De Vallei

Languedoc. Val de l'Orb. Op de heuvels donkergroene pruiken van steeneik en buxus. Daartussen kale plekken van winterse kastanjebossen. De hellingen tot beneden toe gerasterd met wijnstokken.

De vallei is vruchtbaar. Roodbruine aarde met de smaak van pure klei. Op het vlakke deel boomgaarden. Daartussen witstenen pomphuisjes van waaruit zich een stelsel van open irrigatiekanalen vertakt. Langs de Orb sieren essen, wilgen en peppels zich met lichtgroen, zachtgeel en roze en krijgen volume.

Op het ruisen van de rivier en het zingen van de vogels na, geen enkel geluid. Of het moest het treintje naar Béziers zijn dat een paar keer per dag over een hoog, op bogen rustend viaduct, het water oversteekt en in de schemering als een lichtende slang, horizontaal langs de heuvels kronkelt.

In de avond veranderen de heuvels achter de heuvels in decorstukken die de vallei naderen. Nog later één donker decor dat rondom het dal staat. De nachten helder. De croissant van de maan omringd door sterren.