ORCHIDEEËN EN MAÏS

In zijn interview met orchideeënkenner Karel Kreutz (W&O, 19 februari) legt Wim Köhler al in de eerste zin een oorzakelijk verband tussen maïsteelt en eutrofiëring. Door dierlijke mest verrijkt de biotoop waardoor stikstofminnende planten (brandnetels!) veel andere soorten verdringen, niet alleen uit de randen van agrarische percelen maar ook van ecologisch beheerde terreinen in de (wijde) omgeving.

Niet toevallig laat Kreutz aan Köhler die maïsakker zien. Het al 30 jaar aan de gang zijnde milieubederf is immers vooral te wijten aan maïs, tot in de jaren '60 in ons land een zeldzaam gewas. Maar kwekers veredelden de plant, zodat een succesvolle teelt ook in ons klimaat en op onze breedte mogelijk werd. Machinefabrikanten ontwikkelden speciale zaai- en oogstwerktuigen. Op de zandgronden (de helft van ons land) veranderde de rogge-economie in een maïs-economie. De welvaart nam daardoor enorm toe, maar ook de verdroging en de vermesting. Maïs verdraagt namelijk veel meer mest dan het zelf nodig heeft. Maar het verdraagt weinig water.

De waterschappen – pas sinds een jaar of vijf geen autarkische boerenrepubliekjes meer – legden de zandgronden droog omwille van maïsteelt en -oogst (zware machines moeten nog laat in de herfst het land op). En het agro-industriële complex (inclusief de overheid) propageerde maïsteelt in combinatie met intensieve veehouderij, vanwege de economische groei (lees: werkgelegenheid). Ik citeer uit een interview dat het Agrarisch Dagblad in juni 1998 had met biologisch melkveehouder Herman Kok in Hoogland. Kok lag (ligt) overhoop met `Den Haag' waar `men' weigert zich te verdiepen in het verband tussen oorzaak en gevolg. ``Eind jaren '70 adviseerde de landbouwvoorlichter maïs te telen'', aldus Kok. ``Omdat je op maïs zoveel mest kwijt kon. Ik vroeg toen of hij wel wist waar de meststoffen bleven, die de maïs niet opnam. In de sloot? In het grondwater? Men lachte mij uit omdat ik daar bij stilstond.''

Karel Kreutz maakt zich terecht kwaad en vraagt zich af waarom percelen op kwetsbare locaties niet worden onteigend. Maar in onze rechtsstaat is onteigenen een zeer zwaar middel, dat pas als allerlaatste instrument wordt ingezet. Voor de natuur is het dan te laat, meestal voorgoed. Een veel minder zwaar middel is het quoteren van de maïsteelt. Wanneer varkensrechten en een generieke korting daarop door de juridische beugel kunnen, waarom dan niet gekort op maïsrechten? Waterdicht en simpel te controleren (lucht-/satellietfoto's) en uiterst effectief. Minder maïs betekent automatisch minder vermesting/verdroging in bijna alle gebieden die op het verspreidingskaartje in W&O zijn ingekleurd als orchideeënland.