Here, zegen deze spijzen, amen

Aan tafel wordt gegeten, gesproken, geruzied of gezwegen.

Een serie over Hollandse zeden en gewoonten. De Friese familie Dijkstra: worst, brood, prei en 'even stil wezen'.

Een groot, modern melkveebedrijf in Delfstrahuizen, Friesland. Hier wonen Fokke (53) en Romkje (46) Dijkstra met vier van hun zes kinderen: Germ (25), Grietsje (24), Trinus (16) en Jeltsje (12). Hun dochters Jantsje (22) en Gerrie (20) zijn het huis uit en wonen samen met hun vriend.

Fokke melkt tachtig koeien en mest wat kalveren. Germ helpt hem, maar hij werkt ook op een accountantskantoor. Grietsje is keukenhulp in een bejaardentehuis. Trinus en Jeltsje zitten op school. Naast de boerderij, in een kleine bungalow, wonen de grootouders.

Om half zes loopt Romkje Dijkstra naar de schuur om aardappels te halen. Irenes. Ze krijgt ze iedere herfst aangeleverd door een boer uit de buurt. Tien zakken van vijfendertig kilo. Grietsje, het oudste meisje, gaat naar de stal en komt terug met een pan melk. Die zet ze op het for nuis. Daarna begint ze de tafel te dekken. Diepe borden voor de kinderen, platte borden voor de ouders. Die eten straks brood, die hebben om twaalf uur al warm gegeten.

Romkje snijdt intussen de prei. Die komt van een andere boer uit de buurt. Zelf heeft ze alleen in de zomer genoeg groente uit eigen tuin. Jeltsje, het jongste meisje, zit aan tafel een boek te lezen van de rijdende bibliotheek, Lieve oom Kluns, van Francis Farmer. Trinus, de jongste zoon, zit naast haar. Hij bladert wat door het Agrarisch Dagblad. Om tien voor zes komt Germ binnen, de oudste zoon. Hij heeft tot vijf uur gewerkt en heeft daarna de kalveren gevoerd.

'Is het bijna klaar?', vraagt hij aan zijn moeder.

'Bijna', zegt Romkje.

Om zes uur zet ze de pan met melk en twee braadpannen op tafel, één met worst en één met jus en gehaktballen. De aardappels en de prei gaan in schalen. Bij het bord van Trinus zet ze appelmoes en stoofperen neer. Vroeger, zegt ze, gaf ze die er alleen op zondag bij. Nu iedere dag. Bij Romkjes eigen bord staan aardbeienjam en hagelslag, appelstroop, kaas en worst. En zelfgekarnde boter. In de zomer loont het de moeite, zegt ze. Dan geven de koeien veel melk en zijn de prijzen laag. Maar in de winter, zegt ze, is de melk duur. En dan gaat alles, inclusief de room, naar de fabriek.

'Zullen we even stil wezen', zegt Germ.

Zijn vader is nog in de stal, zijn werk is pas om zeven uur klaar. Maar Jeltsje moet zo naar de repetitie van het kinderkoor. En op andere avonden moet ze naar catechisatie of naar korfbal. En anders moet Grietsje wel naar korfbal.

Iedereen vouwt de handen. Jeltsje bidt hardop: 'Here, zegen deze spijzen, amen.'

'Eet smakelijk', zegt Grietsje.

Ze scheppen voor elkaar de borden vol, ze prakken de prei door de aardappelen, ze eten.

Bij het tweede bord zegt Trinus: 'Nummer 11 heeft vanmorgen gekalfd.'

'O', zegt Grietsje. 'Is het een beste?'

'Logischerwijs is het een wat mindere', zegt Trinus. 'De koe is al oud.'

'Hij kalfde wel mooi vlot', zegt Germ.

'Als je secuur kijkt, zie je dat het kalf iets minder inhoud heeft', zegt Trinus.

'O', zegt Grietsje.

Ze maken hun borden leeg en dan schept hun moeder er met een grote soeplepel warme melk in. Er gaat Brinta doorheen en suiker.

Germ zegt: 'Pake heeft een nieuwe auto.'

Trinus: 'O ja?'

Germ: 'Ik heb hem vandaag opgehaald. Van Beppe kreeg ik een chocoladereep.'

Trinus: 'Als je die niet lust, lust ik hem wel.'

'Haha', zegt Grietsje. 'Dat zou je wel willen.'

Ze heeft zelf ook een chocoladereep gekregen. Ze heeft een brief van Foster Parents Plan voor haar grootouders vertaald.

Om half zeven ruimt Grietsje de tafel af. Haar kleine zusje helpt haar. Het bord van hun vader, het brood en het beleg laten ze staan. Voor in het huis, zeggen ze, doen zij alles. De jongens doen alles achter in het huis. Trinus en Germ gaan nog even naar de stal, even kijken hoever hun vader is. Om zeven uur precies komt Fokke binnen, gewassen en omgekleed. 'Ha', zegt hij. Hij wrijft zich in de handen.

Hij gaat aan het hoofd van de tafel zitten, bidt voor zichzelf en begint te eten. Zeven boterhammen met hagelslag en worst, en een stuk roggebrood met kaas.

'Hoe ga je morgen naar Jantsje', vraagt Grietsje aan haar moeder.

'Koffietijd daar', zegt Romkje.

'Kom', zegt Grietsje tegen haar zusje. 'Ik breng je naar koor.' M