Laatbloeier met groot politiek instinct

Een groot deel van zijn leven was George W. Bush een mindere versie van zijn vader. Dat hij ook kwaliteiten heeft die de voormalige president miste, zoals charme en humor, komt hem goed van pas nu hij zelf aast op het Witte Huis.

Het was een harde slag voor George W. Bush toen zijn vader, zijn grote held, verslagen werd in de eerste verkiezingscampagne van zijn leven. Het was 1964. De zoon was een kersverse eerstejaars student aan Yale, de vader een voormalig oorlogspiloot en succesvol zakenman in de Texaanse olie-industrie, die als conservatieve Republikein probeerde een zetel in de Senaat te bemachtigen. Een linkse Democraat won op het nippertje.

Kort na de pijnlijke nederlaag sprak de jonge Bush met zijn studentenpastor, die een studiegenoot van zijn vader was geweest. ,,Ik heb je vader gekend'', zou de pastor volgens Bush hebben gezegd, ,,maar hij is verslagen door een betere man.'' Dat kwam hard aan voor een jongen die ermee was grootgebracht om trots te zijn op zijn familie. Zijn grootvader, Prescott Bush, was senator voor Connecticut geweest. Zijn moeder stamde af van de negentiende-eeuwse president Franklin Pierce. Ooms en oud-ooms hadden naam gemaakt (en kapitaal vergaard) op Wall Street.

De pastor, die later bekend werd als vredesactivist, zegt dat hij zich niet kan voorstellen dat hij zo'n opmerking heeft gemaakt. Maar voor Bush was het incident tekenend voor het klimaat dat in de jaren zestig heerste aan de elite-universiteiten aan de oostkust. Hij heeft er veel feest gevierd, maar zich er nooit echt thuis gevoeld. En altijd is hij blijven neerkijken op studiegenoten die wèl bloeiden in die onrustige, linkse tijden, zoals Strobe Talbott, de huidige plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, en Gary Trudeau, de tekenaar van de politieke strip Doonesbury.

Ook toen het steeds beter ging met de politieke loopbaan van vader Bush, was het niet makkelijk om zijn oudste zoon te zijn. Junior, zoals hij nu nooit meer wordt genoemd, trad al jong in de voetstappen van zijn vader. Maar met aanzienlijk minder succes.

Hij ging naar dezelfde school en dezelfde universiteit, maar presteerde zowel op academisch als op sportief niveau veel minder. Hij werd ook militair piloot, maar waar de vader gevaarlijke missies in de Tweede Wereldoorlog vloog, vermeed de zoon de oorlog van zijn tijd, die woedde in Vietnam. Zoals veel zonen uit welgestelde families wist hij een plaatsje te krijgen bij de National Guard, zodat hij, zoals een van zijn biografen spottend schrijft, ,,de grens bij de Golf van Mexico en de Texaanse olievelden kon beschermen tegen vijandelijke aanvallen''. Van enig politiek bewustzijn was in die dagen bij Bush nog geen sprake.

Het zou lang duren voor Bush wist wat hij met zijn leven aanmoest. Hij stortte zich met weinig succes in de olie-industrie, hij deed vergeefs een gooi naar een zetel in het Huis van Afgevaardigden en hij begon stevig te drinken. Hij hielp zijn vader bij de verkiezingscampagne die hem in 1988 het Witte Huis bezorgde.

En hij ging pas zijn eigen weg toen hij, met behulp van een grote lening en relaties van de familie, mede-eigenaar en manager werd van een professioneel honkbalteam. Hij werd het gezicht van de Texas Rangers, de man die de relaties met sponsors, politici en de media onderhield. En hij floreerde in die rol.

Nu bleek dat George W. niet alleen een wat mindere versie van zijn vader was, maar dat hij ook kwaliteiten bezat die de president miste. Hij had misschien geen glanzende loopbaan achter de rug en hij was zeker geen intellectuele reus, maar dat compenseerde hij met zijn joviale, charmante karakter, zijn gevoel voor humor en zijn vermogen om met allerlei mensen gemakkelijk om te gaan. Op zijn veertigste werd hij een herboren christen en zwoer hij de drank af. Toen Bush senior in 1992 zijn tweede grote nederlaag incasseerde, het verlies in de presidentsverkiezingen tegen Bill Clinton, was George W. 46 jaar en klaar voor zijn eigen politieke carrière. Twee jaar later werd hij gekozen tot gouverneur van Texas.

Daar voelde Bush zich op zijn plaats, ondanks zijn geringe ervaring en zijn beperkte belangstelling voor politieke vraagstukken. Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom de kopstukken van de Republikeinse partij zo'n twee jaar geleden een aantrekkelijke presidentskandidaat in hem begonnen te zien. Bush is in Texas niet alleen populair bij traditionele Republikeinen, maar ook bij groepen kiezers die de Republikeinen in de rest van het land in groten getale van zich vervreemd hebben, zoals vrouwen en hispanics. In 1998 werd hij met grote meerderheid (bijna 70 procent) herkozen: 65 procent van de vrouwen stemde voor hem, de helft van de hispanics en zelfs 27 procent van de kiezers die als Democraat geregistreerd stonden.

Bovendien werkte Bush in Texas effectief samen met de Democraten in de volksvertegenwoordiging. En hij had zijn onafhankelijkheid en goede politieke instinct bewezen door halverwege de jaren negentig niet mee te doen aan de anti-immigrantenstemming die toen steeds meer veld won in de Republikeinse partij. Bush leek kortom de ideale man om de Republikeinen terug te leiden naar het politieke midden.

In de harde strijd van de voorverkiezingen is Bush de afgelopen weken fors opgeschoven naar rechts. Dat heeft afbreuk gedaan aan zijn reputatie als een gematigde conservatief die brede groepen kan aanspreken. Maar het is meer een kwestie van stijl en retoriek dan van harde standpunten. Hij blijft een internationalist, een tegenstander van een amendement bij de grondwet dat abortus verbiedt en in het algemeen huiverig voor dramatische breuken in het beleid. Hij blijft, met alle verschillen, een zoon van zijn vader.

DOSSIER www.nrc.nl