Politiek

Natuurlijk was die uitgestoken middelvinger van Jon Dahl Tomasson voor Beenhakker. Voor wie anders? Het was een moment van authentieke uitbarsting zoals je dat op voetbalvelden nog weinig ziet. Niet het geniepige grommen en klauwen, maar recht uit het hart ontploffen. Heerlijk.

De getergde matchwinner haalde zijn gram met het wapen van het volk. Er was niet alleen de middelvinger, ook zijn ogen spuwden vuur. Vanaf de plek waar hij scoorde, had Tomasson het liefst een bommentapijt uitgerold naar de dug-out waar zijn coach zichzelf stond te feliciteren. Het verlangen om te doden was groter dan de euforie om het scoren.

Na de wedstrijd werd het politiek.

Tomasson wist niet zeker meer voor wie de vinger nou bedoeld was. Misschien wel voor de racistische aanhang van Lazio die Ullrich van Gobbel zo vreselijk op de huid had gezeten. Ho maar Jon Dahl, dat is geen net leugentje. Sterker, het is bijna omgekeerd racisme. Racisten deugen niet en zijn dus ook ongeschikt als bliksemafleider voor een akkefietje tussen jou en de coach. Terecht lustte je Beenhakker rauw, maar zeg dat dan met zoveel woorden en schrik niet van je eigen haat.

Beenhakker maakte het nog politieker. ,,Ik haat tevreden wisselspelers'', zei de man die in zijn legendarische ijdelheid atomisch werd geraspt tussen de glorie en woede van een invaller. Beenhakker had ook kunnen zeggen: ,,Tomasson krijgt een boete voor onbehoorlijk gedrag en vervolgens vergeten we die middelvinger.'' Maar nee, het incident werd benoemd noch uitgesproken. De coach mompelde iets over een tactische keuze.

Pardon?

Beenhakker en tactiek, het zijn even gescheiden werelden als Napoleon en internet. Tactisch vernuft zit niet in het pakket van deze coach, wel veel Ratelbandachtig geouwehoer en een enkele keer dubieus cabaret. Voor Feyenoord was dat genoeg om kampioen te worden en dan is het goed.

Na de spectaculaire zege tegen Lazio zei de coach dat hij hartstikke blij was. Die vreugde moet dan wel héél diep verborgen hebben gezeten. Beenhakker stond erbij zoals hij meestal voor de dag komt: nors, snuivend en blazend, diep gekweld. Voetbal als Kopfgeburte, eenzaam en alleen. Professor doctor Bobo. Zonder de rook van het sigaartje was hij helemaal ontstegen aan deze planeet.

De zege van Feyenoord op Lazio was natuurlijk prachtig, maar bewijst andermaal dat logica geen wetenschap voor de voetbalwereld is. Het rommelt al vanaf het begin van het seizoen bij de Rotterdamse club. De relatie tussen de spelers en de technische staf is verzuurd. Binnen de selectie woedt een guerrilla. Van Gastel wordt door de spelersgroep geboycot. De `international' wordt een niet te pruimen hoogmoed nagedragen. Tussen Baan en Beenhakker heerst de kilte van de negatie. En Jorien van den Herik lijkt een beetje voetbalmoe. Of vreest de preses dat de FIOD ooit nog uit zijn winterslaap zal ontwaken?

In een wedstrijd tegen RKC etteren de onderlinge rivaliteiten en humeurigheden gewoon door. Maar als Feyenoord tegen Chelsea, Olympique of Lazio speelt, staat er plotseling een team. Dan slaat kennelijk het verlangen toe om in de continuïteit van het roemrijke verleden te staan. Dan willen Bosvelt, Paauwe en Samardzic toch weer lopen en werken voor Cruz en Kalou. Dan blijft zelfs die lieve meneer Baan nog een tijdje in Egypte ronddolen om zijn Afrikaanse spits veilig naar Rome te loodsen. Feyenoord is dan weer een naam van liefde. Feyenoord ontroert.

Helaas, tot groots en geraffineerd voetbal komt het niet meer in de Kuip. Het blijft klûnen op gras. Het spektakel dat Real Madrid en Bayern Munchen deze week verzorgden, wordt ons al jaren in Rotterdam, en overigens in geheel Nederland, onthouden. De schoonheid van scherpte en tucht waarmee vooral Bayern pronkte, is voor deze delta een fata morgana.

Honderd jaar Ajax, tweehonderd jaar PSV, driehonderd jaar Feyenoord: het is de hoogste tijd om een standbeeld op te richten voor de Nederlandse voetbalsupporter. Zo weinig te zien en toch zo trouw in de voetbalgekte. Het heroïsche geduld van de legioenen, die ongeschonden verwachting dat het ooit beter wordt, dát is het mysterie van het Nederlandse voetbal. Ze verheffen niet eens de middelvinger naar de dug-out op de vrijwel spektakelloze avonden in Eindhoven of Amsterdam. Dat doen ze alleen op de A2.