Amerika staat voor nieuwe dreigingen 1

Morgen worden in dertien Amerikaanse staten voorverkiezingen gehouden. Opnieuw kruisen Republikeins presidentskandidaat en gouverneur van Texas, George W. Bush, en zijn rivaal senator John McCain de degens. Op deze pagina een voorproefje op het terrein van het buitenlandse beleid. Bush vindt dat de Amerikaanse buitenlandse politiek meer moet zijn dan crisismanagement. McCain meent dat Amerika met zijn principes wereldleider moet blijven. Maar beiden waarschuwen voor nieuwe dreigingen.

In een opmerkelijk veranderde wereld en in deze dageraad van de volgende Amerikaanse eeuw, blijven onze centrale strategische belangen, net als de idealen waarop ons land is gegrondvest, dezelfde: het beschermen van het eigen grondgebied en het westelijk halfrond tegen dreigingen van buitenaf, het voorkomen dat Europa door één mogendheid wordt gedomineerd; het versterken van onze bondgenootschappen, het garanderen van toegang tot energievoorraden, en het continueren van de stabiliteit rondom de Stille Oceaan.

De meest rechtstreekse dreigingen zijn thans in potentie niet meer zo catastrofaal als tijdens de Koude Oorlog. Maar hun schadelijke uitwerking op Amerikaanse belangen en idealen zou wel eens meer rechtstreeks kunnen zijn, en de kans dat ze zich daadwerkelijk voordoen groter, dan destijds gold voor een massale intercontinentale raketaanval. Het evidente, reële gevaar vormen thans etnische en religieuze haatgevoelens, het gewelddadig nationalisme, de verbreiding van massavernietigingswapens plus de middelen om die te lanceren, en het internationale terrorisme.

Aan de Verenigde Staten nu de taak beleid te ontwikkelen dat aan die dreigingen even effectief het hoofd biedt als wij destijds de `lange schemerstrijd' van de Koude Oorlog hebben gevoerd, en dat een hechte basis legt voor optreden tegen Sovjet-achtige dreigingen tot ver in de toekomst.

De leidende rol van de VS in de NAVO was tijdens de Koude Oorlog een doorslaand succes, in tal van opzichten moeilijker te realiseren dan solidariteit in het heetst van een oorlog. Een nog zwaardere opgave zal het zijn een NAVO gezond te houden die groeit terwijl ze zich instelt op nieuwe, nog maar ten dele zichtbare gevaren.

De bondgenoten van Amerika besteden op het ogenblik te weinig aan hun eigen defensie. Zij tonen steeds minder interesse voor de ernstige problemen waarmee het ontwikkelen van een eigen defensie-identiteit, los van de NAVO, gepaard gaat. En zij blijven de ogen sluiten voor de noodzaak gezamenlijk defensieve maatregelen te nemen tegen bedreigingen van onze belangen buiten Europa. Dit tweeledige verzuim vraagt om onmiddellijke verbetering en wij moeten de daarvoor benodigde overredingsmiddelen aanwenden.

Hetzelfde geldt in Oost-Azië, waar onze betrekkingen met Japan, Zuid-Korea en andere landen de kern van de regionale stabiliteit vormen. Vooral ten aanzien van Japan dient zowel Washington als Tokio meer aandacht te schenken aan de strategische facetten van deze bijzondere relatie.

Wij moeten allen hopen op en streven naar een moment waarop Rusland een vredig, welvarend en vrij land zal zijn. Maar zo'n Rusland bestaat thans nog niet, en ontkenning van dat feit brengt geen vervulling van die hoop.

De Russen krijgen dezer dagen van menig leider te horen dat democratie en een vrije markt in Rusland chaos teweeg hebben gebracht. Niets is minder waar. De schuld ligt in Rusland niet bij falende beginselen van vrije markt en democratie, maar integendeel bij de zwakke leiders, militante nationalisten en hebzuchtige profiteurs die deze beginselen corrumperen. Wij dienen Moskou helder onder ogen te brengen dat de Verenigde Staten alleen echte hervormingen in Rusland willen steunen: een democratische cultuur, een functionerende rechtsstaat en kapitalisme in een vrije markt – en geen onderhandse privatisering door een kliek van kleptocraten.

Wij zullen zonder aarzelen front moeten maken tegenover Russische leiders die afbreuk doen aan onze belangen en aan onze normen en waarden. Wij moeten naleving van het START-II-verdrag inzake strategische wapenbeperking eisen, corruptie aan de kaak stellen, Russische pogingen de omvang of doelstellingen van de NAVO te dicteren van de hand wijzen en geen inmenging dulden in de wijze waarop wij de veiligheid van onze bondgenoten en onszelf beschermen.

In de nabije toekomst worden wij wellicht geconfronteerd met een radicaal nieuwe strategische dreiging: nucleaire chantage gericht tegen een Amerikaanse president. Het is zaak onmiddellijk samen met onze bondgenoten in Azië en Europa maatregelen te treffen om dit gevaar het hoofd te bieden.

Als president zou ik vriend en vijand te verstaan geven dat zowel tactische als strategische antiballistische defensie thans een nationale prioriteit is, en niet één van de vele Pentagon-projecten.

Als president zou ik bereid zijn met Rusland te overleggen over mogelijke wijziging van het verdrag ter beperking van antiballistische raketverdediging (ABM) zodat beide landen kunnen reageren op een dreigende raketaanval van een gangsterstaat. Maar als dit overleg zou mislukken, zou ik dit verdrag opzeggen zodra duidelijk zou zijn dat wijziging onmogelijk is om actuele dreigingen het hoofd te bieden.

Hetzelfde realisme is geboden in onze betrekkingen met China. China zou het liefst zien dat de VS alle troepen uit Azië terugtrekken, het strategisch bondgenootschap met Japan opzegden, de toezeggingen aan Taiwan en ons streven naar vreedzame hereniging van China zouden herroepen, alle steun aan het streven naar democratische politieke verandering in China zouden staken, de rol die China speelt in de verspreiding van verboden wapens door de vingers zouden zien en zouden zwijgen terwijl vreedzame demonstranten worden afgevoerd of terwijl de Tibetaanse cultuur wordt vernietigd.

We zouden China en onszelf een dienst bewijzen door Peking te verlossen van de waan dat de VS hiertoe bereid zouden zijn.

Ik steun de toetreding van China tot de Wereld Handels Organisatie en koester de hoop, zij het geen blind vertrouwen, dat China's verdere integratie in de wereldeconomie de barrières die Peking opwerpt tegen een vrije informatiestroom zal verzwakken, en dat deze stroom de eerste golf zal blijken van de branding der geschiedenis die ooit het laatste bastion van de tirannie in China weg zal spoelen.

Het voornaamste doel van het Amerikaanse buitenlandse beleid gedurende de afgelopen eeuw was een wereld waarin onze belangen beter beschermd zouden zijn en waar onze idealen een reële kans zouden krijgen universeel ingang te vinden. Dat doel hebben wij bereikt. De beste garantie dat de mensheid haar triomftocht in de nieuwe eeuw zal kunnen voortzetten en niet tot de terugtocht wordt gedwongen, is de belofte dat Amerika met zijn principes zijn rol als wereldleider zal blijven spelen.

© IPS