Multicultureel 3

In zijn column van 17 februari stelt Mark Kranenburg dat minister Van Boxtel de eer toekomt dat hij het taboe op Nederland immigratieland doorbroken heeft en dat het CDA Tweede-Kamerlid Maxime Verhagen bestond dit te kwalificeren als een bizarre uitspraak. Als we maar allemaal eerder zo dapper waren geweest als Van Boxtel dan hadden we nu geen multicultureel drama, lijkt Kranenburg te verzuchten en dat we dat niet gedaan hebben is te wijten aan politici als Verhagen.

Ik heb het als een bizarre uitspraak betiteld dat Van Boxtel de suggestie wil wekken dat wij naast politieke vluchtelingen ook migranten zouden moeten toelaten, terwijl wij al moeite genoeg hadden en hebben de buitenlanders die in ons land komen, fatsoenlijk te laten integreren. Ik heb gezegd dat het beter was dat Van Boxtel ging doen waar hij voor was ingehuurd: zorgen voor een fatsoenlijk integratiebeleid. Dat dat nu nog steeds niet van de grond is gekomen, moge onder meer blijken uit het artikel van Paul Scheffer in deze krant van 29 januari.

Ik blijf het bizar vinden dat een kabinet roept dat wij immigratieland zijn, maar tegelijkertijd volstrekt onvoldoende doet aan de enorme taalachterstand en de blijvende segregatie. Een paars kabinet dat zelfs anno 2000 denkt, dat wij de integratie bewerkstelligen door geen of onvoldoende eisen te stellen aan het verwerven van de Nederlandse nationaliteit, zoals afgelopen week weer bleek bij de behandeling van de Rijkswet op het Nederlanderschap.Ik vind het inderdaad een bizarre uitspraak als hetzelfde kabinet meent dat de eis van de CDA fractie inzake beheersing van de Nederlandse taal als onaanvaardbaar van de hand moet worden gewezen.

Kennis van de taal, mondeling en schriftelijk, is een volstrekt redelijke eis. Een eis in het belang van de samenleving én van de nieuwe Nederlanders, die vaak toch al zo'n achterstand hebben. Een parlement dat meent dat zulke eisen kunnen worden gemist, kent de eigen samenleving onvoldoende. Het is ziende blind en horende doof.