`Haal die kinderen daar weg!'

Als kinderen ernstig mishandeld worden, grijpt de Raad voor de Kinderbescherming in. Dat gebeurde onlangs in de zaak van `Tante Mildred'. Maar de Raad wil meer doen. Eerder. Ouderwetse wet- geving bemoeilijkt dat.

Het gaat razendsnel, op twee februari. Acht politiemannen van een speciale eenheid rennen samen met medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en een kinderpsychiater van het RIAGG de woning van `tante Mildred' in Hoogvliet binnen. Mildred (59) ziet zich als een uitverkorene van `De Geest'. Eerst worden zij en haar vijf vrouwelijke volgelingen gescheiden van de in het huis aanwezige kinderen. Dan draagt de politie de zes gillende en huilende kinderen naar een wit bestelbusje, dat voor de deur klaarstaat.

Byron, met zijn dertien jaar het oudste kind, ziet nog kans een bijbel mee te grissen. In het busje begint hij met monotone stem voor te lezen. Zijn zus Jeanette (12) en de vier kleine meisjes (4, 5, 6 en 7 jaar) stoppen met huilen. Ze herhalen prevelend zijn woorden.

De actie blijft niet onopgemerkt. Buurtbewoners gluren nieuwsgierig door de gordijnen. Een cameraploeg en fotograaf staat klaar om vast te leggen hoe de kinderen uit de `sekte' worden bevrijd. Er wordt zelfs een persconferentie belegd. De medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming zijn tevreden, zo blijkt. Het was weliswaar een emotionele gebeurtenis, maar het is soepel gegaan, zeggen ze. De politieauto en ambulance die om de hoek klaar stonden, waren niet nodig. De moeders hadden nauwelijks tijd om zich te verzetten.

De kinderen zaten al sinds 5 december in de lege woonkamer op de grond. Het enige meubelstuk was de witte plastic tuinstoel voor de Antilliaanse `tante Mildred Isidora'. Met een aantal volgelingen, waaronder de moeder van Byron en Jeanette, sloot ze zich op in haar woning. De kinderen kregen weinig te eten, kwamen niet buiten en gingen niet naar school. Volgens Mildred waren ze allemaal ernstig ziek. Biddend en zingend wachtten ze op goddelijke genezing.

Later die ochtend worden Byron en Jeanette herenigd met hun vader en tante op het kantoor van de Raad van de Kinderbescherming in Rotterdam. Ze zijn sterk vermagerd, maar in redelijke lichamelijke conditie. Geestelijk staan ze sterk onder invloed van tante Mildred. Nee, ze zijn niet blij, zeggen ze. Ze willen niets eten of drinken, ze willen niet praten. Ze zijn boos, ze willen terug naar tante Mildred. De Geest wil dat ze daar blijven. Hier buiten lopen ze gevaar, levensgevaar.

Overleg en regels

Zo snel als de politieactie verliep, zo traag reageerde de Raad voor de Kinderbescherming aanvankelijk op de `tante Mildred-zaak', luidt de kritiek in de media. De instelling was al een maand op de hoogte van de wantoestanden die zich aan de Posweg in Hoogvliet afspeelden. ,,De Raad doet haar werk niet goed'', zegt Emmy Kooijman, de tante van Byron en Jeanette. Zij heeft het idee met haar klachten tegen een muur van bureaucratisch overleg en regelgeving aan te lopen.

,,Je hoort veel vaker de klacht dat de Raad niet snel genoeg ingrijpt'', zegt dr. C. van Nijnatten, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Utrecht, die onderzoek doet naar de werking van de Raad voor de Kinderbescherming. ,,De medewerkers vinden de band tussen ouders en kind heel belangrijk en houden die het liefst zo lang mogelijk in stand. Dat vind ik op zichzelf een goed uitgangspunt. Maar je kunt je afvragen of er soms niet te lang aan wordt vastgehouden. Sommige ouders, die keer op keer bewijzen geen goede opvoeders te zijn, krijgen steeds opnieuw het voordeel van de twijfel.''

Het is niet de taak van de Raad te oordelen over de wijze waarop ouders hun kinderen opvoeden, zegt R. de Jonge, coördinator beleidszaken van het hoofdkantoor van de Raad. Ouders bepalen zelf wat het beste is. ,,De moeder van Byron en Jeanette mag met haar kinderen bij een gebedsgenezeres gaan wonen. Wij kunnen pas in actie komen, als we kunnen aantonen dat ze haar kinderen ernstig verwaarloost.''

Toch is er, ook in eigen huis, steeds vaker kritiek op de opvatting dat de Raad functioneert als een `laatste vangnet'. Deze week liet hij weten meer preventief te willen optreden. De Jonge: ,,Dan kunnen we veel eerder bijsturen om te verhinderen dat kinderen in zo'n situatie terechtkomen.'' Hij wil niet aan ouders gaan vertellen hoe ze hun kind moeten opvoeden, maar ouders met problemen `pedagogische handreikingen' geven. Hoe dat in de praktijk precies vorm moet krijgen, is nog onduidelijk. De Jonge: ,,Het blijft een lastig dilemma, want je bemoeit je met de waarden en normen van individuen.''

Volgens De Jonge is die discussie niet naar aanleiding van de Tante Mildred-zaak ontstaan, maar speelt zij al langer. ,,Wel maakt dit geval weer eens duidelijk dat het beter zou zijn om al eerder met de ouders om te tafel te gaan zitten, als het de verkeerde kant op dreigt te gaan. Op die manier kun je later veel ellende voorkomen. Want als we nu ingrijpen, is het vaak al zo geëscaleerd, dat er eigenlijk geen goede oplossing meer is.''

Dooretteren

Ook Wendell van Hoop, de vader van Jeanette en Byron, kreeg te maken met de terughoudende opstelling van de Raad. Begin januari belde hij met de afdeling intake van de Rotterdamse vestiging en hij werd uitgenodigd voor een gesprek de volgende dag. Byron en Jeanette zaten toen al een maand met hun moeder bij tante Mildred. Van Hoop dacht aanvankelijk dat zijn vrouw het zat zou worden en met de kinderen naar huis zou komen. ,,Je ziet vaker dat de ellende een flinke tijd doorettert, voordat mensen stappen nemen'', zegt praktijkleider M. Holleman van de afdeling intake. ,,Mensen verwachten dat de Raad na een melding meteen ingrijpt. Ik kreeg enkele dagen na het bezoek van Van Hoop zijn schoonzus Emmy Kooijmanaan aan de telefoon. `Waar wachten jullie op?', riep ze. `Haal die kinderen daar weg!' Heel begrijpelijk, maar zo gaat het dus niet. Het is een heel traumatische ervaring om bij de ouders te worden weggehaald. Daarmee zijn we erg voorzichtig.''

Aanvankelijk kreeg Van Hoop het advies zelf te proberen zijn kinderen mee te krijgen. Hij was tenslotte een paar keer bij tante Mildred langs geweest en ook binnengelaten. Pas toen bleek dat hem dat niet lukte en ook een leerplichtambtenaar tante Mildred niet zo ver kon krijgen Byron en Jeanette naar school te sturen, besloot de Raad tot een onderzoek. Vanaf dat moment ging die zich actief bemoeien met de problemen in het gezin Van Hoop. De Raad start jaarlijks in ongeveer 8.500 zaken een onderzoek. In ongeveer de helft van de gevallen stelt de rechter op verzoek van de Raad een gezinsvoogd aan. In een op de vier zaken volgt uiteindelijk een uithuisplaatsing.

Zover was het nog lang niet toen op 14 januari, anderhalve week na het telefoontje van Van Hoop, raadsonderzoeker Jaap Geluk het verzoek kreeg onderzoek te doen. Vier dagen later ging hij aan de slag. Geluk praatte met de vader en de tante van de kinderen om zich een beeld te vormen van de situatie. Ook belde hij verschillende hulpverlenende instanties in Hoogvliet met de vraag of zij iets wisten over een `sekte-achtig gebeuren' in het huis van tante Mildred aan de Posweg. Niemand wist iets. Hij legde contact met de scholen van Byron en Jeanette en de wijkagent van Hoogvliet. Die was al weken eerder door Van Hoop ingelicht en aan de Posweg gaan kijken. ,,Die wijkagent vertelde een verontrustend verhaal'', zegt Geluk. ,,Hij vond dat die kinderen daar niet te lang meer konden blijven.''

Een dag later ging hij zelf naar de Posweg. Hij belde verschillende keren aan, klopte op het raam, probeerde door een spleet in de gordijnen naar binnen te gluren, maar niemand deed open. De gordijnen bewogen niet en binnen bleef het doodstil. Drie dagen later ondernam hij een tweede poging. Na een halfuur aandringen werd hij uiteindelijk binnengelaten. Hij probeerde met Byron en Jeanette te praten, maar ze antwoordden niet. Geluk: ,,Het leek of Byron met zijn ogen om hulp vroeg.'' Toen hun moeder de kamer inkwam, hielden ze hun blik strak op de grond gericht. Niemand zei een woord. Geluk: ,,Ik heb tegen haar en tante Mildred gezegd: Dit is geen gezonde situatie. Ik kom terug.''

Hoewel Geluk toen al de ernst van de zaak inzag, kon hij nog weinig doen. De moeder van Byron en Jeanette wilde van geen hulp weten. De privacy van het gezin staat hoog in het vaandel in Nederland, zegt Van Nijnatten van de Universiteit Utrecht. ,,Als het gezin geen hulp accepteert, staat de raadsonderzoeker in feite met lege handen.''

In veel landen is de autonomie van de ouders minder onaantastbaar, zegt Holleman. ,,In de VS gaan ouders de gevangenis in als ze hun kinderen verwaarlozen. Hier proberen we zelfs bij forse lichamelijke mishandeling in eerste instantie te hélpen. Als een moeder bijvoorbeeld haar kind in brand probeert te steken – dit hebben we bij de hand gehad – kijken we hoe we de psychische problemen van de moeder kunnen aanpakken. Terwijl er ook wat voor te zeggen zou zijn om de moeder aan te klagen wegens een poging tot doodslag.''

De Jonge, van de afdeling intake, kent de frustratie van veel raadsmedewerkers over de schier onbeperkte macht van de ouders. Volgens hem ligt dat aan het enigszins archaïsche Nederlandse persoons- en familierecht, dat nog stamt uit begin vorige eeuw. ,,Die wet is natuurlijk intussen wel aangepast, maar er ligt nog steeds een onevenredig grote nadruk op de rechten en plichten van ouders. De opvoeding is hun verantwoordelijkheid en de overheid mag niet interveniëren tenzij het totaal verkeerd gaat. Het belang van het kind ligt in het verlengde van dat van de ouders, is het idee erachter.''

In de landen om ons heen, zoals België, Duitsland, Groot-Brittannië en Ierland, is de wetgeving gemoderniseerd. Ze gaan uit van de behoefte van het kind, zegt De Jonge. ,,Volgens die wetten kan de overheid zich eerder bemoeien met de opvoeding als er iets mis dreigt te gaan. Dat is beter omdat je dan in een vroeger stadium, samen met de ouders, een oplossing kan zoeken.

Van noodbed naar noodbed

,,Wanneer doen jullie eindelijk wat?'' Tante Emmy Kooijman belde onderzoeker Geluk om de paar dagen. Ze was ongeduldig en ongerust. Geluk was nog niet zover. Wel ging hij op 23 januari, een dag na zijn eerste ontmoeting met tante Mildred, weer terug naar de Posweg. Tante Mildred had van De Geest gehoord dat ze met hem mocht praten en was derhalve een stuk toeschietelijker. Geluk: ,,Dat was vooral prettig omdat ik de namen van de vier jongste kinderen kon vragen. We hadden tot dan toe alleen maar een vermoeden over hun identiteit.''

Om willekeur te voorkomen, beslist een raadsonderzoeker nooit alleen. Elk onderzoek wordt besproken met de praktijkleider en een gedragsdeskundige. Op 27 januari, anderhalve week na het begin van het onderzoek, besloten praktijkleider D. Lont, Geluk en gedragsdeskundige M. Lamers de kinderen binnen veertien dagen bij tante Mildred weg te halen. Geluk: ,,Hoe we dat precies zouden doen, wisten we nog niet.''

Voor buitenstaanders lijkt dat onbegrijpelijk lang, maar die weten niet wat er allemaal bij komt kijken, zucht hij. ,,Essentieel is een doortimmerd juridisch rapport. Je moet de kinderrechter met argumenten overtuigen dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is, omdat de ouders niet op een zitting gehoord zijn. Anders verleent hij niet meteen een voorlopige ondertoezichtstelling. Daarmee wordt het ouderlijk gezag beperkt dat nodig is om de kinderen bij de moeder weg te kunnen halen.'' Daarnaast moest er opvang worden geregeld. ,,Ik kan me voorstellen dat het bureaucratisch overkomt'', zegt praktijkleider Holleman. ,,Maar als je kinderen uit een gezin haalt, is goede opvang erg belangrijk. Helaas is er een schreeuwend tekort aan plaatsen. Soms moeten we kinderen wekenlang van noodbed naar noodbed slepen. Dat kan traumatischer zijn dan een problematische thuissituatie.''

Ontwikkelingspsycholoog Van Nijnatten: ,,Er is enorm gesnoeid op de welzijnszorg. Daar loopt de kinderbescherming dagelijks tegenaan. Als er geen opvangplaatsen beschikbaar zijn, kan de Raad die niet afdwingen.''

De Jonge, van het hoofdkantoor van de Raad: ,,Het komt voor dat kinderen daardoor langer in een ontoelaatbare situatie moeten blijven. Dat is heel schrijnend.''

Byron en Jeanette zouden worden opgevangen door hun vader en tante. Maar als ze professionele hulp nodig zouden hebben – wat later het geval bleek – moest die meteen beschikbaar zijn. Voor de vier jongere kinderen moest een plaats worden gevonden in een tehuis. ,,Liefst bij elkaar, zodat ze steun aan elkaar zouden hebben'', zegt Lamers. ,,Een wonder, maar het lukte.''

Peertjes

Tweeëneenhalve week na de inval bij Mildred maakt Byron een videoclip met keiharde housemuziek op de computer van zijn neef, in het huis van tante Emmy. Zijn vader, tante, oom, neven en nichtje komen luisteren en moeten in het pikkedonker op het bed gaan zitten terwijl blacklights aan het plafond flitsen. ,,Beter dan gospels'', zegt Jeanette droog. Zij maakt aan de huiskamertafel van haar tante een tekening met allemaal peertjes: een grote vaderpeer in het midden en allemaal kinderpeertjes eromheen.

Byron en Jeanette gaan nu beiden naar een nieuwe school: Jeanette naar groep acht van de basisschool, Byron naar de havo/vwo-brugklas, net als vroeger. Jeanette vindt de kinderen in haar klas aardig, ,,zelfs de jongens.'' Ze hadden er niets op tegen gehad terug te gaan naar hun oude klas, maar hun vader wil snel verhuizen naar de stad van tante Emmy. Hij staat nu alleen voor de opvoeding en kan haar steun goed gebruiken.

Geluk komt langs om afscheid te nemen. Over Jeanette en Byron heeft de rechter een `definitieve ondertoezichtstelling' uitgesproken. ,,Dat betekent dat jullie gewoon bij jullie vader blijven'', legt Geluk uit. ,,Maar er is een gezinsvoogd aangewezen om hem een beetje te helpen als dat nodig is.''

,,Komt die voogd bij ons wonen?'' vraagt Jeanette geschrokken.

,,Nee hoor'', zegt Geluk. ,,Ze komt alleen af en toe eens langs.''

Byron en Jeanette hebben weinig warme gevoelens meer voor tante Mildred. ,,Ik voel me voor het lapje gehouden'', zegt Jeanette nu. Ze moet zelf lachen als ze vertelt hoe Mildred hen ervan overtuigde dat Hoogvliet eigenlijk het land Kanaän was en haar huis aan de Posweg Jeruzalem. Via tante Mildred zou Jezus zich daar openbaren. Jeanette: ,,Ze bracht het heel overtuigend. Er stond zelfs een plattegrond van het huis achterin de bijbel.''

De religie van Mildred bestond voor een groot deel uit bangmakerij. Het einde van de wereld naderde, had ze verteld. Er zou een hongersnood komen en als al het eten op was, zouden de mensen elkaar opeten. Alleen de inwoners van haar huis zouden overleven. Dat had De Geest zelf gezegd. Ze mochten best naar buiten, maar voor eigen risico. ,,We zouden sterven'', zegt Byron. ,,Een kogel uit het huis aan de overkant zou ons raken.'' Hij grinnikt.

,,Twijfelden jullie nooit of het allemaal wel klopte wat ze zei?'', vraagt Geluk.

,,Soms wel'', zegt Jeanette. ,,Tante Mildred zei bijvoorbeeld: `Alle mannen zijn afval. Die moet je nooit vertrouwen'. Toen dacht ik: Jij aanbidt Jezus. Dat is toch ook een man?''