten ophangen. Waarom ophangen? wilde de minister van Justitie weten. ,,Omdat hij majesteitsschennis heeft gepleegd'', was het antwoord van de koning.

Zonder toelichting vond de minister dat wat weinig informatie. Wat had die burgemeester dan misdaan?

Hij had een lakei die na sluitingstijd nog in een café was aangetroffen voor het kantongerecht gedagvaard en die dagvaarding laten betekenen in het paleis van de koning.

De minister van Justitie bracht de koning beleefd onder ogen dat zoiets hooguit een onbetamelijkheid was, maar geen strafbaar feit.

De koning, die de minister op zijn woord geloofde, bedacht onmiddellijk een alternatief.

,,Zeg hem dan dat ik hem zes jaar tuchthuisstraf geef.''

Alan Clark moest op het paleis door de koningin beëdigd worden als lid van de eeuwenoude geheime kabinetsraad. Aan zo'n plechtigheid gaat oudergewoonte een technische generale repetitie vooraf, waarin ministers vormaanwijzingen krijgen welke en hoeveel passen ze moeten maken om bij de koningin te komen, hoe ze moeten buigen en hoe ze zonder hun evenwicht te verliezen zich achterwaarts uit de voeten moeten maken.

Voor Clark, die graag de draak stak met alles wat in rituelen was vastgelegd, het liefst met antieke voorschriften waarvan niemand de betekenis snapte, was het de dag van zijn leven, al begon die met een zeker ongemak. Vergeten naar de wc te gaan, terwijl hij nodig moest. Oh dear!

Manieren hoefden de minister van Defensie niet te worden bijgebracht, want de Clarks behoorden tot de `landed gentry' en hun familiepapieren waren ouder dan die van de koningin. Maar een aanwijzing hoe hij moest knielen en tegelijkertijd de bijbel moest vasthouden, zonder in de schoot van de koningin te vallen, kon hij wel gebruiken.

De nooit van zijn stuk te brengen politicus en dagboekschrijver was vastbesloten van de eerste tot de laatste minuut van de poppenkast te genieten.

Hij sloot de rij van ministers, zodat hij het geheel goed kon overzien en niets voor zijn dagboek zou missen. Veel belangwekkende conversatie zou er niet te noteren vallen, maar van wat er verder te zien was zouden de lezers mogen meegenieten. Het bureau waaraan de koningin zat, het interieur van de paleiszaal, de bloemen. Alles even vreselijk! In twee woorden drukte de zoon van de beroemde kunsthistoricus baron Kenneth de prijs van de schilderijen aan de wanden. ,,Indifferent pictures''.

Clark repeteerde: na de aankondiging eerst de pas inhouden. Dan buigen. Op de monarch toelopen. Weer buigen. De hand van de koningin aanraken, uiterst licht. Teruglopen als in een film die wordt teruggespoeld. Krabsgewijs de rij van de collega's zien terug te vinden, zonder over een pers te vallen.

De minister maakte geen brokken. Hij kuste de hand van de koningin (,,streek haar hand met mijn lippen aan''), haalde de evenwichtsproef en bleef zonder mankeren op de been. Hij maakte al een achterwaartse beweging, maar een in zijn richting geworpen kuchje van een afroeper in een fluwelen jas gaf hem te verstaan dat er nog een eed kwam (`Blast. fuck, etc.'). De eerste was de eed van trouw aan de grondwet en de koningin geweest, de tweede was de eed van zuivering. De man in de fluwelen jas maakte een gebaar om de bijbel opnieuw omhoog te steken. ,,Hij begon nu een zeer lange passage voor te lezen, waarvan de essentie was, voorzover ik kon opmaken, dat ik zou beloven absolute geheimhouding in acht te nemen, zelfs, en vooral, ten aanzien van collega's over wie ik onaangename dingen mocht horen.''

Bijeenkomsten van de Privy Council worden besloten met een nazitje, dat volgens het eveneens eeuwenoude gebruik met beuzelpraat (,,Small, very small, talk'') gevuld wordt. ,,Het was niet voor het eerst'', schreef Clark in zijn dagboek, ,,dat ik mij afvroeg of de koningin werkelijk zo saai en wezenloos is. Of zou zij denken, `Hoe kunnen mensen ooit zo iets saais en wezenloos als het ministerschap begeren?' Of is zo'n beëdiging voor haar, na veertig jaar, zo vervelend en met zoveel déjà vu omgeven dat ze eigenlijk veel liever in haar stallen zou willen zijn om haar paarden te strelen? Ik neem aan dat ze er een ander gevoel over zou hebben als ze werkelijk macht zou hebben. En toch heeft ze macht. Daar laat de constitutie geen twijfel over bestaan. Als ze het wil kan ze zo een eind maken aan de uitkeringen uit de staatskas voor haar lelijke nakomelingen, belasting over haar privé-vermogen betalen en zich verzekerd weten van de algemene instemming.'' Clark is vorig jaar overleden. Helaas zullen er geen nieuwe dagboeken meer van hem uitkomen.

Wij moeten het doen met Marjet van Zuijlen, secretaris van de Tweede-Kamerfractie van de PvdA, die een bezoek aan het paleis in haar veelbesproken politieke dagboek op de volgende wijze samenvatte. ,,Het presidium van de Tweede Kamer mag op bezoek bij de koningin. De Kamervoorzitter kletst gezellig met Hare Majesteit. Er zijn koekjes en er is witte wijn. Meer mag ik er geloof ik niet over zeggen.'' Het schijnt dat schrijfster en uitgever van plan zijn nog vele delen te laten volgen.