Amsterdam brengt hulde aan Deelder

Afgelopen vrijdagnacht brachten in Amsterdam dichters en schrijvers een eerbetoon aan Jules Deelder.

De Rotterdammer Jules Deelder was van vrijdag op zaterdag voor één keer de `nachtburgemeester van Amsterdam', ondanks zijn bekende afkeer van deze stad en haar bewoners. Om middernacht begon in De Kleine Komedie de `Nacht van Deelder', een door uitgeverij De Bezige Bij georganiseerde hommage aan de schrijver, dichter, performer, Sparta-fan en jazzfanaat. Deelder werd eind vorig jaar vijfenvijftig en er komt een nieuw boek van hem uit, maar de voornaamste reden voor een hommage, zei Bart Chabot die de avond presenteerde, was dat het gewoon eens tijd werd. ,,Jules is een fenomeen, vele malen groter dan de Euromast''.

Toch bleef de vraag waarom het feestje nu in de hoofdstad plaatsvond. Deelder verklaarde zelf eerder die avond, live voor de televisie: ,,Wij Rotterdammers doen overal zaken.'' Het had er ook mee te maken dat, behalve de uitgeverij, ook de meeste van de bevriende collega's die voor de gelegenheid uit eigen werk voordroegen uit Amsterdam kwamen. Terzijde vanaf het toneel gadegeslagen door Deelder en zijn gasten trad Campert als eerste naar voren om enkele van zijn Volkskrant-columns voor te lezen en het gedicht `Jules Deelder', een mooie karakteristiek uit de bundel Collega's (1986): `Perfect in zijn vorm/ spuit hij sardonisch en zachtaardig/ zijn inhoud op./ Natuurlijk rijdt hij veel te hard/ (men maakt zich zorgen)/ en hij praat alsof hij nog maar even heeft./ Laat hem alsjeblieft/ zijn solo vol liefde/ voor het hilarische/ leven/ blijven/ blazen.'

Schrijfster Pamela Koevoets vertelde vervolgens over de indruk die de gedichten van Deelder op haar maakten toen ze jong was, en liet zich daarbij niet van de wijs brengen door Iggy, de hond van Herman Brood, die nieuwsgierig over het podium heen en weer liep. Na het muzikale intermezzo van Trio me reet, in feite bestaand uit vijf muzikanten en Deelder op drums, was het tijd voor de presentatie van het nieuwe boek: de door Deelder `ontrijmde' Antigone van Sophocles. De schrijver, zoals gewoonlijk gekleed als een volmaakte dandy, met vlindermodel zonnebril, maakte niet veel woorden vuil aan zijn nieuwe boek; liever wilde hij nieuw werk voordragen. Zijn `Rotterdamse gedichten', hecht geschreven en op de kenmerkende snelheid gebracht, gingen over uiteenlopende zaken als de Heemraadssingel, bokser Bep van Klaveren en een foto van Deelders vader. Het publiek was enthousiast, volgens Chabot kon Sophocles nog heel wat van Deelder leren.

Er volgden optredens van de dichter Hans Verhagen, columnist Jan Mulder, Herman Brood, en Maarten Spanjer die een een meesterlijke imitatie weggaf van Rinus Michels. Simon Vinkenoog sloot toepasselijk het rijtje af: hij nodigde immers Deelder in 1966 uit voor Poëzie in Carré, zijn officiële debuut als podiumdichter. Vinkenoog las een fragment voor van `Cloud 9', een lang gedicht over dope en jazz waarmee Deelder destijds het publiek verblufte.

Van de reacties in de pers die Vinkenoog aanhaalde, zorgden de woorden van Het Vrije Volk voor de nodige hilariteit: ,,De meeste dichters zagen er heel gewoon uit. Alleen Jules A. Deelder, met roodbruine haren en baard en in een modieuze veelkleurige blouse, vertegenwoordigde de echte ouderwetse dichtkunst van Willem Kloos.'' Een nieuwe Kloos is Deelder niet geworden, wel een dichter die in zijn werk op oorspronkelijke wijze het verhevene en banale bij elkaar brengt. Dat bleek ook aan het slot van de avond, toen Deelder en Chabot samen een onvervalste smartlap zongen, die Deelder schreef in de jaren zestig, met het refrein: `Het leven is een pijp kaneel/ je zuigt eraan en krijgt je deel'.