Russisch leger kampt met verliezen

Bij de klopjacht op duizenden Tsjetsjeense rebellen in het Kaukasus-gebergte lijdt het Russische leger zware verliezen. Vijftig Russische soldaten zouden zijn gedood bij een overval op het dorp Komsomoslkoje.

Majoor-generaal Joeri Naumov heeft vanmorgen toegegeven dat enkele tientallen strijders door de linies zijn gebroken. De eenheid werd maandag ononderbroken bestookt met artillerie. Volgens een verslaggever ter plaatse zijn alle huizen aan de zuidrand verwoest, ondanks smeekbedes van gevluchte bewoners om de beschietingen te staken. Anonieme soldaten die een wachtpost bij het dorp bemanden, vertelden over ,,minstens vijftig doden'' aan hun zijde.

Gisteren al had generaal Gennady Trosjev toegegeven dat bij gevechten in de Argoen-kloof 31 militairen van de zesde legerdivisie waren omgekomen. Die tegenslag kwam kort na de pijnlijke overval op speciale OMON-troepen vorige week donderdag, waarbij twintig Russen de dood vonden. Moskou houdt niettemin vol dat de oorlog bijna is afgelopen, en benadrukt dat de laatste gewapende Tsjetsjenen geen kant meer uit kunnen.

Persbureau Itar-Tass meldde vanmorgen de overgave van ruim zeventig strijders onder aanvoering van commandant Machmoed Adajev. ,,We zagen in dat zinloos was om nog langer te vechten'', zou hij gezegd hebben. Zulke geclaimde successen kunnen de onverwacht felle weerstand echter niet verhullen. Een week geleden kondigde het Kremlin triomfantelijk aan dat het laatste rebellenbolwerk was gevallen. De uitroeiing van de laatste gewapende bendes zou nog slechts enkele weken vergen. In plaats daarvan tekent het voorspelde schrikbeeld van een guerrilla, vergelijkbaar met die tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog (van 1994 tot 1996), zich steeds scheper af. Ook de wreedheden van toen lijken zich te herhalen: de Britse krant The Observer publiceerde gisteren een reconstructie van de vernietiging van het dorp Katir-Joert waarbij vorige maand 363 Tsjetsjenen zouden zijn gedood.