`Ik heb nieuwe herinneringen nodig'

Als kind van zeven maakte Loung Ung de volkerenmoord van Pol Pot in Cambodja mee. Twintig jaar later schreef ze haar herinneringen op. `In leven blijven was het enige dat telde.'

Op een middag zie ik naast een oude vrouw, op wie niemand let, een rijstbal liggen. Ik pak hem snel op en stop hem in mijn zak. Als ik buiten het terrein ben, voel ik me vreselijk schuldig om wat ik gedaan heb. Omdat ik haar eten heb gestolen, zal ik medeschuldig zijn aan haar dood. Ik ben letterlijk een nagel aan de doodskist van de oude vrouw.''

Deze passage staat in het boek Eerst doodden ze mijn vader door Loung Ung, een Cambodjaans-Amerikaanse die als kind van zeven de volkerenmoord van de Rode Khmer overleefde. Deze week verscheen de Nederlandse vertaling. Het is een ooggetuigeverslag van een vlucht van een gezin van negen door de killing fields. Haar ouders en twee zussen haalden het niet.

,,Elke dag opnieuw was een bewuste inspanning om te overleven. Elke dag opnieuw nam je je dat voor. In leven blijven was het enige dat telde. Op wat voor manier ook.''

Loung Ung, nu 29, doet zich in haar boek, een tijdsdocument dat met ijzige distantie haar kindertijd fileert, niet beter voor dan ze is. Het is moeilijk te geloven dat deze druk pratende, levenslustige jonge Amerikaanse slachtoffer was van een van de grootschalige tragedies van de vorige eeuw. Ze trekt haar benen op en zet haar modieuze plateauschoenen op de rand van het Louis Seize-tafeltje in een Amsterdams hotel. Ze maakt zich nog kleiner dan ze is. ,,Waarom moet juist ik het zijn die de volkerenmoord overleefde? Waarom niet mijn zussen die veel goedaardiger waren dan ik? Ik hield me in leven met stelen, ik deed alles om te overleven terwijl ik als kind eigenlijk nog geen idee had wat het leven voorstelde. Er gaat geen dag voorbij dat ik daar niet aan denk.''

Nachtmerrie

Twintig jaar lang spookt een nachtmerrie door haar hoofd van een zevenjarige die de meest afschuwelijke dingen heeft meegemaakt. Verdringing van die herinneringen bracht haar aan de rand van zelfmoord. Totdat een therapeut haar ervan overtuigde dat het kind in haar hoofd zijzelf was. De eerste sessie was het moeilijkst. Ze liep de wachtkamer uit, moest overgeven, niet bij machte haar pijn onder woorden te brengen. De therapeut adviseerde haar een dagboek bij te houden. Ze schreef honderden pagina's vol, gaandeweg verminderden de opgekropte haat, wroeging en wraakgevoelens.

Loung Ung: ,,Telkens wanneer familie de oorlog ter sprake bracht, deed ik net of de oorlog langs me heen was gegaan. Dus vroegen ze niet naar mijn ervaringen. Jonge kinderen wordt sowieso niets gevraagd in mijn cultuur, de oudste doet doorgaans het woord. Ik koesterde mijn herinneringen. Langdurig. Zo kon ik mijn woede cultiveren. Die woede maakte me sterk en gaf me weerstand.''

Fragment uit het boek: `Ik heb nieuwe herinneringen nodig die me kwaad maken, om de oude te verdringen waar ik triest van word. Mijn woede zorgt ervoor dat ik lang genoeg in leven blijf om ooit wraak te kunnen nemen.'

Loung Ung: ,,Tot de dood van Khmerleider Pol Pot was mijn enige wens om een hoop geld te verdienen, terug te gaan naar Cambodja, moordenaars in te huren om al die handlangers van Pol Pot van kant te laten maken. Niet fraai, zoveel haat, voor iemand als ik, een vredesactiviste.'' Ze lacht om niet te huilen.

Het gezin ontvluchtte in april 1975 het belegerde Phnom Penh. De Angkar, de nieuwe overheid van communistische Rode Khmers, had ten minste twee gegronde redenen het gezin uit te moorden. Na de ontmoeting met haar moeder, een Chinese, was haar vader, een boeddhistische monnik, uitgetreden en opgeklommen tot majoor bij de militaire politie en de geheime dienst van Lon Nol. Dat was één reden. De Rode Khmers die iedere stedeling, intellectueel, iedere betrokkene bij het ancien régime van Lon Nol elimineerden, wilden Cambodja zuiveren van vreemde smetten. Terug naar het jaar nul, was hun streven. Ze hadden het vooral gemunt op Chinezen en Vietnamezen. Loung Ungs moeder kon haar afkomst moeilijk verbergen, ze had een lichtere huidskleur en een sterk Chinees accent. Het was zaak de identiteit van vader én moeder angstvallig geheim te houden. Aanvankelijk lukte dat. Twintig maanden lang zwierven ze van het ene naar het andere dorp, geteisterd door honger en terreur.

Het gezin verhongerde langzaam. Ze hielden zich in leven door het eten van rotte bladeren, van opgegraven wortels. Met een val gevangen ratten, schildpadden en slangen aten ze met huid en haar op. De kinderen leefden van sprinkhanen, krekels en torren. Van dorpelingen hoorden ze griezelverhalen over kannibalisme. Een fragment uit het boek: `Ik weet niet wat ik met mijn wanhoop aanmoet. Altijd maar buikpijn van de honger. Nooit houdt het op. Vaak voel ik me schuldig omdat ik me in mijn dromen volprop en het eten zelfs voor mijn jongste zusje Geak verberg.'

Loung Ungs oudere zus Keav is de eerste die crepeert van de honger. Niet veel later komen twee Khmersoldaten, gekleed in zwarte broek en hemd met roodwit geblokte sjaal, Ungs vader halen. De vader die ze aanbidt, `de enige die zichzelf altijd in de hand heeft', schrijft ze. Hij neemt gelaten en waardig afscheid van zijn kinderen.

Haar moeder ziet zich kort erna genoodzaakt de kinderen weg te sturen. `Ik wil jullie niet meer zien,' zegt ze, `blijf niet samen, anders red je het niet. En kom niet meer terug.'

Loung Ung, nog geen acht, verkropt haar woede: `Ik mis mama niet meer; ze wil me niet meer bij zich hebben. Ik heb niemand. Ik ben helemaal aan mezelf overgelaten.'

Het zal jaren duren voor ze beseft dat haar moeder door de kinderen weg te sturen hun levens heeft gered.

Houten staak

Bij toeval komt Loung Ung, samen met haar drie jaar oudere zus Chou, terecht in een werkkamp voor wezen. Een kampbegeleidster selecteert haar als kindsoldaat omdat ze zich strijdlustig verweert tegen racisme door haar lotgenoten. Ze wordt voor `stomme Chinese' uitgescholden en gaat haar belagers regelmatig te lijf. Tijdens de opleiding als kindsoldaat leert ze hoe de hoofden van Youn, Vietnamese indringers, met een hamer te verbrijzelen en ze met een sikkel te onthoofden, maar in de praktijk zal het hier niet van komen. Fragment uit het boek, vlak nadat ze verneemt dat ook haar moeder en haar jongste zusje zijn meegevoerd door Rode Khmers: `Als we de volgende dag gevechtstraining hebben, storm ik op de Younpoppen af. Mijn huid tintelt van haat en woede. Ik haat de goden omdat ze me zoveel pijn doen. Ik haat Pol Pot omdat hij papa, mama Keav en Geak heeft vermoord. Ik steek de houten staak hoog in de borst van de pop en voel hoe hij door het lichaam heen schiet en op de boom afketst. Hard en snel stoot ik toe, en steeds zie ik daarbij niet een Youn voor me, maar het lichaam van Pol Pot.'

De Vietnamezen, die ze na ontsnapping uit het kamp op haar vlucht oostwaarts treft, bieden evenmin soelaas. Een van deze `bevrijders' probeert haar te verkrachten. Samen met haar oudste broer Meng en diens vrouw die ze bij de Vietnamese grens ontmoet, vlucht ze als bootvluchteling in 1980 via Vietnam naar Thailand. De boot wordt halverwege ook nog onderschept door piraten. Ze moet haar allerlaatste bezittingen afstaan. Tezamen krijgen ze asiel in de VS. Daar maakt ze zich de Amerikaanse cultuur snel eigen, ze speelt voetbal, eet veel pizza, en wordt cheerleader op high school. Maar wat blijft, zijn de nachtmerries.

In Vermont, waar ze met haar broer is neergestreken, past ze op zijn kinderen en ondergaat een metamorfose tot volbloed Amerikaanse. Ze volgt een studie politieke wetenschappen en werkt een jaar in een vrouwenhuis in Maine. In 1997 verhuist ze naar Washington. Als woordvoerder van een organisatie van Vietnam-veteranen, een volle baan, is zij het gezicht van de wereldwijde antilandmijncampagne, de beweging die in datzelfde jaar de Nobelprijs voor de Vrede wint. Zo kan ze de aandacht vestigen op het lot van veertigduizend kreupelen. Want elke maand trappen ongeveer honderd Cambodjanen op landmijnen, waarvan er nog vier tot zes miljoen stuks verborgen onder de grond liggen. Ze bezoekt Cambodja vele malen, geeft talloze lezingen in de VS. Loung Ung: ,,Het waren er vijftig vorig jaar, plus nog allerlei congressen en conferenties. Door de mensen te vertellen over de volkerenmoord kom ik zelf met het verleden in het reine en kan ik iets doen wat mijn leven inhoud geeft. Hoe meer ik erover praat, des te minder word ik achtervolgd door nachtmerries. Hoe meer mensen luisteren, des te minder haatdragend ik ben.'' En met een relativerende grijns: ,,En het scheelt me ook nog een hoop geld voor psychotherapie.''

Tribunaal

De dood van Pol Pot in 1998 laat voor Loung Ung een grote leegte achter. Een voorname bron van informatie over de medeschuldigen aan de genocide is hiermee voorgoed verdwenen. Een internationaal tribunaal, waar de overgebleven, inmiddels bejaarde beulen moeten terechtstaan, zal dat hiaat in de geschiedschrijving opvullen, hoopt ze. Maar met de instelling van deze rechtbank wil het niet erg vlotten. Loung Ung: ,,Er ligt nu een voorstel bij de Verenigde Naties. De Amerikanen willen een verdeling van drie Cambodjaanse en twee buitenlandse rechters. De VS hebben vijftien tot twintig goedgedocumenteerde dossiers verzameld, maar de Cambodjanen willen vooralsnog niet meer dan vijf of zes zaken voor de rechter brengen. Ondertussen lopen de daders vrij rond en nemen het er goed van. Als ze nog langer wachten zijn ze allemaal overleden.''

Loung Ung hoopt vurig dat er voor 17 april uitsluitsel komt. Dan wordt de waanzin die haar land precies 25 jaar geleden overspoelde, herdacht. Tegen die tijd zijn, naar verwachting, in de VS tienduizenden, zo niet honderdduizenden exemplaren van haar boek over de toonbank gegaan. Oorspronkelijk wilde de uitgever Loung Ung als `de Cambodjaanse Anne Frank' promoten. Haar dagboekachtige beschrijving van zowel de alledaagse als de meest afschuwelijke gebeurtenissen, zoals het bijwonen van een executie, verleidt gemakkelijk tot vergelijken. Loung Ung is daar fel tegen. Ze heeft resoluut de verwijzing uit het promotiemateriaal laten schrappen: ,,Elke vergelijking met de holocaust van de joden gaat mank. Het doet de complexiteit van genocide geen recht. De enige overeenkomst is dat het gaat om gruweldaden waartoe de mens in staat is. Daden die de mens een ander aandoet, net als in Rwanda en Bosnië. Maar het is schaamteloos om de slachtoffers over één kam te scheren. Dan neem je hun identiteit weg.''

Haar grootste verlangen is om ooit zelf een documentaire te maken. De route te volgen die ze in 1975 en 1976 met haar familie heeft afgelegd. ,,Als een pelgrimstocht, opgedragen aan mijn ouders en mijn twee zusjes'', zegt ze. Want de herinnering aan hen wil ze levend houden.

En de nachtmerrie van het kind van zeven?

,,Ach,'' zegt Loung Ung lachend, ,,als de depressies komen, pak ik een boek over overlevenden van de holocaust die toch gelukkig zijn geworden. Pas geleden zag ik een tv-documentaire over oorlogsslachtoffers, ze trouwden en kregen kinderen. Dat geeft me hoop, troost en inspiratie.''

Hoe ondergaat ze de hype die de uitgever en de media rond haar persoon creëren? ,,Ik laat me bewust exploiteren, tot op zekere hoogte tenminste,'' zegt ze zelfverzekerd, ,,maar hoe vestig ik anders de aandacht op het drama in Cambodja? Hoe toon ik anders dat de campagne tegen landmijnen me na aan het hart ligt? Het boek fungeert als vehikel. Je moet het niet lezen als een gruwelverhaal. Het is ook een liefdesverklaring, over de liefde tussen mijn vader en moeder, over hoop en wilskracht, de drang tot overleven. Hoeveel Cambodjanen hebben niet dezelfde ervaring als ik? Anderhalf tot twee miljoen van ons zijn uitgemoord, een kwart van de bevolking. Maar miljoenen hebben het overleefd. Het is niet alleen mijn verhaal, ook het hunne. Als jij destijds in Cambodja had geleefd, zou jij het ook hebben meegemaakt. Het boek is een bewijs dat de kracht van de geest alles kan overwinnen.''

Samen met haar oudere broer Khouy, die honderd bladzijden bijzonderheden over de familie toevoegt, vult ze na uitgebreid onderzoek haar herinneringen aan met context. Loung Ung: ,,De gruwelijke gebeurtenissen staan onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift. Ik was als kind niet in staat mijn angst en zorgen te verwoorden, maar ik heb ze net zo intensief ondergaan als elke volwassene. En ik ken weinig mensen die deze mate van geweld hebben doorstaan.''

'Eerst doodden ze mijn vader', uitg. Anthos, vert. Irving Pardoen, 250 blz., ƒ39,90.