50 dollar belasting per hulpvlucht

De hulp aan het door watersnood getroffen Mozambique is op gang gekomen, maar verloopt nog allerminst vlekkeloos.

Veraf in de lucht lijken de Amerikaanse C-5 transportvliegtuigen nog op stipjes, dan vogels en eenmaal aan de grond wordt duidelijk hoe reusachtig de militaire toestellen zijn, afgeladen met hulpgoederen voor het nabijgelegen Mozambique. Zeven van deze monsters landen vandaag en morgen in Hoedspruit, aan de rand van het Krugerpark in de Zuid-Afrikaanse Noord Provincie. Het is Amerikaanse bravoure geblazen onder de crews van de C-5's. ,,We're gonna help them brothers', zegt een zwarte GI grijnzend.

De luchthaven van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo is dezer dagen zo vol met vliegtuigen en hulpgoederen dat de toch al gebrekkige infrastructuur het daar dreigt te begeven. De Amerikanen hebben er daarom voor gekozen gebruik te maken van faciliteiten in Zuid-Afrika. Vanuit Hoedspruit transporteren kleinere C130 vliegtuigen de spullen naar Mozambique.

De internationale reddingsoperatie voor de Mozambikanen, van wie meer dan een miljoen direct door de watersnood is getroffen, is de grootste op dit gebied die ooit in Afrika is georganiseerd. Maar de Mozambikaanse autoriteiten zijn bij lange na niet machtig de coördinatie van alles op zich te nemen, terwijl bureaucraten van de voormalige marxistische staat onwelwillend staan tegenover het afstaan van zeggenschap. Hoewel het land schreeuwt om assistentie, zien de beheerders van het vliegveld van Maputo er geen been in organisaties voor elke vlucht 50 dollar te berekenen voor landingsrechten.

De meeste buitenlandse instanties proberen daarom zoveel mogelijk op eigen houtje te werken of coördineren onderling. De Britse, Franse en Zuid-Afrikaanse reddingsbrigades concentreren zich op het zuidelijke rampgebied, de Duitsers en de Amerikanen nemen de noordelijke regio voor hun rekening. Zuid-Afrika, dat al meer dan een week het grootste deel van het directe reddingswerk heeft verricht door drenkelingen per helikopter uit het water te vissen, raakt nu door zijn eigen fondsen heen.

De Zuid-Afrikaanse helikopters redden tot nu toe 13.000 mensen van een gewisse dood. De Verenigde Naties hebben nu aangeboden alle kosten voor hun rekening te nemen. Een woordvoerster van het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) zei in Maputo dat van de slachtoffers naar schatting een half miljoen de komende zes maanden zullen moeten worden gevoed. Het water heeft mensen niet alleen van huis en haard verdreven, maar ook 30 procent van de oogst en veestapel vernietigd. Naar schatting 50.000 vluchtelingen bevinden zich nu in opvangkampen, van waaruit hulporganisaties hen proberen terug te brengen naar hun eigen gebied, zodra dit is drooggevallen.

Opvallend in de hulpverlening is dat het naast Zuid-Afrika vrijwel uitsluitend Westerse landen zijn die Mozambique assisteren, met de VS, Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en Nederland voorop. Alleen Egypte stuurde gisteren een vliegtuig met hulpgoederen, maar een relatief welvarend land als Libië heeft niets van zich laten horen. Ook uit Azië is, behalve 100.000 dollar van de Japanse regering, geen hulp gekomen.

Het waterpeil in de grote rivieren is de afgelopen dagen gedaald, maar intussen bedreigen nieuwe gevaren het straatarme Mozambique. Duizenden mensen zijn getroffen door ziektes als malaria en dysenterie. En vanaf de Indische Oceaan dreigt opnieuw zwaar weer de kust te zullen treffen.