Houterige straatvechter treedt uit schaduw Clinton

Morgen worden in 13 Amerikaanse staten voorverkiezingen gehouden. Al Gore is bij de Democraten in alle staten favoriet. Een gediscipli- neerde straatvechter treedt uit de schaduw van zijn mentor. Derde van vier portretten van de kandidaten in de aanloop van Super Tuesday.

Toen Larry King in het voorjaar van 1992 aan Al Gore vroeg of hij de running mate wilde worden van Bill Clinton, de Democratische presidentskandidaat, maakte Gore geen geheim van zijn ambitie. ,,Wel'', antwoordde hij de CNN-interviewer, ,,ik heb geen belangstelling om vice-president van de Verenigde Staten te zijn. Ik zou graag president willen zijn.''

Maar, zoals bekend, nee is niet altijd nee. Kort na het interview met King kreeg Gore, toen 44 jaar oud en al meer dan zeven jaar senator voor Tennessee, een telefoontje van Warren Christopher, de latere minister van Buitenlandse Zaken, die voor Clinton op zoek was naar mogelijke vice-presidenten. Of hij Gore op het lijstje van kandidaten kon zetten. Gore vroeg bedenktijd en stemde er na 24 uur mee in.

Ook Bill Bradley stond op de short list. Hij had zelfs een ontmoeting met Christopher en liep een tijdje met het idee rond. Maar Bradley, die nu de tegenstander van Gore is bij de Democratische voorverkiezingen, bedankte uiteindelijk voor de eer. De kandidatuur van Gore werd steeds serieuzer. In het diepste geheim had hij een ontmoeting onder vier ogen met Clinton, die goed verliep. Clinton waardeerde de intelligentie en de kennis van zaken van zijn leeftijdsgenoot. Zijn belangstelling voor milieu, wapenbeheersing en buitenlandse politiek vormde een mooie aanvulling op Clintons eigen deskundigheid op economisch en binnenlands politiek gebied. En als New Democrats, vertegenwoordigers van de gematigde vleugel van hun partij, stonden ze politiek dichtbij elkaar.

Toen Clinton zijn keuze voor Gore openbaar maakte, was dat meteen een enorme impuls voor zijn campagne. De twee jonge kandidaten leken een nieuw soort politici, de belichaming van hun eigen roep om verandering in Washington. Clinton prees Gore als ,,een vader die van zijn kinderen houdt en deelt in mijn verlangen om onze economie te hervormen''. Hij zei dat Gore een belangrijke rol in zijn regering zou krijgen. En die belofte heeft hij gestand gedaan.

Al Gore is zonder twijfel de presidentskandidaat met de meeste regeer-ervaring. Dat is een van de redenen waarom The New York Times hem gisteren in een hoofdartikel aanprees als de beste Democratische kandidaat (in de Republikeinse strijd kiest de krant voor John McCain). Tot voor kort lunchten de president en zijn tweede man iedere week een keer samen. Veel meer dan voor vice-presidenten gebruikelijk is heeft Gore zich kunnen bemoeien met de buitenlandse politiek. Op allerlei beleidsterreinen (van hervorming van de bijstand tot de betrekkingen met Rusland) had hij een belangrijke stem. En veel meer dan voor presidenten gebruikelijk is, heeft Clinton zich ingezet – nu eens als mentor, dan weer als prominente supporter – om van zijn vice-president de volgende president te maken.

Anders dan Clinton is Gore geen politiek natuurtalent. Zijn campagne heeft lang gekwakkeld, zijn stijl was onzeker en zijn optreden houterig. Een half jaar geleden twijfelden vooraanstaande partijgenoten openlijk of hij wel in staat zou zijn om de verkiezingen te winnen. Dat Gore nu toch de grote favoriet is voor de Democratische nominatie, dankt hij aan twee eigenschappen. Hij is een straatvechter die weinig zal nalaten om zijn tegenstanders te verslaan. En hij is tegelijk uitzonderlijk gedisciplineerd, verliest zijn doel geen moment uit het oog en laat zich niet van de wijs brengen door kritiek, tegenslag of emoties.

Terwijl de pers het afgelopen jaar meewarig berichtte over de problemen van zijn campagne, bouwde hij gestaag een organisatie op die hem zou steunen, met in het hart de vakbeweging. Toen Bradley in Iowa en vooral New Hampshire een serieuze bedreiging leek te worden, lanceerde Gore een genadeloze aanval op diens ,,onverantwoordelijke'' plan om alle Amerikanen te verzekeren voor ziektekosten. En toen zijn presidentiële stijl van campagne voeren niet bleek te werken, liet hij zich een volkser imago aanmeten, inclusief puntlaarzen, zuidelijk accent en opzwepende toespraken. De hoon van de media nam hij voor lief.

Gore treedt nu uit de schaduw van zijn baas, maar zijn politieke lot blijft aan Clinton verbonden. De prominente rol die Gore in de regering-Clinton heeft gespeeld in deze jaren van economische voorspoed is het fundament van zijn campagne. Maar tegelijk is de nauwe band met de president, ook al is die de afgelopen jaren wel iets bekoeld, zijn grootste probleem.

Net als iedere vice-president moet Gore de indruk overwinnen dat hij geen echte leider is omdat hij al die jaren de tweede viool heeft gespeeld. Daarnaast hebben de affaire-Lewinsky en het schandaal van de fondsenwerving hem nog een extra reden gegeven om zich van Clinton de distantiëren. Maar hij kan en wil niet teveel afstand nemen, want dan brengt hij zijn grootste plusplunt in gevaar. Alleen een politieke evenwichtskunstenaar kan zo'n opdracht tot een goed einde brengen.

Innerlijke conflicten zijn niets nieuws voor Al Gore. Als student was hij een fel tegenstander van de Vietnam-oorlog, net als zijn vader die in de Senaat harde kritiek leverde. Maar hij vreesde dat hij Gore Sr. in politieke moeilijkheden zou brengen in Tennessee als hij zich aan de dienst zou onttrekken en iemand anders uit de staat voor zijn dienst zou laten opdraaien. En dus ging Gore in het leger. Hij bracht vijf maanden in Vietnam door als verslaggever van een militaire krant, niet in de frontlinies maar ook niet helemaal zonder gevaar. Toen hij terugkeerde naar de VS was zijn afkeer van de oorlog alleen maar gegroeid, en daarmee ook zijn afkeer van de politici die de oorlog gaande hielden. Hij walgde ervan, zeggen tijdgenoten, en nam zich voor om nooit in de politiek te gaan.

DOSSIER www.nrc.nl