Kabelweb

Het is nog maar ruim tien jaar geleden dat nieuws van buitenlandse correspondenten van deze krant met een snelheid van 300 en 1.200 bits per seconde de centrale redactie in Rotterdam bereikte. De getallen werden door 8 gedeeld om zo het toen duizelingwekkende aantal bytes (tekens) per seconde aan te geven.

Over de snelheid van tekstbestanden maakt niemand zich zorgen meer en snelheden van 300, 1.200, 2.400 en 4.800 doen niet meer echt mee. Datacommunicatie via de mobiele telefoon is nog aangewezen op 9.600 bps. Een nieuwe pc wordt nu bijna altijd standaard met een 56 K modem geleverd (56 kilobits per seconde). ISDN (Integrated Services Digital Network) kan zorgen voor een hogere snelheid. De twee kanalen van 64 K leveren of samen een snelheid op van 128 K of er kan met één kanaal van 64 K worden gesurft op Internet, terwijl op het andere kanaal telefoon en fax niet in gesprek raken. In de loop van dit jaar begint KPN met ADSL (Asymetric Digital Subscriber Line). De geboden snelheden lopen aanmerkelijk op: de bandbreedte (transportcapaciteit) zullen voor verkeer naar de pc 1.024 kilobits en van de pc 256 kilobits gaan bedragen.

Een andere mogelijkheid is het Internetten via de kabel. De meeste nutsbedrijven leveren dit soort kabelmodems, waarbij voor vaste maandelijkse bedragen een vaste verbinding met het Internet wordt gerealiseerd. Voor intensief gebruik van het Internet (gezinnen met opgroeiende en surfende kinderen; zwaar e-mail gebruik van kleine zelfstandigen) kan een dergelijke oplossing, waarbij de telefoonrekening vaak een minder grote verrassing zal zijn en de lijn wat minder in-gesprek, goed werken.

De aangeboden snelheid – die sterk kan variëren – is een maximumsnelheid, waarbij er verschil is tussen de snelheid naar (downstream) en van (upstream) de pc. Doorgaans zal een Internetter meer informatie naar zijn computer halen (downloaden, surfen) dan versturen (e-mail, bestandtransport). De leveranciers willen dat graag zo houden omdat downstream in de richting gaat van hun betalende klant en upstream in de richting van alle andere Internetters.

De maximumsnelheid wordt begrensd, soms met behulp van hardware (modem) of software. Soms maakt de leverancier gebruik van de beperkingen van de pc door het verkeer via één van de com-poorten te laten lopen. Met die beperking is op zich niets mis. Als we van dezelfde leverancier zoveel mogelijk stroom zouden afnemen zonder de beperkingen van de meterkast zou bij de buren het licht uitgaan. Hinderlijker is wanneer tijdens drukke perioden op het Internet de bandbreedte opraakt (eigenlijk te krap is) in combinatie met gebruikelijke vertragingen als gevolg van de totale drukte op Internet.

Gewapend met een bandbreedtemeter (Dumeter: www.hageltech.com/dumeter) maakten we aanstalten het web te bestormen met behulp van het kabelmodemabonnement dat het nutsbedrijf Eneco (Rotterdam, Dordrecht en wijde omgeving) aanbiedt. Voor een bedrag van 79 gulden per maand en eenmalig 295 gulden wordt een doe-het-zelfpakket geleverd. In een vrolijk gekleurde rugzak arriveren de modem, coaxkabel en netwerkkabel. De duidelijke handleiding roept ons op de modem zo dicht mogelijk bij de bron te plaatsen, omdat de coaxkabels, die al of niet versterkt slaap-, kinder- en werkkamers van tv-signaal voorzien, oorzaak van een zwak signaal kunnen zijn. Bovendien blokkeren versterkers het retoursignaal: radio en tv ontvang je alleen, Internet is interactief.

Dus modem in de meterkast en netwerkkabel van kast naar werkkamer. De tien meter lange okergele kabel heeft een verrassend effect op het natuursteen en afwijzende reacties van huisgenoten tot gevolg. Dit experiment kan slechts van betrekkelijk korte duur zijn.

Voor een paar gulden levert de bouwmarkt een splitter en wordt het kabelsignaal onversterkt doorgegeven naar de werkkamer. Een bandfilter in de wanddoos van de centrale antenne houdt ons nog verre van Internet: tien jaar geleden was er geen Internet en werden andere frequenties dan voor tv en radio weggefilterd. Vervanging door een goedkoper exemplaar lost alles op: binnen enkele minuten synchroniseert de modem. Even later zijn alle instellingen van servers en netwerkkaart (bij het Eneco-modem is een Ethernetkaart nodig; desgewenst kan deze extra worden meegeleverd) achter de rug.

Met ongekende snelheid surfen we op het net. We noteren snelheden die soms dicht in de buurt komen van de te leveren maximumsnelheid van 512 kbits per seconde. In de avonduren zakken de snelheden aanmerkelijk maar blijven sneller in vergelijking met dezelfde acties met ISDN en analoog modem. Extra updates van Microsoft downloaden is geen punt meer. Het binnenhalen van lijsten van nieuwsgroepen is acceptabel geworden. Webcams kunnen nu ook 's avonds worden bekeken. Lange bestanden, per e-mail ontvangen: geen punt meer. De telefoonlijn blijft open en voor het Internet hoeft niet iedere keer een verbinding te worden opgezet. Bij het versturen van e-mail met een groot bestand wordt de beperking van de upstream-snelheid (64 kbits) duidelijk. Gewend aan flinke snelheden lijkt het nu extra langzaam te gaan.

Of het gemak van het kabelmodem de uitgave waard is moet een rekensommetje leren. Doorgaans kunnen providers tegen lokaal telefoontarief gebeld worden, maar veelvuldig en langdurig Internetten kan voor een hoge telefoonrekening zorgen, terwijl de lijn in gesprek blijft. De keuze tussen extra kosten voor ISDN of kabelmodem is een interessante.

Een kabelmodem plaatst de pc met een netwerkkaart en de kabel van het nutsbedrijf in een netwerk. Niet iedereen zal zich dat realiseren en in de documentatie wordt hier niet op ingegaan. Aspirant-gebruikers doen er verstandig aan de beveiliging van hun pc te laten testen. Dat kan onder meer op Internet bij www.grc.com (`Test my shields, Probe my ports'). Een `personal firewall' wordt geleverd via www.zonealarm.com.

Meer informatie: www.eneco.nl