Ambassadeur van het spel der reflexen

Bij de Open NK karate prolongeerde Daniël Sabanovic (20) zaterdag in Den Haag zijn titel in de klasse tot 80 kilo. Over vier jaar hoopt hij op deelname aan de Olympische Spelen in Griekenland.

Behendig beweegt Daniël Sabanovic van links naar rechts. Als een springveer danst hij over de tatami: een hongerig roofdier in afwachting op het moment dat hij zijn prooi kan verslinden. Het ritmische geschuif wordt af en toe onderbroken door een rauwe kreet zodra Sabanovic zijn tegenstander een stoot in het gezicht toedient.

Sabanovic is het paradepaardje van de Karate-Do Bond Nederland (KBN). Hoewel pas twintig jaren jong kan de zoon van een Kroatische immigrant, karateka-docent Ismet Sabanovic, een erelijst overleggen waar menig vechtsporter slechts van kan dromen: wereld- en tweevoudig Europees kampioen bij de junioren (tot 21 jaar), meervoudig Nederlands kampioen en vorig jaar in Griekenland winnaar van het brons bij de EK voor senioren. Na jaren van stilstand en aanmodderen beschikt de KBN weer over een troef die zich met 's werelds besten kan meten.

Zaterdag maakt Sabanovic, geboren en getogen in Nederland, zijn faam andermaal waar. Bij de Open Nederlandse kampioenschappen in Den Haag prolongeert de afgestudeerde CIOS-student zijn titel in de klasse tot 80 kilogram door de Zwitser Fabio Violante met een paar venijnige stoten terug te wijzen. Het betekent de derde Dutch Open-titel op rij voor de fitnessintructeur met het ranke gestel.

Sabanovic, karateka sinds zijn twaalfde, is een meester in het spel der reflexen en kan rekenen op een schare fans, zoals zaterdag blijkt in sporthal Ockenburgh. Oud-karateka Fred Royers, voormalig wereld- en Europees kampioen, steekt zijn bewondering voor de pupil van de Hilversumse sportschool Van Hellemond niet onder stoelen of banken. ,,Een jongen met een waanzinnig goede motoriek, iemand die vanuit onmogelijke hoeken alsnog zijn tegenstanders weet te verrassen.''

Zelf blijft Sabanovic nuchter onder de successen. Zijn passie voor het karate in het algemeen, het kumite (lijf-aan-lijf-gevecht) in het bijzonder, verklaart hij door te wijzen op de gecontroleerde agressie – een vereiste in het karate. ,,Niet die dodelijke klap uitdelen, want dat mag niet. Maar aantonen dat je die dodelijke klap in huis hebt, daar geniet ik enorm van.''

Bang om zijn tegenstanders te verwonden zegt Sabanovic niet te zijn. Eén keer werd hij gediskwalificeerd voor het bewust toebrengen van lichamelijk letsel aan een tegenstander. ,,En dat was nog onterecht ook, want die jongen kreeg per ongeluk mijn teen in z'n oog. Hij ging heel theatraal naar de grond ging en daar bleken de scheidsrechters vatbaar voor.''

Komedianten kan de sport niet gebruiken nu de wereldkaratebond (WKF) aast op een plaats op de Olympische Spelen. In mei hoopt de bond van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) te vernemen of karate over vier jaar zijn opwachting mag maken in Athene. Concurrentie heeft de klassieke gevechtskunst van vijf andere kandidaat-sporten: biljarten, bowling, squash, vinzwemmen en waterskiën. Met wereldwijd ongeveer vijftig miljoen beoefenaars waant de WKF zich kansrijk, temeer omdat de voorzitter, de Spanjaard Antonio Espinos, een landgenoot is van IOC-voorman Juan Antonio Samaranch.

Op de eigen website (www.wkf.net) schermt de federatie met cijfers die moeten aantonen dat karate van de zes kandidaten verreweg de grootste is. Zo voert de Japanse gevechtskunst met 164 leden de ranglijst van aangesloten bonden aan, gevolgd door squash (134), bowling (110), vinzwemmen (101), biljarten (92) en waterskiën (87). Maar hoewel de kleinste van de zes kan de laatste rekenen op de steun van het Griekse organisatiecomité voor de Spelen van 2004.

Taekwondo, het ruige broertje van karate, debuteert over ruim een half jaar op de Olympische Spelen in Sydney. Toelating van de Koreaanse voet (tae)-vuist (kwon)-methode (do) lijkt eerder in het nadeel dan in het voordeel van de Japanse tegenhanger. Dat beseft ook de Nederlandse bondscoach Ries van Toorn, al is hij van mening dat het IOC het karate niet langer kan negeren. Van Toorn: ,,Met alle respect voor het schaatsen: een mondiale sport is het niet. Karate wel, want overal ter wereld lopen ze in van die witte pakkies rond.''

Om het IOC te paaien experimenteert de WKF sinds een jaar met regels die de sport begrijpelijker moeten maken voor het grote publiek. Te vaak nog komt het voor dat een leek door de bomen het bos niet ziet. Om een einde te maken aan de ondoorzichtige regelgeving deed onder meer de nihon (twee punten) zijn intrede, als aanvulling op de ippon (één punt) en de waza-ari (half punt). Een stoot met de vuist levert nog slechts één punt op, terwijl een beenveeg twee en een trap met de voeten drie punten oplevert.

De vernieuwingsdrift stemt niet iedereen tevreden. Met name de Japanners, de grondleggers van het karate (letterlijke betekenis: lege hand), wensen vast te houden aan aloude rituelen. Sabanovic daarentegen juicht de regelaanpassingen toe. ,,Hoewel het in mijn nadeel is, want ik moet het juist hebben van mijn stoten. Maar goed, de Olympische Spelen is en blijft het allerhoogste podium, hoewel het in feite niet meer is dan een aangekleed WK.''

Natuurlijk maakt Sabanovic over vier jaar in Athene maar al te graag zijn olympisch debuut, al was het maar om zijn sport uit te dragen. ,,Het klinkt misschien een beetje hoogdravend, maar ik beschouw mezelf als een ambassadeur van deze sport. Natuurlijk wil ik medailles winnen, maar wat ik vooral wil is karate onder de aandacht brengen van het grote publiek.''