NAAKTE MOLRAT PREFEREERT TOCH UITTEELT BOVEN INTEELT

Binnen kolonies van de ondergronds levende naakte molrat (Heterocephalus glaber) zijn de individuen genetisch buitengewoon eenvormig. Niet-barende vrouwtjes werken samen bij het grootbrengen van de jongen van de koningin. De kolonies hebben de hoogste inteeltcoëfficiënt die van dieren in het wild bekend is. Daarom hebben onderzoekers wel verondersteld dat de dieren genetisch gezien baat hebben bij elkaars voortplantingssucces. Dit zou voor de naakte molrat zelfs zo zwart-wit liggen, dat die bij voorkeur zou paren met naaste verwanten, wat inteelt oplevert. Hij zou kruising van lijnen (uitteelt) doelbewust vermijden.

Maar onderzoek aan individuele dieren en nieuwgevormde groepen laat zien dat de naakte molrat allereerst toch voor uitteelt kiest. (Behavioral Ecology 11/1: blz. 1-6 en 7-12.) Deborah Ciszek van de universiteit van Michigan in de V.S. stelde in een laboratoriumexperiment kolonies samen van bekende broers en zussen en een gelijk aantal onbekende minder verwante familieleden. De stelletjes die zich vormden bestonden significant vaker uit elkaar aanvankelijk onbekende verre familie. Een bepaalde vorm van verwantschapsherkenning moet volgens Cizsek een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van dit paringspatroon.

Onder minder gecontroleerde, maar wel zo natuurlijke omstandigheden komt Stanton Braude van het International Center for Tropical Ecology van de Universiteit van Missouri tot eenzelfde vaststelling over de inteeltwens vanmolratten. Vroeger veldwerk suggereerde dat kleine kolonies zeldzaam zijn en dat nieuwe kolonies zich alleen vormen door afsplitsing van een bestaande. Maar Braude trof in het wild dieren aan die er individueel op uitgingen om een nieuwe kolonie te vormen en nadrukkelijk uitteelt in plaats van inteelt zochten. Uitteelt lijkt zelfs zo vaak voor te komen, dat deze onderzoeker bestrijdt dat inteelt nog gezien mag worden als paringsprincipe van naakte molratten.

Een verleidelijk helder scenario lijkt hiermee van de baan. De schijnbaar onbaatzuchtige opstelling van molratten laat zich nog steeds verklaren door hun nauwe genetische verwantschap. Het opvallende gebrek aan genetische variatie binnen kolonies is ook nog wel verklaarbaar. Maar hoe vaak dieren de kolonie verlaten en hoe vaak en op welke manier kolonies ontstaan is onduidelijk geworden. Wat dat betreft sturen deze kale excentriekelingen theoretische populatiebiologen en genetici terug naar de tekentafel. (Frans van der Helm)