Weinig geld voor aanpak van misdaad

De Nederlandse overheid geeft weinig uit aan bestrijding van criminaliteit. Dat stelt minister Korthals (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer.

Korthals baseert zich op een eerste internationale vergelijking met landen, die zowel economisch als sociaal-cultureel op Nederland lijken en beschikken over een `goed functionerend rechtsstelsel'.

Hoewel het om een ,,eerste verkenning gaat die mede tot doel heeft inzicht te geven in de beschikbaarheid en de internationale vergelijkbaarheid van gegevens'' rijst bij Korthals toch de vraag ,,of niveau en bestemming van de overheidsuitgaven voor criminaliteitsbeheersing wel in overeenstemming zijn met aard, omvang en complexiteit van de criminaliteit.'' Vorige week nog liet hij weten bij zijn collega Zalm (Financiën) voor veiligheid een substantieel bedrag te willen vragen bij de verdeling van de miljarden meevallers. Korthals, die de brief mede namens zijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft, meent overigens dat de uitgaven voor zowel rechterlijke macht, openbaar ministerie als politie aan de krappe kant zijn. Hoeveel hij wil is niet bekend.

Uit de vergelijking komt naar voren dat Nederland het op belangrijke punten redelijk doet, bijvoorbeeld bij zware misdrijven tegen burger en bedrijfsleven, zo schrijft Korthals. ,,In vergelijking met de onderzochte landen komen minder zware vormen van criminaliteit echter zeer veel voor, ook als fietsendiefstal buiten beschouwing wordt gelaten,'' aldus de minister. ,,Hierdoor is de totale criminaliteit in Nederland bovengemiddeld.''

Volgens Korthals is de relatief grote mate van verstedelijking in Nederland daarvan een oorzaak. Daarnaast stelt de bewindsman dat ,,in Nederland wel erg veel van de overheid wordt verwacht als het gaat om de bestrijding van criminaliteit. In de meeste andere landen doen zowel het bedrijfsleven als individuele burgers zelf aanzienlijk meer aan preventie.''

Met welke landen Nederland is vergeleken meldt de brief niet. Volgens de onderzoekers gaat het in Europa om Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden en daarbuiten om Australië, de Verenigde Staten en Canada. Hierbij moet worden aangetekend dat, zoals de brief stelt, deze landen geen `uniforme definities en gegevensverzamelingen' hebben. ,,Mede hierdoor is de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van gegevens niet altijd bevredigend,'' aldus Korthals.