Helmantel

In een artikel `Ontkenning van het modernisme' (NRC Handelsblad, 3 februari) heeft Hans Den Hartog Jager moeite met het werk van de schilder Helmantel. Geërgerd constateert hij dat diens schilderijen opmerkelijk populair zijn en voor stevige prijzen worden gekocht.

De tentoonstelling in het Rembrandthuis wordt druk bezocht. Dat mag eigenlijk niet. Waarom? Omdat de kunstenaar niet `modern' is. Op zijn stillevens staan geen Ikea-meubels of mobiele telefoontjes, maar dezelfde dingen als op die van de beroemde zeventiende-eeuwers: een kom met eieren, groente, glazen, een brood. Hij kijkt met dezelfde intense aandacht als Heda of Coorte, hij bereikt een soortgelijke verfijnde stofuitdrukking en gebruikt een verwante clair-obscur compositie. Toch zijn het, zoals de auteur terecht opmerkt, onmiskenbaar schilderijen van hier en nu.

Helmantels werk doet Den Hartog Jager denken aan Van Meegeren. Dat is een onbegrijpelijke vergissing. Van Meegeren was een doelbewuste, bekwame vervalser. Zijn grootste triomf was dat Bredius, de erkende autoriteit op het gebied van de zeventiende-eeuwse schilderkunst, Van Meegerens Emmausgangers tot een onbekend meesterwerk van Vermeer uitriep. Dat leverde miljoenen op, maar vooral de voldoening dat hij, Van Meegeren, de officiële kunstwereld voor schut had gezet.

Helmantel ontkent niet het bestaan van het modernisme, alleen hij heeft er geen boodschap aan. Een knap geschilderde kom met glanzende eieren is véél interessanter als kunstwerk uit de twintigste eeuw dan een door Duchamp gesigneerd urinoir, of een kist met ziekenhuisafval zoals het Stedelijk onlangs aankocht.

Het modernisme als doctrinaire ideologie bloedt dood, de lege museumzalen bewijzen het. Maar de schilderkunst bestaat nog.