Thomas Rosenboom over Mick Jagger

Van alle onderscheidingen die je in muziek kunt aanbrengen is deze voor mij de belangrijkste: die tussen muziek terwijl je werkt, en muziek waarnaar je luistert.

De laatste twee jaren dat ik aan mijn roman Gewassen vlees schreef, deed ik er niets meer naast - in die tijd heb ik dus alleen maar die eerste soort van muziek gehoord, al draaide ik die eigenlijk juist niet tijdens het werken, omdat je dan toch gaat meezingen, maar er vlak na, als verpozing in de pauze, en vooral er vlak voor, bij wijze van voorbereiding op, of beter gezegd: uitstel van de altijd ongewisse en daarom gevreesde strijd, want je weet nooit of het wel weer zal lukken om je dagelijkse pagina aan de verborgenheid te ontroven.

Welke muziek komt voor dergelijk gebruik in aanmerking? Ik zou zeggen: alle muziek, mits nerveuzer dan je zelf al bent; mits onmiddellijk werkzaam, dus geen geschoolde stemmen waarvan je pas in tweede instantie beseft dat ze uit net zo'n keel komen als je zelf hebt, en liefst ook goed hard bovendien, omdat stramme takken niet meebuigen op een lentebriesje, en je soms toch ook tegen een dol kind moet schreeuwen juist om het te kalmeren; mits - zulke muziek kortom, die geen aandacht vraagt maar neemt. In mijn geval, toen ik aan Gewassen vlees werkte, was dat de eerste soloplaat van Mick Jagger.

Ik had indertijd een werkkamer op een afzonderlijk adres, en ik moet die plaat er duizenden malen gedraaid hebben. Elke dag begon ermee, drie of vier keer achter elkaar, daarna een paar uur schrijven, dan met een opgeblazen gevoel alsof je vijfentwintig meter onder water hebt gezwommen weer boven komen, en opnieuw die plaat draaien, je hartslag reguleren aan de onverstoorbare vierkwartsmaat van de muziek, altijd diezelfde muziek, ook al diende die nu even niet voor de prikkeling maar juist voor de rust, om niet te zeggen verdoving - zolang de pauze duurde dan, daarna riep ze weer ten strijde, enzovoorts. Volkomen geconditioneerd kon ik me allang niet meer aan de dwang onttrekken, ook niet voor het avondeten, waar ik steevast te laat voor kwam, tot deze oplossing gevonden werd: gewoon thuis om zeven uur eten, en dan terug naar de werkkamer, voor nog een compenserende zitting in de avond.

Zo verstreek de tijd, volstrekt eenzelvig, en zelfs het caf‚bezoek waarmee ik de dagen afsloot was altijd eender. Precies om half een 's nachts haastte ik mij naar de naburige kroeg De Ponteneur, waar harde muziek werd gedraaid, waar ik me moeiteloos een houding kon geven aan de leestafel, en waar ik, langzaam uit de plooien komend, nog net voor sluitingstijd twee heerlijke halve liters bier kon drinken. Na een jaar ongeveer heeft de barman mij eens een bier van de zaak aangeboden, de volgende nacht, om iets terug te doen, gaf ik een fooi, verder is er nooit iets gebeurd, heb ik er nooit een woord gewisseld.

Maar hoe ging het verder, na het werken aan Gewassen vlees, want ooit is dat boek toch wel afgekomen?

Jazeker, dat gebeurde op 23 augustus 1993, maar vreemd: omdat ik de laatste punt toevalligerwijs om kwart over twaalf 's nachts zette, leek even nog alles bij het oude te blijven. Net als anders, zij het wat minder gehaast, trok ik mijn jas aan, ging naar De Ponteneur en bestelde mijn bier. Aan de leestafel, ook net als anders, nam ik mijn eerste slok, en toen gebeurde het, toen pas merkte ik dat alles volkomen veranderd was. Er werd een nieuwe plaat opgezet, uit de stilte vol gekras en ruis klonk de volgende op, harder nog dan de muziek daarvoor: het was Mick Jagger, het eerste nummer van zijn soloplaat. Ik kromp in elkaar, maar die reflex duurde maar even; wat ik hoorde was geen aanvalssignaal meer, niet de rinkelende ketting van iemand die mij kwam halen, maar een ketting die brak - voor het eerst kon ik naar muziek luisteren zoals die werkelijk was, en wat een genot was dat niet, alleen maar luisteren, zonder strijd aan te gaan. Messcherp sneed de stem van Jagger door de ruimte, glad als zijn borst, beweeglijk als zijn lichaam - formidabele muziek was het, en bevrijd, intens gelukkig dronk ik mijn glas erbij leeg. M

Thomas Rosenboom is schrijver.

Zijn laatste roman, Publieke Werken, verscheen eind vorig jaar.