Hoe de Papoea's hun vrijheid verspeelden 2

,,Wij moeten deze volksraadpleging winnen in het belang van de integriteit der Republiek Indonesië, met redelijke of met onredelijke middelen.''

Dat schreef de kolonel der infanterie Soemarto, commandant van het militaire ressort Merauke, op 8 mei 1969 aan de regent van dit gebied in het zuidoosten van toenmalig Irian Jaya. De regentschapshoofdstad Merauke was de eerste van de acht stedelijke centra van Irian Jaya (dat nu Papoea heet) waar in 1969 `beraadslagende volksvergaderingen' (musyawarah) werden gehouden. Die moesten een uitspraak doen over de aansluiting van het voormalig Nederlands Nieuw Guinea bij Indonesië.

Vorige week spraken 300 afgevaardigden naar het zogenoemde Groot Papoeaberaad in het stadje Sentani uit dat de gang van zaken bij de volksraadpleging van 1969 in strijd was met het Verdrag van New York, dat Nederland op 15 augustus 1962 sloot met Indonesië. Daarin staat dat Nederland de soevereiniteit over Nieuw Guinea op 1 oktober 1962 zou overdragen aan een overgangsbestuur van de Verenigde Naties, die het gebied op hun beurt op 1 mei 1963 zouden overdoen aan Indonesië. Nederland bedong daarbij dat de bevolking na de overdracht zou worden geraadpleegd. Artikel 18, lid C van het verdrag bepaalt dat `alle volwassenen' stemrecht zouden krijgen en dat deze `Act of Free Choice' zou worden uitgevoerd `in overeenstemming met internationaal geldende normen'.

Het ging anders. Uit de destijds 809.337 inwoners van Irian Jaya selecteerden de Indonesiërs 1.025 notabelen, uitgesplitst over acht regentschappen. De werkwijze bij de selectie van deze `afgevaardigden' en bij de besluitvorming in de acht `raden' staat nauwkeurig omschreven in een `geheime instructie' die kolonel Soemarto op 8 mei 1969 naar de regent van Merauke stuurde. Deze krant wist de hand te leggen op een kopie van de bewuste brief.

De kolonel, die als militaire commandant tevens voorzitter was van het zogenoemde Regionale Leiderschapsoverleg in Merauke, kon wegens een verblijf in Jayapura, waar hij overleg voerde met het `bijstandsteam' uit Jakarta, niet aanwezig zijn bij de eerste selectie van `afgevaardigden'. ,,Uitgangspunt'', schrijft Soemarto, ,,moet zijn dat Indonesië deze volksraadpleging wint en niet slechts de uitvoering van de bepalingen van het Verdrag van New York.'' Daarbij ,,zijn alle middelen, eigenlijke en oneigenlijke, geoorloofd''. ,,Bij de selectie van de leden van de raad'', vervolgt Soemarto, ,,moeten we aspirant-leden steeds individueel beoordelen. Criterium dient te zijn dat hun loyaliteit jegens de Republiek Indonesië kan worden gegarandeerd.''

De kolonel heeft aan alles gedacht: ,,Indien tijdens de standpuntbepaling vooraf blijkt dat leden moeten worden vervangen om onze overwinning niet in gevaar te brengen, dient men de moed te hebben om oneigenlijke methoden te gebruiken om de bewuste leden te verwijderen voordat de officiële beraadslaging begint.'' Verder, schrijft de kolonel, ,,dient men paraat te zijn voor tegenmaatregelen buiten het zittingsgebouw om het hoofd te bieden aan eventuele acties van de volksmassa die het niet eens is met een overwinning onzerzijds''.

Over de waarnemingsmissie van de VN onder leiding van de Boliviaanse diplomaat Fernando Ortiz-Sanz schrijft Soemarto: ,,Men dient als maatstaf te nemen dat hij adviseur en assistent is van de Indonesische regering en geen bemiddelende instantie. Om die reden dient hij zich te houden aan de hier geldende regels.''

Alle 175 afgevaardigden in Merauke stemden op 14 juli 1969 voor aansluiting bij Indonesie. De `raden' in de andere zeven regentschappen volgden trouw.