GETIJDENSTELSELS MAKEN ZELF GRONDSTOF VOOR STERREN

Als twee grote sterrenstelsels dicht langs elkaar bewegen, worden er door getijdenkrachten lange slierten materie uit die stelsels getrokken. In deze slierten worden vaak twee soorten sterren waargenomen: oude sterren die uit de schijf van de gehavende stelsels zijn meegekomen en jonge sterren die in het losgetrokken materiaal zèlf zijn ontstaan. Tot voor kort was niet bekend of de grondstof voor deze jonge sterren ook uit de oorspronkelijke stelsels was meegekomen, of in zo'n tidal dwarf galaxy zèlf wordt gemaakt. Franse astronomen hebben nu ontdekt dat dit laatste het geval moet zijn (Nature, 24 februari).

De grondstof voor sterren is atomaire waterstof, die echter vóór het proces van stervorming voor het grootste deel in moleculaire vorm wordt omgezet. Sterren kunnen dan ontstaan wanneer grote wolken van dit gas plaatselijk gaan samentrekken. De stervorming is geen efficiënt proces, waarbij veel gas ongebruikt blijft. Toch is het nooit gelukt om in getijdenstelsels moleculaire waterstof te detecteren, omdat dit gas zo koud is dat het extreem weinig straling uitzendt. De aanwezigheid van dit gas moet worden afgeleid uit de straling van andere moleculen die er in voorkomen: met name die van koolmonoxyde.

Jonathan Braine en zijn collega's hebben deze moleculen nu via hun straling op millimetergolflengten in twee getijdenstelsels ontdekt. Zij namen de slierten, die respectievelijk 100 en 200 miljoen jaar oud zijn, waar met de 30 meter telescoop van het Institut de Radioastronomie Millimétrique (IRAM) op de Pico de Veleta in Spanje. De koolmonoxyde blijkt geconcentreerd in gebieden met de meeste atomaire waterstof die op grote afstand van de oorspronkelijke sterrenstelsels liggen. Hieruit leiden de astronomen af dat het moleculaire gas ter plekke in het atomaire waterstof wordt geproduceerd en niet afkomstig is van de oorspronkelijke sterrenstelsels.

Het proces van stervorming in de brokstukken van sterrenstelsels vindt dus op dezelfde wijze plaats als in `ongeschonden' stelsels, zij het op veel kleinere schaal en meer verbrokkeld. In feite lijken de tidal dwarf galaxies (TDG's) vaak verdacht veel op `gewone' onregelmatige dwergstelsels: het meest voorkomende type sterrenstelsel in het heelal. Volgens een begeleidend commentaar van de Canadese astronoom Gary Welch is het echter onwaarschijnlijk dat alle deze dwergstelsels hun leven als TDG zijn begonnen. Deze laatste bevatten vaak niet voldoende materie om miljarden jaren lang één geheel te kunnen blijven vormen.