Omgekeerd sparen

De combinatie van huis en hypotheek lijkt heilig. De een kan niet zonder de ander. Daarom zijn mensen zo bang om extra af te lossen. Diverse lezers worstelen met dit dilemma. Vooral door de nieuwe belastingwetten (IB2001).

Een Rotterdammer (60 jaar) verkocht zijn bedrijf voor ruim een half miljoen gulden en belegde de opbrengst in beleggingsfondsen en aandelen als Philips, KPN en VNU. Daarop schrijft (verleent) hij call-opties om het rendement op te krikken. Hij woont in een huis met een aflossingsvrije hypotheek van 175 duizend gulden tegen 4,4 procent.

Hij ontvangt geen inkomen dat na 1 januari in box 1 (IB2001) valt. Daardoor vermindert het fiscale voordeel van zijn renteaftrek, eveneens in box 1, tot nul. Hoewel je met een eigen huis (de hoofdwoning) altijd box 1-inkomen moet opvoeren: het huurwaardeforfait, omgedoopt tot eigenwoningforfait. Zo blijft er toch een beperkte renteaftrek mogelijk.

Daarbij is het niet uitgesloten dat de goudondernemer bijvoorbeeld door het verhuren van onroerend goed voor zakelijk gebruik aan een familielid (zowel koude als warme kant) de huuropbrengsten belast ziet in box 1. Zo blijft hij fiscaal gezien een beetje ondernemer. De nieuwe regels op dit punt zijn ingewikkeld en streng. Haast bijbelse teksten. Uit reacties blijkt dat lezers en lezeressen broeden op opzetjes om Vermeend een heel kleine pootje uit te draaien. Je moet van goeden huize komen, wil dat lukken. Hij is net Jomanda. Raadpleeg daarom een belastingadviseur, in geval van twijfel.

De Rotterdammer ontvangt volgens eigen zeggen uitsluitend box 3-inkomsten, onder meer uit een deposito van 75 duizend gulden tegen 5,2 procent rente. Is het wijs om daarmee extra af te lossen op mijn hypotheek, vraagt hij.

Straks gaat van die depositorente jaarlijks 1,2 procent heffingsrente af. Er blijft dan 4 procent over. Over een even groot hypotheekdeel betaalt hij 4,4 procent rente, gerekend zonder aftrek. Zo gerekend is aflossen voordelig.

Vanaf 65 jaar ontvangt de briefschrijver echter een AOW-uitkering, die in box 1 valt. Daardoor komt er een geringe renteaftrek in het vizier. Desondanks lijkt aflossen geen slechte zet. Je vergroot risicoloos je besteedbare inkomen met 3.300 gulden per jaar; 4,4 procent van de afgeloste 75 duizend gulden.

Wanneer moet je in een ongeveer vergelijkbare situatie niet aflossen? Een lezer meent dat je een hypotheekschuld in box 3 van je bezittingen af mag trekken om zo de 1,2 procent heffing (over bezit min schuld) te drukken. Hetgeen tegen aflossen pleit. Zo gaat het niet. Een hypotheek op de hoofdwoning valt in box 1, vanwege de aftrekbare rente, en nooit in box 3.

Andere (hypotheek)schulden vallen wel in box 3. De eigenaar van een tweede woning of ander onroerend goed, betaalt straks over de waarde die 1,2 procent heffing. Dus niet de huur of het huurwaardeforfait zijn belast, maar het forfaitaire rendement (van 4 procent) met 30 procent. De hypotheekschuld van de tweede woning drukt wél de belasting in box 3. De schuld verlaagt immers de grondslag voor de 1,2 procentheffing (30 procent van 4 procent).

Wie in box 3 spaargeld achter de hand houdt voor noodgevallen, een andere auto of vergelijkbare doelgerichte en nuttige bestemmingen voor korte termijn (tot 5 à 6 jaar), moet daarmee niet aflossen.

Gaat het om overtollige middelen, dan wordt het rekenen. Stel je betaalt elk jaar 10.000 gulden hypotheekrente (8 procent over 125.000 gulden) en valt straks in het circa 34 procent tarief tot 58.381 gulden, dan betaal je 66 procent of 6.600 gulden zelf. Dus 5,28 procent; 66 procent van 8 procent. Een belegging of besparing in box 3 die netto (na aftrek van 1,2 procent) minder opbrengt dan 5,28 procent, levert meer op door af te lossen.

In de andere nieuwe belastingschijven van 42 en 52 procent, en bij lagere hypotheekrentes, liggen de procentuele grenzen lager, omdat de fiscus relatief meer bijdraagt aan hypotheekrente.

Alle briefschrijvers die vragen of ze moeten aflossen of beleggen, kunnen die vraag zelf beantwoorden. Ze kennen hun hypotheekrente, nieuwe belastingtarief, opbrengst van de besparingen, en doelen en wensen. De opbrengst van nieuwe beleggingen moeten ze zelf schatten. Dat kan je niet afschuiven op een ander. Houd het rendement op aandelen langer belegd dan 5, 6, 7 jaar, bijvoorbeeld op 8 (neutraal) tot 12 procent (optimistisch) per jaar.

Er is een principieel verschil tussen aflossen en beleggen. Aflossen levert een gegarandeerd (rente)voordeel op. Het is omgekeerd sparen. Het voordeel van beleggen is meestal niet te voorspellen.

Een lezer maakt zich boos over de tegenvallende winstbijschrijving op een levensverzekering bij een hypotheek. Controleert niemand dat? Goeie vraag. Wat is winst? Informeer eens bij de Ombudsman Levensverzekeringen, Postbus 93560, 2509 AN Den Haag, telefoon (070) 333 89 99.