Bij Andsnes wint de muziek

Wat is de muzikale betekenis van een distel, een duikelaartje, een stem in de verte? György Kurtág doorschouwde deze en nog zes andere fenomenen, en karakteriseerde ze als een briljante miniatuurschilder in de negen zinnenprikkelende portretjes waaruit zijn pianocyclus Werken uit Játékok (spelletjes) is opgebouwd. Kurtág stond een kind voor ogen `dat zichzelf vergeet terwijl hij aan het pianospelen is; zo'n kind voor wie het instrument nog speelgoed is.'

De Noorse pianist Leif Ove Andsnes (1970) is weliswaar nog jong zij het al lang geen kind meer. Maar zijn benadering van de muziek in het algemeen en Kurtág in het bijzonder wordt wel gekenmerkt door een uitzonderlijke onbevangenheid. Zijn visie op de miniatuurtjes van Kurtág was plastisch en humoristisch, wijs en vol empatie. Met zijn stekelige akoorden en prikkende loopjes klonk Kurtágs Distel écht als een distel, terwijl een deel als het naar Beethoven en Janácek verwijzende Les Adieux op fraai omfloerste wijze de eeuwige tragiek van het afscheid verklankte. Ook in de andere werken op het programma verblufte Andsnes door het gemak waarmee hij zich in de huid van een componist verplaatst. Zoals de natuur in zijn vaderland het altijd wint van de mens, zo wint de muziek het bij Andsnes altijd van zijn ego. Eenvoudig, spontaan en zonder opsmuk, maar tegelijkertijd met een moeiteloos vloeiende pianistiek vol verrassende kleur-schakeringen, laat Andsnes zich meevoeren door de partituur.

Zo imponeerden zijn klatergouden interpretaties van Schuberts Inmpromptu in f en de Sonate in A door de organische vanzelfsprekendheid waarmee Andsnes dartele passages liet overvloeien in fluweelzachte nachtsschaduwen of banale volksmelodietjes, die op hun beurt weer uitmonden in momenten van heftig bewogen dramatiek, zonder dat hij bij dit alles ook maar één seconde de grote lijn uit het oog verloor.

Met zijn bewogen deinende uitvoering van Schumanns Eerste pianosonate, een hemelbestromende afwisseling van emotionele stroomversnellingen, verwachtingsvolle luwtes en kolkende watervallen, profileerde Andsnes zich als het zondagskind onder de jongere pianisten. Cosmopolitisch in zijn pianistische virtuositeit en universeel in zijn muzikale veelzijdigheid, bevindt de uitzonderlijk begaafde en sympathieke Andsnes zich in de voorste linies van het hedendaagse pianospel.

Concert: Leif Ove Andsnes (piano). Programma: Schubert: Impromptu in f, op. 142 nr. 1, D 935; Sonate in A, D 959. Kurtág: Werken uit Játékok. Schumann: Sonate nr. 1 in fis, op. 11. Gehoord: 5/3 Concertgebouw Amsterdam.