Nieuwe Arbeiders blazen Seattle nieuw leven in

De Amerikaanse stad Seattle biedt een voorproefje op al het moois dat de Nieuwe Economie gaat brengen. Iedereen rijk, iedereen werk.

Vroeger was Belltown de meest notoire buurt van Seattle. Matrozen die aanmeerden liepen er linea recta naartoe om zich te amuseren met dames van lichte zeden. Na het morele volgde het sociale verval. De matrozen verhuisden met het havenbedrijf mee naar een ander deel van de stad waar meer containers konden worden geparkeerd. Belltown raakte bevolkt met dronkelappen, drugsverslaafden en Mexicaanse immigranten die 's avonds onder de snelweg sliepen en 's ochtends met vrachtwagens tegelijk werden opgehaald om te werken in de plaatselijke fruitteelt.

Anno 2000 is Belltown een van de hipste buurten van Seattle. Het tij keerde twee jaar geleden met de komst van tientallen Internetentrepreneurs die hun – toen nog – kleine budget liever niet zagen opgaan aan dure kantoorruimte. De zogeheten Nieuwe Economie heeft het karakter van de buurt en eigenlijk van de hele plaatselijke economie ingrijpend veranderd.

Wie nu over 1st of 2nd Avenue slentert ziet achter elkaar trendy cafés, chique eetgelegenheden, kunstgalerieën, delicatessenzaken, haardesigners en wijnwinkels. En tussen al dat moois liggen de duur opgeknapte appartementen van de Nieuwe Arbeiders. Alleen de immigranten herinneren nog aan het oude Belltown, maar zelfs voor deze moderne slaven is een splinternieuwe standplaats aangelegd.

Harde cijfers over de impact van Internet op de lokale economie zijn er niet. ,,Het is een recent fenomeen en de technologische sector is door veelvoorkomende overlap moeilijk in categorieën onder te verdelen'', zegt Susannah Molarsky van de Kamer van Koophandel van Seattle. Molarsky ziet niettemin duidelijke veranderingen. ,,Mensen met een laag inkomen zijn door de explosie van huizenprijzen uit Belltown weggedrukt naar de buitenwijken in het zuiden van Seattle.''

Maar over het algemeen zijn de effecten van Internet tot nu toe positief, meent Molarsky. Dat wordt beaamd door Paul Sommers, econoom aan Washington University, de universiteit van Seattle. Dankzij de komst van Internet, zegt Sommers, is de beruchte `Boeing-cyclus' definitief doorbroken. In de jaren zestig was Seattle grotendeels afhankelijk van de vliegtuigbouwer. Elke economische recessie voelde daardoor als een mokerslag. Zo ontsloeg Boeing in 1969 70.000 werknemers, 10 procent van de beroepsbevolking van de stad.

In 1982 herhaalde dat drama zich. Maar sindsdien heeft de stad Seattle geen ernstige recessie meer meegemaakt. Daarmee wijkt het als enige stad af van het patroon voor de Verenigde Staten als geheel.

De economische stabiliteit zette in vanaf het moment dat softwaremaker Microsoft zich vestigde in de buurt van Seattle, in Redmond. Een historisch `ongeluk', grapt Sommers. ,,De belangrijkste reden om zich in Seattle te vestigen was dat de oprichters hier vandaan kwamen.'' Verder had de stad op dat moment weinig te bieden op het gebied van hightech, hoewel Boeing een uitstekende poel voor talent bleek te zijn voor Microsoft.

De komst van Microsoft kon niet verhinderen dat de werkeloosheid ,,als een achtbaan'' op en neer bleef gaan. Die fluctuaties bleken nog steeds gelieerd aan Boeing. ,,Maar de laatste anderhalf jaar is het percentage werklozen stabiel gebleven'', zegt Sommers. ,,Zo'n 2,7 procent in Seattle en omgeving.'' Oorzaak? Internet, weet de econoom vrijwel zeker.

Financiering is geen probleem voor beginnende Internetbedrijven in Seattle. Steeds meer verschaffers van risico-kapitaal zwaaien bereidwillig met dollarbiljetten. De Kamer van Koophandel beheert een fonds voor beginnende technologiebedrijven. ,,Driekwart van dat geld gaat tegenwoordig naar dotcom's'', zegt Molarsky.

Het grootste probleem voor een entrepeneur is het vinden van personeel. Volgens Sommers is dat een van de redenen dat de Internetbedrijven in Seattle allemaal hokken in Belltown, om in elkaars vijvers te kunnen vissen. Naar verluidt worden in Belltown potentiële werknemers – soms van de concurrentie – in de watten gelegd op speciale wervingsfeestjes.

Zijn de werknemers eenmaal binnengelokt, dan probeert men hen te binden met aantrekkelijke optieregelingen. Die strategie, door oudgedienden als Microsoft zeer succesvol toegepast, werkt in Seattle steeds minder goed omdat bijna alle bedrijven haar tegenwoordig toepassen. Volgens Sommers zoeken bedrijven daardoor nu ook naar andere manieren om hun werknemers tevreden te houden. ,,Life-style-issues zijn belangrijker geworden.''

De Nieuwe Arbeider is anders dan de traditionele `nerd' wiens leven, simpel gezegd, uitsluitend bestaat uit pizza, cola en code. De Nieuwe Arbeider is, aldus Sommers, een ,,artistiekerige'' (artsy-craftsy) nerd. ,,Hij houdt zich niet alleen bezig met techniek, maar ook met inhoud'', zegt de econoom. ,,De algemene opvatting is dat je daarvoor creatief moet zijn en dat kan alleen in een inspirerende omgeving.'' Belltown dus.

Go2Net.com, dat een netwerk van zoekmachines en handelssites op Internet heeft, zit nu nog downtown, maar verhuist dit jaar naar een van de pieren van Belltown, pier 70. Een woordvoerder voert de vrijetijdsbesteding in de buurt aan als reden voor de verhuizing. Het medianetwerk RealNetworks.com en de fabrikant voor visuele software Visio.com, dat onlangs door Microsoft werd overgenomen, zitten al in Belltown. Visio heeft op elke verdieping mini-golfbanen laten aanleggen, waar werknemers de stress van zich afslaan.

Hoeveel bedrijven uiteindelijk slagen of falen is niet bekend. Maar een mislukte start-up is geen schande, aldus Molarsky. Integendeel. Het wekt ontzag. Ondernemers of werknemers die een paar mislukkingen achter de rug hebben zijn door hun ervaring zeer gewild bij investeerders. Falende bedrijven worden volgens Molarsky vaak meteen opgekocht – wegens het personeel.

,,Internet is een goldrush'', zegt een jonge vrouw die in een Internetbedrijf werkt, maar niet met haar naam in de krant wil. ,,Het geld blijft maar komen.'' De Interneteconomie is volgens haar ,,paranoïde''. ,,Bedrijven zijn zo bang voor de concurrentie dat ze in de beginfase soms een nepnaam gebruiken om hun concept niet te verraden aan de buitenwereld.'' Ook de `grotere jongens' zijn bang voor na-aperij. Zo doet Amazon.com, het virtuele warenhuis uit Seattle, heel geheimzinnig over de bedrijfsstructuur. Wie bij een Internet-bedrijf op bezoek gaat, moet niet zelden geheimhouding beloven.

De scepsis over de Interneteconomie is volgens Sommers onder zijn collega-economen inmiddels aan het toenemen. ,,Het zou de grootste oplichterij ooit kunnen zijn'', filosofeert Sommers. ,,Het zal ofwel consolideren ofwel een grote slachtpartij worden.''