Ontslag in mediaruzie Hongarije

De sluimerende mediaoorlog in Hongarije heeft zijn eerste slachtoffer geëist. Procureur-generaal Kálmán Györgyi stapte gisteren op. Het ontslag werd algemeen verwacht nadat de procureur-generaal vorige week felle kritiek leverde op de gang van zaken bij de benoeming van een raad van toezicht voor de Hongaarse staatsradio.

Volgens de mediawet hadden de acht plaatsen gelijkmatig verdeeld moeten worden tussen de centrum-rechtse regeringspartijen en de oppositie. Er ontstond echter onenigheid tussen de oppositiepartijen toen de extreem-rechtse MIÉP (Partij van Waarheid en Leven) een extra zetel ging opeisen. De centrum-linkse oppositie verliet uit protest het parlement, waarop de voorzitter van het parlement een onvolledige raad van toezicht benoemde met uitsluitend leden uit regeringspartijen.

De benoeming van de raad van toezicht voor de Hongaarse staatstelevisie, vorig jaar, verliep ook niet vlekkeloos. Ook daar kregen de centrum-rechtse regeringspartijen een onevenredige vinger in de pap, hetgeen de Hongaarse regering op kritiek kwam te staan van de Europese Unie.

De leider van de grootste oppositiepartij, de sociaal-democraat Lászlo Kovács, noemt het ontslag van Györgyi een dramatische waarschuwing aan de Hongaarse rechtstaat.

Achtergrond van de mediaoorlog is de strijd om de publieke opinie. De centrum-rechtse regering die ruim anderhalf jaar geleden aan de macht kwam, voert een keiharde campagne tegen alles wat riekt naar links en naar het vroegere communistische systeem.

Procureur-generaal Györgyi trad aan kort na 1990. Hij wordt gezien als één van de architecten van de nieuwe rechtsstaat.