De niet-nodige jas

Wat beweegt de gemiddelde mens tot kopen? Alles heeft hij: schoenen, sokken, broeken, overhemden, jassen. Van jassen heeft déze mens, net als van alle eerder genoemde kledingstukken, vele. Toegesneden op zomer en winter en de seizoenen daartussen. Bezie alleen al van zijn jassen de buitensportjassen. Ofschoon zijn meest kenmerkende houding zittend voor een computerscherm is en de omgeving waarin hij het meest verkeert een kantoortuin is, suggereert zijn buitensportgarderobe een uitzonderlijk actief leven in de vrije natuur.

Er hoeft zo te zien geen jas meer bij: de fjällraven-jas heeft, ofschoon ruim tien jaar oud, nog eens zo lang te gaan. De Columbia-Sportswear winterjas is een jaar oud, net als het Lowe regenjack met Gore Tex Triplepoint Ceramic. Maar de droom die al langer dan een jaar aanhoudt, gaat over een katoenen jack. Het zat heerlijk, was licht, ademend en absoluut waterdicht. De ultieme buitensportjas, maar onnodig.

Er is een aantal megastores waar je alles vindt op het terrein van kano-, fiets- of bergwandelaccessoires. Te vaak vind je er ook echter verkopers die maar wat zeggen, als ze al uit de winterslaap van hun desinteresse willen ontwaken. `Nee, thermische onderbroeken met half lange pijpen bestaan niet.' Een megastore verder hangen ze gewoon in het rek. `Een Buff? Nooit van gehoord.' Achter de verkoper liggen ze. `O, die.'

De buitensportzaak waarin het begenswaardige, maar niet-nodige kledingstuk zich bevindt, wordt gerund door een buitensporter. Een echte. Hij verkoopt alleen spullen waar hij achter kan staan, zegt hij. Spullen die hij zelf uitgebreid in de natuur heeft getest. Zoals een katoenen safarihoedje dat jarenlang naar volle tevredenheid dienst heeft gedaan als zonwering en hoofdkoelhouder.

Trots laat de verkoper-eigenaar de zolderruimte zien waar hij de nieuwe tentencollectie wil gaan tonen. Nee, zegt hij weer beneden, de momenteel in zwang zijnde windblock-fleece jassen heeft hij niet. ,,Als het regent heb je toch weer een jas daarover nodig.'' Hij wijst op het rek met de katoenen jacks. Wie onder zo'n jas een fleece trui of vest draagt kan alle weersgesteldheden aan, beweert hij.

Voor de spiegel komt de droom weer tot leven. De klant wordt vervolgens in een iets groter jack geholpen en merkt op dat het rugpand daarvan prettiger is. De verkoper knort instemmend. Maar hoe begerig de klant nu ook is, hij mag niet met een jas weg. ,,Alle jassen worden op maat gemaakt'', zegt de verkoper. De jassen die hier hangen zijn alleen om te passen.

Op de valreep wil de verkoper nog even de nieuwe rugzak van bijna duizend gulden laten zien die hij net uit Noorwegen heeft gekregen. Hij gaat er naast zitten en steekt de loftrompet op de gaandeweg goedkoper wordende zak. Bij de klant breekt een stille paniek uit. Hij heeft rugzakken genoeg. Toch?