Griendteelt en datsja's

De dijken zijn al verhoogd, maar het water stijgt nóg harder. Het kabinet presenteerde deze week een nu al omstreden plan voor `gecontroleerde overstroming' van de rivieren.

Landschapsarchitect Lodewijk van Nieuwenhuijze kijkt enigszins meewarig naar het kaartje van het ministerie van Verkeer en Waterstaat op zijn bureau. Op het kaartje staat aangegeven welke gebieden in Nederland kunnen dienen om de rivieren meer ruimte te geven. Ook de Hoekse Waard moet eraan geloven. Niet alleen voorzien de plannen in de aanleg van tijdelijke opslaggebieden, zogenoemde retentiebekkens, maar ook in overloopgebieden, polders die bij calamiteiten eens in de 1.250 jaar onder water kunnen worden gezet. Voor de maatregelen willen de ingenieurs onder meer het oude stelsel van kreken in de Hoekse Waard gebruiken, alsmede de Binnenbedijkte Maas, een restant van de oeroude loop van de Maas. Het bureau van Van Nieuwenhuijze, H+N+S in Utrecht, maakte onlangs een groots plan dat de akkerbouw èn de natuurwaarde van het kleigebeid een impuls zou kunnen geven. Daar sluiten de plannen van Rijkswaterstaat allerminst op aan. Van Nieuwenhuijze: ,,Dit is een plan van rivierbeheerders die alleen oog hebben voor de afvoer van rivierwater. Het is een sectorale manier van denken. Het kan veel intelligenter.''

Nieuwenhuijze bekritiseert vooral het plan om het oude krekenstelsel in de Hoekse Waard te gebruiken voor de afvoer van overtollig rivierwater. Met de aanstaande openstelling van het Haringvliet voor zout water is het krekenstelsel juist hard nodig om het overschot aan zoet water uit de Alblasserwaard naar de Hoekse Waard te transporteren. Dit om een verzilting van de gehele Hoekse Waard tegen te gaan. ,,Als je dit plan zo zou uitvoeren, leidt dat tot een Verelendung van de landbouw in de Hoekse Waard. Heel dom.''

Ook gaat dit plan volgens de landschapsarchitect voorbij aan de ecologische investering om in het Haringvliet de zoute getijde-invloed weer terug te brengen. De vorige eeuwen, legt Van Nieuwenhuijze uit, zijn veel platen die in de riviermonding lagen, binnendijks gebracht en als landbouwgebied in gebruik genomen. Van het rijke riviersysteem zijn alleen de diepe geulen overgebleven. ,,Het is ecologisch gezien zeer gewenst om een deel van de platen weer aan het rivierregime te koppelen door stroken weer buiten te dijken. Rivierkundig is dit interessant omdat dit meer ruimte oplevert.''

Bovendien, zegt Van Nieuwenhuijze, is het helemaal geen goed idee om gebieden aan te wijzen die slechts onder water gezet worden bij een calamiteit die eens in de 1.250 jaar voorkomt. Beter is het om zulke gebieden een of twee keer per jaar onder water te zetten, niet als noodmaatregel maar als onderdeel van een andere wijze van omgaan met water en natuur.

Bureau H+N+S stelt voor aan de zuidrand van de Hoekse Waard een Biesbosch-achtig gebied aan te leggen voor de griendteelt, gecombineerd met nieuwe vormen van buitenwoningen, zoals datsja's. Nieuwenhuijze: ,,Ik zou de retentiebekkens willen inruilen tegen het verruimen van het rivierbed, en calamiteitenpolders voor griendteelt. Je moet niet uitgaan van mogelijke calamiteiten, maar het water als bondgenoot nemen en de inrichting van deze gebieden zien als een nieuwe kans.''