Ferme aanpak

In een discussieprogramma op de Amsterdamse lokale tv-zender, AT5, ontving discussieleider Felix Rottenberg vorige week zijn vroegere wederhelft Ruud Vreeman. Samen vormden zij ooit het voorzitterspaar van de Partij van de Arbeid. Vreeman is inmiddels burgemeester van industriegebied Zaanstad, waar indertijd veel buitenlanders als gastarbeider naar toe zijn getrokken.

Wat vond hij van de onderwijsachterstand van allochtonen? Vreeman vertelde dat hij niets moest hebben van het vrijblijvende getheoretiseer à la Paul Scheffer, en pleitte voor een stevige aanpak. De mentaliteit van de Zaankanter vertoonde nogal gelijkenis met die van Rotterdammers, zo lichtte de magistraat zijn voorkeur voor een kordate aanpak toe: vanaf het begin de resultaten goed meten, vinger aan de pols houden, vroeg beginnen met taal, kortom ferme taal van een ferm bestuurder die zichzelf ten overvloede ook nog eens typeerde als praktijkgericht. Van welke praktijk, had ik willen weten, maar de panelleden vroegen niet door. Hun kennis van de materie schoot zichtbaar tekort wat niet zo verwonderlijk is aangezien het collectieve denken over dit onderwerp nog maar een paar maanden oud is.

Een interessante vraag was bijvoorbeeld geweest waarom we hierover nooit eerder iets van Vreeman mochten vernemen. Als voorzitter van een partij die zich steeds met hand en tand heeft verzet tegen de politiek die Vreeman nu ineens zo achteloos als vanzelfsprekend verkondigde, had hij daarmee binnen zijn partij een revolutie ontketend. De vroegere PvdA-staatssecretaris Netelenbos wilde niet weten van meten en van het openbaar maken van toetsgegevens. Marleen Barth, een van de jonge honden waarmee de Kamer onder Rottenbergs en Vreemans voorzitterschap werd verrijkt, verkondigt doorlopend niets te moeten hebben van cijfers. Integendeel: dankzij het verplichte vak statistiek heeft zij in haar studie geleerd cijfers te ontmaskeren, zo luidt haar credo. Toen werd uitgelegd dat je er ook iets nuttigs mee kunt doen, heeft ze blijkbaar even niet goed opgelet. Geen Vreeman die zich roerde.

En hoe ziet de ferme aanpak van staatssecretaris Adelmund eruit? Zij gaat een beperkt aantal scholen aanwijzen als laboratorium om uit te zoeken welke werkwijze de beste is. Dat betekent eerst uitproberen, terwijl we weten dat intussen talloze scholen stuiten op heel andere dan didactische of onderwijskundige knelpunten. Een paar voorbeelden.

Toen ik enige tijd geleden scholen gratis leraarsassistenten aanbood, beschouwden witte scholen dat als een geschenk uit de hemel, maar de reactie van het merendeel der zwarte scholen was: we barsten van het personeel en we moeten er niet aan denken dat er nog iemand bijkomt. Wie moet die dan weer aansturen? Geef ons maar extra uren voor de directie. En waar moeten we zo'n nieuwe kracht neerzetten? De hele gang zit al vol. Hier kan echt niemand meer bij.

Als ik staatssecretaris was zou ik iemand inhuren die bij alle scholen moest langsgaan om te bezien hoe eventuele problemen samen met directie en bestuur op te lossen. Dat kan zijn beter leermateriaal, meer tijd voor de directie, een medewerker die zich richt op het verzuim en contacten onderhoudt met ouders, ondersteuning leerkrachten bij de kleuters of bij de praktijklessen, extra ruimte, etc. Of, niet te vergeten, helemaal niets, want met alle plotselinge aandacht voor wat er mis is in het onderwijs wordt al gauw vergeten dat het op de meeste scholen allemaal prima loopt. Generale maatregelen zijn zinloos, daarvoor verschilt de situatie van school tot school te veel.