Troost

Wie ik te zijner tijd ook aan mijn sterfbed wil hebben, niet Wim Kayzer. Een knappe tv-documentairemaker, maar hij houdt te veel van verdriet. Ik ben bang dat ik niet aan zijn vraag kan voldoen.

Ik zie het voor me. Hij neemt genietend op de rand van mijn bed plaats, na de laatste instructies aan zijn cameramensen gegeven te hebben (`Inzoomen en nooit meer uitzoomen, jongens') en zegt met zijn bronzen psychiatersstem: ,,Vertel nog gauw iets over je vader en je moeder.''

,,Kan dat niet een andere keer, Wim?''

,,Slimmerik! Nee! Wees blij dat ik niet meteen over de holocaust begin. Waarom dacht je dat ik met mijn VPRO-crew hier helemaal naartoe ben gevlogen? Om jou in je laatste uur bij te staan? Kom nou. Schoonheid en troost, dat wil ik horen.''

,,Oké, Wim, maar maak het niet langer dan nodig is.''

,,Dat bepaal ik wel. Voor de draad ermee: wat betekende als jongetje de dood van je moeder voor je, en weet je zeker dat je haar niet in jullie zwembad om hulp hebt horen roepen, terwijl jij op je kamer in pornoblaadjes lag te gluren?''

,,Ik heb wel iemand horen roepen, maar ik weet niet meer wát.''

,,Precies. Waarom heb je die herinnering verdrongen?''

,,Ik weet het echt niet meer.''

,,Je kunt mij vertrouwen. Ik maak integere documentaires waarbij ik de zwakke plek van mensen opspoor en er net zo lang met mijn indringende vragen op blijf inbeuken dat ze kermend in tranen uitbarsten. Vooral de vrouwtjes krijg ik er volledig plat mee.''

,,Mag ik je iets vragen, Wim?''

,,Eigenlijk niet. Het blijft uitstel van executie.''

,,Ik vraag me wel eens af of je het zelf lekker vindt, of jouw microfoonhengeltje er als het ware niet een beetje al te hard van wordt.''

,,Als die vrouwtjes beginnen te piepen?''

,,Ja. En of je er zelf misschien ook schoonheid en troost aan ontleent.''

,,Wat gaat jou dat aan? Ik kan er goed van leven, als je dat bedoelt, en als ik op maandagmorgen bij de VPRO kom, roept iedereen: `Prachtig, ontroerend'. Dat is voor mij voldoende.''

,,En dat ik hier gebroken achterblijf...''

,,Dat kan mij geen flikker schelen. Wil je mijn boek hebben?''

,,Welk boek?''

,,Als de serie klaar is, ligt het hele zaakje meteen in de boekhandel. Zaken doen kan ook erg troostrijk zijn.''

,,Ik denk niet dat ik er dan nog ben, Wim.''

,,Ik stuur het je na. Waar ga je heen?''

,,Wist ik dat maar.''

,,Aha! Jij weet nog steeds niet of je wel of niet in God gelooft! Ben jij eigenlijk wel in staat om beauty of consolation te voelen?''

,,Ik voel opeens helemaal niets meer, Wim. Zou dat komen omdat ik te lang naar je heb gekeken?''