Omstreden karakter vol charme en venijn

In de verkiezingscampagne heeft het Amerikaanse volk John McCain leren kennen als een innemende man, die vlijmscherp uit de hoek kan komen. Niets nieuws voor zijn Senaatscollega's. Laatste van vier portretten.

De charme van John McCain is even legendarisch als zijn arrogantie. Zijn zelfspot is even scherp als zijn hatelijkheden. En zijn aanhangers zijn even gepassioneerd als zijn tegenstanders. Geen van de Amerikaanse kandidaten heeft zo'n omstreden karakter als de man die zegt dat de kiezers hun president op karakter moeten selecteren.

McCain kent de waarde van een goede grap. Een jaar geleden was hij een van de sprekers op het zogeheten Gridiron-diner, een jaarlijkse festiviteit waar de alle leden van de Washingtonse incrowd, van de president tot televisiesterren, de spot drijven met elkaar en zichzelf. McCain, over wiens kandidatuur toen nog slechts gespeculeerd werd, verscheen op het podium met een complete prijzenkast aan nep-medailles op zijn borst. Hij verklaarde dat hij de ideale man was om president te worden, omdat hij ,,een echte oorlogsheld'' was en bovendien ,,zo'n ongelooflijk bescheiden kerel''. Onder bulderend gelach sneed hij zijn gruwelijke ervaringen als krijgsgevangene in Vietnam aan. ,,Toen ik in mijn cel in Hanoi lag, mijn benen gebroken door mijn ondervragers, hield maar één gedachte me in leven: dat ik ooit thuis zou komen om de regels voor de financiering van verkiezingscampagnes aan te pakken.'' McCain oogstte behalve grote hilariteit ook diepe bewondering. Wie zichzelf zo kan relativeren kweekt niet alleen veel goodwill, hij neemt ook iedereen die hem wil bespotten of de les wil lezen bij voorbaat de wind uit de zeilen. Dat McCain de toespraak had laten schrijven door de humorist Christopher Buckley, deed nauwelijks iets af aan zijn triomf.

Sinds die avond in maart 1999 heeft McCain een jaar lang campagne voor het presidentschap gevoerd als held van de Vietnam-oorlog, met op de achtergrond een grote foto van zijn jongere zelf in uniform. Doorgaans wordt hij ingeleid door sprekers die hem bewogen aanprijzen omdat hij een echte oorlogsheld is en bovendien zo'n ongelooflijk bescheiden kerel. Deze moedige veteraan is de man die het presidentschap weer op een eervolle manier kan vervullen, is de boodschap.

Pas gisteren waagde een van zijn critici het om vast te stellen dat McCain zijn heldendom wel wat erg schaamteloos uitbuit. In de conservatieve Wall Street Journal schreef commentator Mark Helprin: ,,Het is niet eervol om je eer uit te venten, aan te bieden als wisselgeld en te noemen in iedere zin.'' Helprin beschuldigde de oorlogsheld zelfs van verraad, omdat hij zijn partij zou opofferen aan zijn eigen ambities.

Bij veel senatoren is de rake zelfspot van McCain al langer uitgewerkt. Niet voor niets steunen maar vier van zijn 54 Republikeinse collega's in de Senaat zijn kandidatuur. De meesten kennen de onaangename kant van McCain, die ze hem vaak nog kwalijker nemen dan zijn afwijkende standpunten. McCain heeft doorgaans weinig geduld met collega's die zijn mening niet delen. In zo'n geval speelt hij direct op de man. Toen de jonge Democratische senator Russell Feingold uit Wisconsin eens een voorstel indiende om af te zien van de bouw van een nieuw en kostbaar vliegdekschip voor de marine, informeerde McCain op hoge toon of de man ooit aan boord van een vliegdekschip was geweest. Het was een vraag naar de bekende weg, de collega was zelfs niet in dienst geweest. Maar het was een te mooie kans om te laten liggen voor McCain, die zelf in 1967 als oorlogspiloot in de Zuid-Chinese Zee aan boord was van het vliegdekschip Forrestal toen daar een brand uitbrak die 134 man het leven kostte. Een paar maanden later werd McCain neergeschoten boven Hanoi, waar hij vervolgens vijfeneenhalf jaar zwaargewond gevangen werd gehouden.

Dit hoefde McCain zijn jongere collega niet te vertellen, want in politiek Washington kent iedereen zijn levensgeschiedenis. Maar hij peperde hem het verschil in militaire ervaring wel even goed in. Ga maar eens kijken op een vliegdekschip, voegde hij de senator drie keer achter elkaar toe. En alsof de vernedering nog niet groot genoeg was suggereerde hij dat de man te rade zou gaan bij Colin Powell, ,,die, zo kan ik mijn vriend uit Wisconsin vertellen, een generaal van de strijdkrachten is''. Als uitsmijter beriep McCain zich nog op het oordeel van mensen met militaire ervaring ,,die hun leven op het spel hebben gezet voor dit land''. Bescheiden als hij is doelde hij natuurlijk ,,niet op deze senator, maar op anderen''.

Met zijn charme, scherpe tong en vechtersinstinct heeft McCain zich in het Congres een sterke, onafhankelijke positie verworven. Als lid van het Huis van Afgevaardigden was hij in 1982 een van de weinige Republikeinen die een Amerikaanse vredesmissie in Libanon niet wilden verlengen, ondanks druk van president Reagan. Toen een autobom een maand later een Amerikaanse kazerne in Beiroet verwoestte, kreeg McCain achteraf gelijk. Jaren later toonde hij zijn onafhankelijkheid door niet te luisteren naar zijn partij en naar organisaties van veteranen, maar president Clinton te steunen in zijn toenadering tot de voormalige oorlogsvijand Vietnam.

Naarmate de campagne de afgelopen weken bitterder werd, heeft het publiek minder van de innemende, en meer van de venijnige McCain gezien. Zijn tirades tegen het politieke establishment werden steeds scherper, politici die de financiering van campagnes niet willen hervormen noemt hij corrupt, zijn rivaal George W. Bush vergeleek hij met Clinton en de leiders van christelijk rechts noemde hij makelaars in onverdraagzaamheid en zelfs krachten van het kwaad, al nam hij die laatste aanduiding terug omdat het een slecht begrepen grap zou zijn.

De kiezers lijken wat overdonderd door zoveel bitterheid. McCains collega's in de Senaat herkennen waar ze in een zwakkere vorm al vertrouwd mee waren. Mocht McCain zijn ,,kruistocht'' (zoals hij het zelf noemt) vandaag of de komende weken zien stranden, dan zullen ze hem minzaam glimlachend opnieuw welkom heten in hun midden.

DOSSIER www.nrc.nl