Levende doden

Vanavond gaat in de CinemaxX in Berlijn, aan de pas herrezen Potsdamer Platz, de film Marlène in première – een weelderig aangekleed relaas over leven en werken van Marlene Dietrich. De diva, die in 1992 op hoge leeftijd overleed, wordt gespeeld door de Duitse actrice Katja Flint die blijkens de eerste reacties haar uiterste best heeft gedaan de taxerende blik en de onderkoelde erotiek van haar grote voorbeeld te evenaren.

Maar dat kan ook eenvoudiger. Sinds kort brengt de snel groeiende firma Virtual Celebrity Productions, een dochteronderneming van Global Icons in Los Angeles, een geheel nieuwe Marlene Dietrich op de markt. Zij is in de computer opgebouwd uit een combinatie van filmbeelden van de echte Dietrich en opnamen van een model dat alle gewenste mouvementen kan uitvoeren. Weliswaar ziet de kloon er nu nog ietwat synthetisch uit, maar VCP verzekert dat de resultaten nog dagelijks worden verbeterd. De mond kan al levensecht bewegen, zegt men, en dus kan de namaak-Dietrich straks elke tekst uitspreken die men van haar wil horen. Ook elke reclametekst.

Virtual Celebrity Productions heeft de exploitatierechten verworven van Peter Riva, kleinzoon van de ster, die zijn oma een geheel nieuwe loopbaan wil laten maken. ,,Binnen tien jaar is ze weer volledig tot leven gebracht'', zei hij in de Los Angeles Times. ,,Dietrichs carrière is voor de komende 300 jaar verzekerd.''

Global Icons werd in 1997 opgericht door Jeffrey Lotman, telg uit een rijke vleesverwerkersdynastie, die zijn aandelen in het familiefortuin verkocht na het zien van de film Forrest Gump. Toen hij daarin zag hoe de hoofdrolspeler via manipulatie met archiefbeelden de hand schudde van John F. Kennedy, meende hij dat het ook mogelijk moest zijn de vermoorde president geheel opnieuw in beweging te brengen. Het bedrijf heeft daarop de rechten verworven van een groot aantal beroemdheden uit vroeger tijden. Kennedy staat (nog) niet onder contract, maar wel vedetten als Natalie Wood, Bing Crosby, Clark Gable, W.C. Fields, Sammy Davis jr, James Cagney en Burt Lancaster. Laatst is zelfs de eerste levende aan het lijstje toegevoegd: de nu 96-jarige komiek Bob Hope. Hun klonen zullen, naar Lotman hoopt, volop aftrek vinden bij film- en reclamemakers.

Er bestaat echter nog veel onduidelijkheid over het commerciële hergebruik van beroemde doden. Volgens het vakblad The Hollywood Reporter loopt de wetgeving zelfs binnen Amerika per staat uiteen. De ene keer mag straffeloos een foto van een gestorven vedette worden gebruikt in een advertentie, zodra men de maker van die foto heeft betaald, en een andere keer wordt zo'n adverteerder prompt met schadeclaims bestookt door een onverhoeds opgedoken rechthebbende. Het kan een terrein vol voetangels en klemmen zijn, aldus het blad: ,,De conflicterende jurisdictie over de exploitatie van het imago van een persoonlijkheid is inderdaad gecompliceerd.''

Intussen raast dezer dagen ook de in 1980 gestorven filmacteur Steve McQueen weer over het scherm. Door een slimme montage van de achtervolgingsscène uit zijn film Bullitt ontstaat de indruk dat de stoere McQueen tegenwoordig een Ford Puma bestuurt. In dit geval hebben 's mans erven toestemming gegeven.

De nieuwe kloontechniek van Global Icons zal het teruggrijpen naar de oude roem vast en zeker extra stimuleren. Maar nu al is het gebruik van bestaande beelden aan de orde van de dag. Een jaar geleden publiceerde het bureau The Celebrity Group, dat eveneens bemiddelt in postume exploitatierechten, een rangorde van de meest gebruikte overledenen. Marilyn Monroe eindigde daarin bovenaan, gevolgd door Albert Einstein, Humphrey Bogart, Groucho Marx, Steve McQueen, Audrey Hepburn, Sammy Davis jr, Betty Grable, Al Jolson en Mae West. Binnenkort zal wellicht ook Marlene Dietrich hoog scoren. (www.virtualceleb.com)