Een zoethoudertje

Dingen die ik niet begrijp na het lezen van allerlei berichten en artikelen in de kranten van de afgelopen weken.

Neem het bericht dat de gemeente Rotterdam leraren in het basisonderwijs ,,in het zonnetje'' wil zetten door hen een feest aan te bieden in de oude vertrekhal van de Holland Amerikalijn. Men heeft daarvoor 850.000 gulden uitgetrokken.

Wat ik niet begrijp is dat de desbetreffende leraren niet massaal geprotesteerd hebben wegens belediging van hun imago. In het zonnetje worden mensen gezet die veelal anoniem en achter de schermen hun werk doen. Hoewel hun bijdrage van ondersteunend belang is voor wat gedaan moet worden, vormt hij niet de kern van de zaak. Hoe anders is dit als het gaat om leraren in het basisonderwijs. Niks geen voetvolk dat werkt op de achtergrond. Hun bijdrage is zichtbaar en van cruciaal belang voor de samenleving. Daar hoort geen eenmalig zonnetje bij, maar voortdurende maatschappelijke waardering. Bovendien zou ik als leraar de erkenning willen dat ik een intellectueel beroep uitoefen. Wat moet ik dan in zo'n hal, met bij binnenkomst een glas verkeerde champagne, keuzehoeken waar Marco Borsato, Freek de Jonge of Anouk optreden, en zoveel lawaai, dat ieder gesprek onmogelijk is. Zou dat dan mijn idee zijn van een feest te mijner ere?

Leraren die zich op zo'n manier laten fêteren, hebben het aan zichzelf te wijten als hun beroep in intellectueel opzicht niet hoog staat aangeschreven.

Iemand die zichzelf in het zonnetje heeft gezet is Marjet van Zuijlen. Ook rond haar affaire begrijp ik een en ander niet. Waarom zou je – tenzij je daar uitdrukkelijk toe wordt uitgenodigd – dagboeknotities openbaar maken, als daar alleen persoonlijke ontboezemingen in staan, maar geen zaken van algemeen belang? Onbegrijpelijker is het dat zij niet alleen fractielid kan blijven, maar zelfs fractiesecretaris, een positie waarin zij bijvoorbeeld functioneringsgesprekken met andere fractieleden moet voeren. In geen enkel bedrijf zou een dergelijk openlijk lekken worden getolereerd. Op bepaalde niveaus moet men kunnen rekenen op discretie. Marjet van Zuijlen is kennelijk iemand die je niet kunt vertrouwen. Zij zal dus waarschijnlijk buiten allerlei overleg worden gehouden. De enige verklaring die ik kan bedenken is die van positieve discriminatie, omdat het een vrouw betreft. Maar dat is tegelijkertijd het ergerlijke. Het is voor vrouwen in beleid en beheer al moeilijk genoeg om heen te breken door het stereotype dat zij met hun emotionelere inslag zo onfunctioneel kunnen optreden. Marjet van Zuijlen heeft voeding gegeven aan dat stereotype. Ik begrijp niet dat er uit emancipatoire hoek niet afkeurend is gereageerd.

Dan het artikel `Het multiculturele drama' van Paul Scheffer in deze krant, dat thans als taboedoorbrekend door het leven gaat. Uiteraard grotelijks overdreven, want andere publicisten en essayisten gingen Scheffer voor. Als ik de commentaren moet geloven is dit nu hét artikel geworden, omdat zijn voorgangers schreven vanuit de verkeerde, want rechtse hoek. Dat verklaart misschien ook waarom Scheffer hen niet noemt. Hoewel men Hendrik Jan Schoo – tot dit jaar hoofdredacteur van Elsevier, nu adjunct van de Volkskrant –moeilijk in die hoek kan indelen. Hij schreef eind december in Elsevier een heldere analyse van de multiculturele problematiek.

Wat mijn begrip te boven gaat is dat ook onder redelijke intellectuelen denkbeelden pas worden geaccepteerd en gewaardeerd als zij van geestverwanten komen. In wat voor een geborneerde wereld leven dezulken dan?

Ten slotte het openingsartikel van Z twee weken terug over allochtone ouders en hun gehandicapte kinderen. Een lang en treurig verslag over machteloosheid bij zowel ouders als hulpverlening. Tegen het eind wordt heel voorzichtig inderdaad een taboe zo niet doorbroken, dan toch wel aangeraakt. Handicaps komen onder in Nederland wonende allochtonen veel vaker voor dan bij autochtonen. Tot de mogelijke oorzaken – waarschijnlijk de oorzaak bij uitstek, maar dat staat er niet – worden de huwelijken tussen bloedverwanten genoemd. Geestelijke en lichamelijke handicaps zijn rampzalige gevolgen van inteelt. In het onderzoek van socioloog Lotty Eldering bleek vijftig procent van de ouders met een gehandicapt kind familie van elkaar te zijn, eenderde zelfs neef en nicht. Wat ik niet begrijp is waarom het nodig is hiervoor een politiek correcte, maar onzinnige verklaring te geven: ,,Dat komt door ons restrictieve immigratiebeleid. Nu er geen buitenlandse werknemers meer worden toegelaten, ligt het voor de hand een zoon of dochter uit te huwelijken aan een bekende in het land van herkomst. Dat is dan in de regel een familielid.'' Maar in de afgelegen gebieden in het Rifgebergte en Oost-Anatolië trouwt men al generatieslang binnen de familie. Men kan juist hopen dat wonen in Nederland deze fnuikende gewoonte kan doorbreken.

Wie goed onderwijs krijgt, begrijpt later waarom Mohammed gelijk had toen hij zei: ,,Trouw met een vreemde''. Rotterdamse leraren hebben dan ook een te belangrijke taak om te worden beloond met een zoethoudertje in de vorm van een feestje.