Gevraagd: vrouwen in het bestuur

Maandag begint in Parijs het tweede wereldcongres over vrouwen en sport. Vrouwelijke bestuurders zijn in de sport sterk in de minderheid. ,,Steeds horen we weer dezelfde smoes'', zegt NOC*NSF-bestuurslid Erica Terpstra.

Het hoogste sportorgaan ter wereld, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft momenteel veertien vrouwelijke leden. Dat is twaalf procent van de totale bezetting. ,,Voorzitter Samaranch doet daar erg trots over. Maar wat is nou tien procent? Wat is zelfs twintig procent?'', reageert Riet Ooms, nationaal en internationaal volleybalbestuurder.

Ooms is ook voorzitter van het Landelijk Netwerk Vrouwen in de Sport (LNVS). De stichting beoogt meer vrouwen op beleidsfuncties te krijgen in de sport. ,,De verhouding tussen mannen en vrouwen binnen een bestuur hoort ongeveer een afspiegeling te zijn van de verhouding tussen de vrouwelijke en mannelijke beoefenaars van betreffende sport'', zegt Ooms. Een schrijnend voorbeeld volgens haar is de Nederlandse gymnastiekbond. ,,Die sport wordt vooral door meisjes en vrouwen beoefend, maar er zit daar toch geen vrouw in het bestuur. Ze hadden er één, maar die is verdwenen.''

Wat voegen vrouwelijke bestuurders toe aan de sport? ,,Ze hebben oog voor details en zorgen binnen een bestuur voor een andere sfeer'', zegt Ooms. ,,Ze vergeten de menselijke factor niet. Mannen zijn soms geneigd zich achter regels en structuren te verschuilen'', stelt Erica Terpstra. ,,Daarom is het uitermate belangrijk dat er vrouwen in een bestuur zitten.''

De oud-zwemster is een van de twee vrouwen binnen het bestuur van sportkoepel NOC*NSF. Terpstra en Ellen de Lange kijken tijdens de algemene vergaderingen op Papendal van achter de bestuurstafel neer op een, zoals Terpstra het noemt, een old men's-network: een zaal met voornamelijk mannen. Uit de laatste officiële cijfers van een paar jaar geleden blijkt dat bij landelijke sportorganisaties de besturen gemiddeld voor negen procent uit vrouwen bestaan. Liefst 44 procent heeft helemaal geen vrouw in het college. ,,En daar zit weinig verandering in'', weet Ooms.

Het LNVS deed bij de sportbonden onderzoek naar de oorzaken van het ontbreken van vrouwelijke bestuurders. Ooms: ,,We kregen overal te horen dat ze best vrouwen binnen hun bestuur willen opnemen. Maar óf ze zouden er niet zijn óf de gevraagde kandidaten zouden geen interesse hebben gehad. Er zal wel een kern van waarheid in zitten, maar de vraag is: hoe hard doe je je best? Ik denk dat als ze een man vragen en die zegt nee, ze daarna naar de volgende man gaan. Maar gebeurt dat ook bij vrouwen?'' Terpstra spreekt over ,,steeds weer dezelfde smoes. Besturen kunnen zich ook een beetje proberen aan te passen. Ze zouden vrouwvriendelijker te werk moeten gaan.''

Zelfs Ooms is bij haar eigen bond, de Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo), de enige vrouw in het hoofdbestuur. ,,Met maar vijf bestuursleden heb je weinig vacatures'', excuseert Ooms zich. ,,Ik ben er druk mee bezig. We zijn op zoek naar een nieuw bestuurslid.'' Met een verhouding van één op vijf loopt de NeVoBo zelfs nog vooruit op de `voorschriften' van het IOC. Vanuit Lausanne werd in '96 de nadrukkelijke wens geuit dat eind 2000 de besturen van sportbonden- en commissies over de hele wereld voor tien procent uit vrouwen zouden bestaan, eind 2005 zou dat percentage naar twintig procent moeten zijn opgelopen.

Terpstra is zoals altijd optimistisch. ,,Het is een proces. Toen ik in 1977 in de Tweede Kamer kwam, zaten er acht vrouwen in. Nu zijn het er 55.'' Ooms: ,,En de sport loopt altijd wel wat achter.'' Het LNVS is actief op zoek naar vrouwen die geschikt zijn voor, en interesse hebben in een beleidsfunctie binnen de sport. De stichting zorgt voor begeleiding en scholing. Ooms vindt het spijtig dat er bij NOC*NSF geen speciale werkgroep voor vrouwen in de sport meer bestaat. ,,Je hebt een spin in het web nodig.''

De geroutineerde sportbestuurder Els van Breda Vriesman waarschuwt dat er niet te gehaast en te geforceerd naar een stijging van het aantal vrouwelijke bestuurders wordt gestreefd. ,,Als er ergens tien quotumplaatsen voor vrouwen zijn en er zijn maar vier vrouwen beschikbaar, dan moet je die andere zes er niet met pijn en moeite gaan bijslepen. Want het is vooral met vrouwen belangrijk dat er geschikte mensen komen te zitten.'' Van Breda Vriesman is de Nederlandse vrouwelijke bestuurder, die internationaal het hoogst in aanzien staat. Ze is sinds 1995 secretaris-generaal van de wereldhockeyfederatie FIH.

Ook Van Breda Vriesman vindt dat er meer vrouwen in de sport bestuursfuncties moeten krijgen. ,,Maar ik ben nooit zo'n voorvechtster geweest. Het gaat me allereerst om de kwaliteit van de persoon, man of vrouw. Ik heb misschien wel makkelijk praten. In het hockey is het heel normaal dat een vrouw, die capaciteiten en interesse heeft, na haar actieve loopbaan een bestuurlijke functie krijgt.''

Bij de FIH bestaan het bestuur en de internationale commissies voor 35 procent uit vrouwen. Daarom nomineerden de hockeyers zichzelf voor de jaarlijkse IOC-prijs voor instanties en personen, die oog hebben voor de vrouwenproblematiek binnen de sport. Riet Ooms werd door NOC*NSF voorgedragen. De keuze viel uiteindelijk op de Italiaanse Nucci Novi Ceppellini, een autoriteit in het zeilen. Ze krijgt haar trofee volgende week op het congres over vrouwen en sport in Parijs.

Vrouwelijke voorzitters zijn al helemaal schaars in de sport. In Nederland zijn er twee, bij kleine bonden. Sinds drie jaar is een van de vice-voorzitters van het IOC een vrouw, de Amerikaanse Anita de Frantz. Maar het moment dat een vrouw `kopman' wordt in Lausanne zal volgens iedereen nog lichtjaren duren. Ook in de bestuurlijke top van het zo `progressieve' hockey is nog nooit een vrouw voorzitter geweest.

Van Breda Vriesman zou wellicht de eerste vrouwelijke voorzitter van de FIH kunnen worden. De huidige preses, de Spanjaard Calzado, was ook eerst secretaris. ,,Het staat niet op mijn lijstje van verlangens'', aldus Van Breda Vriesman. ,,Maar dat ik een vrouw ben, zal geen belemmering zijn om voorzitter te worden.''