`Pas tevreden als Bouterse vastzit'

De uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof vestigt weer de aandacht op een Surinaams trauma: de decembermoorden van '82.

Rob Wijngaarde heeft er lang op moeten wachten. Jarenlang streed de broer van de bij de `decembermoorden' omgekomen Frank Wijngaarde voor de berechting van Desi Bouterse, de voormalige Surinaamse legerleider. Hij spande procedures aan, benaderde journalisten en politici en had een vruchteloze correspondentie met oud minister van Buitenlandse Zaken H. van Mierlo. Allemaal vergeefs. Maar gistermiddag beleefde hij zijn ,,voorlopige finest hour'', toen het hof uitsprak dat er ,,ernstige verdenkingen'' bestaan dat Bouterse bij de decembermoorden een ,,belangrijke rol'' heeft gespeeld en daarvoor ,,medeverantwoordelijk'' is. Een vervolging in Nederland zou ,,opportuun'' zijn, al moet een deskundige eerst nog onderzoeken of een Nederlandse rechter, volgens de volkenrechterlijke regels, de berechting ter hand kan nemen.

De uitspraak van het hof leverde Wijngaarde gisteravond thuis in Arnhem, zo vertelt hij, ,,27 berichten op mijn antwoordapparaat en 24 faxen met felicitaties'' op. Toch wil hij voorzichtig blijven: ,,Hoewel ik goede hoop heb, ben ik pas tevreden als er echt een gerechtelijk vooronderzoek loopt en als Bouterse achter de tralies zit. Maar dat zal nog wel even duren''.

De decembermoorden zijn in Suriname, maar ook in Nederland, een open zenuw. In beide landen was er eind 1982 sprake van een schokreactie toen bekend werd dat een groep militairen in de nacht van 8 op 9 december vijftien vooraanstaande critici van het bewind zonder enige vorm van proces had gemarteld en doodgeschoten. Als officiële reden werd destijds een mogelijke coup genoemd.

Hoewel Suriname destijds in een tijd met veel arbeidsonrust leefde, had niemand zo'n gewelddadige actie verwacht. Niet voor niets zei één van de slachtoffers, vakbondsleider C. Daal, kort voor de moorden nog tegen de Nederlandse ambassadeur: ,,Surinamers dansen en lachen, maar schieten? Zover komt het hier nooit...''

Zover kwam het dus wel en het had desastreuse gevolgen voor Suriname, niet alleen omdat Nederland als sanctie de zo noodzakelijke ontwikkelingshulp bevroor, maar vooral omdat het land de decembermoorden als een onverwerkte gebeurtenis met zich meetorst. In de jaren na 1982, waarin het Nationaal Leger de macht in handen had, was het onderwerp taboe in Suriname. Ook toen de `oude politieke partijen', na de vrije verkiezingen van 1987, weer aan de macht kwamen, werden de decembermoorden door opeenvolgende regeringen doodgezwegen. Alleen een groep van nabestaanden in Nederland en de relatief kleine Organisatie voor Gerichtigheid en Vrede spraken af en toe over het ,,oplossen van een nationaal trauma door berechting van de schuldigen''. Maar tot een onderzoek kwam het nooit.

Het buitenland deed dat wel. De Keniaanse VN-jurist Amos Wako bevestigde in 1985 de standrechterlijke executies, zoals het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en de Organisatie van Amerikaanse Staten reeds in 1983 hadden gedaan. En zelfs Bouterse zelf heeft in een aantal interviews de verantwoordelijkheid voor de gebeurtenis in Fort Zeelandia op zich genomen, vaak onder het motto: ,,het was zij of wij''.

De Nederlandse regering heeft bij de democratisch gekozen Surinaamse presidenten nooit keihard geëist dat de moorden moesten worden onderzocht. Volgens nabestaanden is daar alle reden voor, al was het maar omdat één van de slachtoffers Nederlander was. Maar Den Haag heeft de gebeurtenis vooral als een interne Surinaamse zaak gezien waar publiekelijk omzichtig mee werd omgegaan. Vandaar dat Bouterse in december 1990, tijdens een tussenstop op Schiphol, rustig kon klaverjassen in de wachtruimte van de marechausse in plaats van te worden opgepakt, ondanks dat nabestaanden daartoe hadden opgeroepen.

Het Hof zegt nu dat Nederland ,,de meest aangewezen overheid'' is om Bouterse te vervolgen. Maar of het ooit zover zal komen, is de vraag, zo geeft ook Wijngaarde toe. ,,Toch is deze uitspraak een enorme steun in de rug voor mijn verdere strijd. En die gaat door''.