De nieuwe bondscoach moet een Egyptenaar zijn

Toen titelverdediger Egypte vorige maand in de Africa Cup werd uitgeschakeld, waren de dagen van bondscoach Gerard Gili geteld. Deze week werd de Fransman ontslagen. `Gili c'est fini', juichte de Franstalige krant Le Progrès Egyptien. De natie is opgelucht.

,,Natuurlijk is voetbal geen zaak van leven of dood'', betoogde het Egyptische jongerenblad De Krokodil bij het begin van de competitie. ,,Het is veel belangrijker!'' En inderdaad zijn er weinig zaken die de Egyptische natie zo beroeren als voetbal. Dag en nacht is de hoofdstad Kairo een heksenketel van toeterend, grommend en brommend verkeer. Maar als de grasmat wordt betreden door `de Farao's', zoals de nationale trots liefkozend wordt genoemd, daalt een bijna onheilspellend stilte neer over de stad van 20 miljoen. Koffiehuizen met krakkemikkige tv-toestelletjes puilen uit, adverteerders betalen letterlijk fortuinen voor de vele reclame-onderbrekingen.

Overigens streng-sobere fundamentalistische kranten durven de slag met de concurrentie niet aan zonder omvangrijke sportkaternen. Toen Ruud Krol midden jaren negentig bondscoach van Egypte was, verschenen bijna dagelijks ellenlange reportages over hem in de krant: ,,Ruud Krol gaat naar de markt'' en ,,Ruud Krol prijst Egyptisch voetbaltalent.''

Met zoveel aandacht en passie werkt voetbal in Egypte vaak als uitlaatklep voor maatschappelijke frustraties. De omgang met de kwestie wie het nationale team moet leiden, laat zich bovendien lezen als een handleiding `politieke besluitvorming in Egypte in het kort'. Want voetbal in Egypte is politiek. Na het verlies tegen Tunesië gelaste niemand minder dan president Mubarak een spoedzitting van de de Speciale Parlementaire Commissie voor het Nationale Elftal. Deze moest `het nationale schandaal' tot op de bodem uitzoeken. Resultaat: Exit Gili.

De Egyptische media reageerden gisteren triomfantelijk op het ontslag. ,,Het is nu overduidelijk dat buitenlandse coaches ons niet van nut kunnen zijn'', schreef Samir Ragab in het hoofdcommentaar van de vooraanstaande krant al-Gumhuriyya. Ragab is een vertrouweling van de president, en maakt zich normaal druk over kwesties als het vredesproces, de betrekkingen met Israel of de verkiezingen in de Verenigde Staten. ,,We moeten eerdere mislukkingen met trainers uit het buitenland nooit vergeten,' verwoordde Ragab de publieke opinie van dit moment, ,,zoals met de Duitser D. Wiesa (Dieter Weise, red.), de Nederlandse coach de Raoter (Nol de Ruiter, red) en zijn landgenoot Rode Kroll (Ruud Krol, red.). De nieuwe coach moet een pure Egyptenaar zijn.''

De roep om een Ibn al-Balad, een `Zoon van het land' als bondscoach, is weer illustratief voor het korte termijn geheugen van de Egyptische publieke opinie, en de wijdverbreide neiging problemen toe te schrijven aan `buitenlandse krachten'. Nog maar een half geleden werd het nationale team met 5-1 vernederd door Saoedi-Arabië. Na de match eisten woedende menigten in Alexandrië en Kairo strafrechtelijke vervolging van coach en spelers, wegens `criminele nalatigheid'. Egyptenaren hebben een enorme hekel aan Saoedi's, die iedere zomer met hun oliedollars min of meer ongestraft de beest komen uithangen in de hotels, casino's en bordelen van Kairo en Alexandrië. Van dat land verliezen, en dan nog wel met 5-1, was een `nationaal schandaal'. De woede over de nederlaag werd een uitlaatklep voor frustraties over Saoedi's in het algemeen.

Ook destijds boog het Egyptische parlement zich over de kwestie. De schuld van de nederlaag tegen Saoedi-Arabië werd gelegd bij de Egyptische coach al-Gowhari, en het parlement eiste een buitenlandse coach. Zo herhaalde zich een inmiddels bekend patroon. Als een Egyptenaar bondscoach is, klagen commentatoren dat hij niet op de hoogte is van de modernste technieken. Als een buitenlander het team leidt, zou hij de Egyptische volksaard niet begrijpen.

Aldus is de haat-liefde verhouding met buitenlandse bondscoaches ook een treffende metafoor voor de Egyptes worsteling met het Westen. Technologisch geavanceerder, maar sociaal en cultureel als `vreemd' ervaren en dus een ideale zondebok. Dat Gili per maand 35.000 dollar verdiende in een land waar veertig procent van de bevolking leeft van minder dan een dollar per dag, hielp evenmin. Maar volgens de voetbalbond was Gili `de goedkoopste die we konden krijgen'. Nogal wat Europese coaches zijn de afgelopen jaren overspannen uit Egypte vertrokken.

Inmiddels is de zoektocht naar een opvolger van Gili ingezet. De naam van al-Gowhari is alweer gevallen.