Een katholieke of protestantse baksteen

De Royal Ulster Constabulary moet boven de partijen staan, maar meer dan negentig procent van de 16.000 agenten is protestants. Mensenrechtenorganisaties hebben geen goed woord over voor hun dubieuze detentiecentra, partijdigheid, machtsmisbruik en intimidatie.

De Britse regering gaat het korps nu aanpakken. De ruc is woedend en spreekt van verraad aan de meer dan 300 agenten die hun werk met de dood hebben moeten bekopen.

Het is een willekeurige dinsdagmorgen in de herfst en buiten is het Belfast-weer: grijze lucht en hardnekkige druilregen. Politieagent Sean McGivern - kiene, bruine ogen en hazentandjes - van Woodbourne Police Station maakt zich klaar voor zijn ronde. Aan zijn koppelriem hangt de uitgebreide uitrusting die elke politieman van de Royal Ulster Constabulary (ruc) sinds het ontstaan van het korps bij zich heeft: een Ruger-revolver, twee leren zakjes met elk twaalf kogels, een zaklantaarn en een eerste-hulptasje. De wapenstok zit al knus verstopt in een naad van de groene, wollen uniformbroek. Nieuwelingen klagen over hun rug. McGivern al lang niet meer.

Sean McGivern (37) is wat de ruc zo graag presenteert als 'your friendly neighbourhood policeman', het equivalent van de gemoedelijke wijkagent. Hij blijkt bovendien katholiek, maar van het soort dat hij zelf omschrijft als 'not gospel greedy'.

92 procent van zijn collega's is protestant. Het ruc press office, dat nog maar kort aan imagemaking doet, vindt hem alleen al daarom uitermate geschikt om aan de buitenlandse pers te tonen. De wijkagent vindt het best. Vandaag moet hij een hele stapel adressen langs waar uitstaande boetes betaald moeten worden.

Als persoon is McGivern vriendelijk, maar dat zie je aan de buitenkant niet aan hem af. Als we te voet zijn wijk in gaan, ben ik de enige zonder kogelvrij vest. McGivern heeft er een, net als sergeant Billy Johnston, die met ons meeloopt. Ook de twee politiemannen die ter dekking aan weerszijden van de straat zo'n 50 meter achter ons lopen, dragen er een.

De drie grijze Landrovers met schijnwerpers en antennes op het dak, die voor ons uitrijden, hebben gepantserde zijkanten en een schortje van gaas tot de grond tegen de benzinebommen. Zij vegen alle straten schoon die we bezoeken. Het zijn lugubere minitankjes met op de zijkant het telefoonnummer van 'Crimestoppers', dat burgers die aangifte willen doen anonimiteit garandeert. Voorbijgangers keuren de patrouil lerende politiemensen geen blik waardig. Als een stralend peutertje bij het hek van een lagere school vrolijk naar ons toekomt, rukt haar moeder haar aan de arm terug.

Woodbourne Police Station ligt als een kleine vesting bovenaan een helling op het kruispunt van Stuartstownroad en Black's Road. Het bureau wordt in de rug en aan de flanken omsingeld door een 'nationalistische' arbeiderswijk, waar de bevolking katholiek is en Sinn Feín stemt. Van een blinde muur staart een dwingend opschrift de politiemensen recht in de ogen: 'Dit is de Republiek van Horn Drive. ruc wegblijven!' Aan de voorkant kijkt het politiebureau uit op een 'loyalistische' enclave. Hetzelfde soort huizen, dezelfde bewoners, maar dan protestant. Wie hier woont voelt zich bovenal Brits, superieur aan de katholieken en wil met Ierland niets te maken hebben. Hier zijn de stoepranden dus rood-wit-blauw als de Britse Union Jack. Her en der hangen verregende vlaggen met de van bloed druipende Rode Hand van Ulster, een symbool in de Ierse mythologie voor de zeggenschap over de provincie.

'Pappa is loodgieter'

Dit politiebureau bedient 78.000 zielen. Niet dat je er als wijkbewoner makkelijk binnenloopt. En er is geen agent die erover peinst om zelf in de wijk te gaan wonen. De 164 ruc-mensen die ooit in deze buurten gerecruteerd werden, zijn al jaren geleden verhuisd. Toen katholieke en protestantse buren elkaar na 1969 - het begin van de onlusten - op geloof en afkomst gingen beoordelen en als vijanden begonnen te bejegenen, werden ze al gauw gedwongen hun huis te verlaten. Een massale volksverhuizing was het gevolg.

De politiemensen wonen nu ver weg van hun werk, in een anoniemer oord, waar de buren niet weten waar je werkt, zolang je vrouw je groene politiehemden maar niet buiten aan de lijn te drogen hangt. En de vitrages gesloten houdt tegen de glazenwasser. En de foto's-in-uniform in een apart album bewaart. En waar je je kinderen leert liegen tegen hun vriendjes. 'Pappie is loodgieter'. Of, zoals Sean McGiverns zoontje van vijf onlangs op een vraag van de juf op school antwoordde: 'Daar praat ik liever niet over, als u het niet erg vindt.'

Zo wordt een wijk als die van Woodbourne Police Station in feite bediend door buitenstaanders. Sterker nog: door wetshandhavers van een andere cultuur. Want het is in Noord-Ierland nu eenmaal zo dat een school katholiek of protestant is, zodat elke leerling zijn eigen versie van de geschiedenis van zijn land te horen krijgt. Op de politieschool, waar gelijkheid en integratie pas sinds kort de nieuwe slagwoorden zijn, vechten de docenten tegen vooroordelen en onwetendheid. Vrouwen, homo's, zwarten en katholieken: voor de ruc zijn het allemaal bedreigende minderheden, de een wat meer dan de ander. Om die vooroordelen te bestrijden komen priesters (vaak in het geheim), Pakistanen en homoseksuelen tijdens de opleiding uitleg geven over hun gevoelens en tradities. Dit heet 'community awareness training' en de docenten die ik spreek zijn er heel trots op.

Een koffiepot met Semtex

Het politiebureau waar onze ochtendpatrouille begint ziet er dreigend uit. In een gepantserde puist die uit de hoge buitenmuur steekt, zit een portier achter kleine, diepliggende raampjes. Aan de straatkant is hij beschermd door achtereenvolgens een rij betonnen paaltjes, een serie betonnen blokken en een rasterwerk van ijzer dat zo hoog is dat je er geen bom of granaat overheen kan gooien. Een elektronische roldeur geeft toegang tot een ruime binnenplaats. Er staan enkele politie-Landrovers en een aantal wrakken, meestal afgepakt van jeugdige joyriders. De agenten zelf zetten tijdens hun dienst hun auto's elders, bijvoorbeeld op het terrein van de ruc sportclub aan de rand van de stad, en laten zich door de Landrover ophalen. Staakt-het-vuren of geen staakt-het-vuren, overmoed heeft veel agenten het leven gekost. Er wordt voortdurend gewaarschuwd: vergeet nooit dat je 'legitiem doelwit' bent, zoals de ira het noemt. En dus breng je variaties aan in je dagelijkse routine en kijk je altijd onder je auto voordat je wegrijdt.

'Hier', zegt McGivern en hij wijst op een hekje. Twee keer is hij zelf aan de dood ontsnapt. In 1993 - een jaar voordat de ira haar eerste staakt-het-vuren aankondigde - stond hij stembussen uit te laden bij een buurtcentrum. Het huis ernaast was 'overgenomen' door de ira, die een huis-tuin-en-keuken-explosief over de heg gooide. Een glazen koffiepot gevuld met semtex. Veel militairen en politiemannen weten uit ervaring wat het is 'to be coffeejarred'. De bom explodeerde maar gedeeltelijk. McGivern kwam eraf met een licht gehoorverlies en een beschadigde rug. Een paar jaar daarvoor werd hij beschoten, toen hij met het leger een verkeerscontrolepost bemande. 'Ik lag op mijn rug onder dat legervoertuig en dacht: wat doe ik hier?' Maar hij bleef.

We lopen langs een nieuwbouwwijkje. De sergeant en de wijkagent halen herinneringen op. Aan het kind dat daar op het bouwterrein in een rioolput terechtgekomen was. Om de hoek was een opstootje gaande. 'Het is aan ons te danken dat het niet verdronken is', zegt de sergeant. 'We hebben hem er met behulp van onze wapenschilden uit gekregen.' De agenten vallen elkaar in de rede. 'Tien minuten later', zegt de wijkagent, '...gooiden ze weer naar ons met deksels en bakstenen en flessen', vult de sergeant aan. Hij lacht. 'Wat moet je ervan zeggen? Er zijn nu eenmaal mensen die de politie altijd zullen blijven haten. Behalve als ze ons nodig hebben natuurlijk.'

Gaat dit land naar de kloten?

Weinig politiekorpsen in de westerse wereld zijn zo verguisd of geprezen als Noord-Ierlands Royal Ulster Constabulary. Verguisd door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en de Verenigde Naties. En door de nationalistische minderheid in de provincie, die de ruc beschouwt als instrument van onderdrukking en als verlengstuk van een staat waarin de Unionisten hen altijd klein hebben gehouden.

De loftuitingen komen van Conser vatieve en Unionistische politici, van een gegoede burgerij die van de politie niets te vrezen heeft en van een politiekorps als de fbi, dat openlijk de 'professionaliteit' van Noord-Ierlands politie geprezen heeft. In het bestrijden van terrorisme staat de ruc in Amerikaanse ogen op eenzame hoogte.

Er zijn dus twee ruc's: een politiemacht die gedurende de dertig jaar van 'The Troubles' heeft weten te profiteren van bijna permanente noodwetgeving. Dit is de ruc die fundamentele mensenrechten negeert en daarvoor nooit gestraft wordt. De ruc van 'shoot-to-kill' en 'supergrasses' (superverraders). De ruc die rubberkogels afvuurt op ongewapende demonstranten. De ruc van Special Branch, de antiterreur-inlichtingendienst met haar 'holding

cen tres' en haar illegale ondervragings tech nieken, haar bevoegdheid tot eenzame opsluiting en uitsluiting van rechtsbijstand.

Deze met de nek aangekeken ruc is het protestantse bolwerk met in haar gelederen een eigen loge van de antikatholieke Orange Order, en politiemensen met militant loyalistische sympathieën. ruc-reservisten hebben door de jaren heen informatie gelekt naar de vijanden van hun vijanden. Als het wettelijk bewijs tegen verdachte republikeinen niet rond te krijgen was, schrok de ruc er niet voor terug hen uit de weg te laten ruimen door protestantse paramilitairen.

Nog steeds intimideert de ruc advocaten die naar haar zin wat al te vaak de verdediging van nationalistische verdachten op zich nemen. En de ruc wordt er ook van verdacht oogluikend te hebben toegestaan dat twee advocaten door hun vijanden werden opgeblazen; de laatste, Rosemary Nelson, vorig jaar maart.

Maar er is ook een andere ruc. Dat is de politie voor Noord-Ierland zoals zij zichzelf graag ziet: handhaver van 'law and order' onder de moeilijkst denkbare omstandig heden. Verdediger van de democratische samenleving door dik en dun. Laatste bastion in de dertig jaar dat terroristen geprobeerd hebben de inrichting van dit stukje Brits territorium op het eiland Ierland naar hun hand te zetten. De 'thin blue line' tussen chaos en de wet. 'Wij zijn de enigen', zegt sergeant Billy Johnston uit de grond van zijn hart, 'die uiteindelijk het verschil maken: gaat dit land naar de kloten of niet.'

Met welke politieman je ook praat over de tweeslachtige aard van zijn korps, ze hebben meteen hun weerwoord klaar. Er

discrimineert hier niemand. Ze werken uitsluitend 'professioneel', waarmee ze 'onpartijdig' bedoelen. Ze gebruiken allemaal hetzelfde voorbeeld: 'Of ik nou een katholieke of een protestantse baksteen naar mijn kop gegooid krijg, voor mij is dat hetzelfde.'

Ik denk aan de keer dat ik de ruc opbelde om naar het aantal doden van dat jaar te informeren. De dienstdoende politieman vergat de telefoon af te dekken. 'Héé Brian, de doden', hoorde ik hem naar een collega roepen. 'Hoeveel oranjes en hoeveel groenen?' Formeel wordt er geen onderscheid gemaakt tussen het oranje van de protes-tantse loyalisten en het groen van de katholieke nationalisten. Voor de buitenwacht levert de politie uitsluitend 'onpartijdige dienstverlening'.

Katholieke 'Uncle Toms'

Ik denk ook aan de vrouwen in katholieke arbeiderswijken, die zich van de mannen in de Landrovers routineus de bejegening 'Fenian slut' (Ierse sloerie) moeten laten welgevallen. Mijn zegslieden kennen niet één politieman die die woorden over zijn lippen zou krijgen, 'een enkeling misschien'. En ze halen de schouders op of keren zich stuurs af als ik zeg dat in elke peiling een meerderheid van de katholieken, inclusief de middenklasse, de Noord-Ierse politie als partijdig ziet. Of dat de katholieken die in de ruc dienen - een schamele 8 procent - betiteld worden als 'Uncle Toms', uitslovers die extra hun best doen om te laten zien dat ze erbij horen. Hun antwoord is standaard: het is niet hún schuld dat katholieken geen dienst nemen in de ruc, maar de schuld van de ira die ze er met geweld van afhoudt. Het is de schuld van de katholieke leiders in kerk en politiek die zich niet openlijk met de politie durven identificeren uit angst hun achterban te verliezen. En de schuld van de politieke leiders van de ira, zoals Gerry Adams en Martin McGuinness, die weten hoe ze in het oog van de wereld de onderdrukte partij moeten spelen. 'Zij liggen mijlenver voor in de propagandaoorlog', zegt een ruc-man spijtig.

Juist hierom laat het ruc press office sinds kort de gewantrouwde media binnen, zij het aarzelend. Hoofdcommissaris Sir Ronnie Flanagan begrijpt dat de cultuur van geslotenheid slecht is voor het imago. Zijn korps, 16.000 man sterk, bevindt zich in staat van belegering. Niet alleen door de altijd aanwezige dreiging van nieuwe vijandelijkheden, vooral omdat de ruc zelf ter discussie staat. Haar traditionele beschermers, de Unionisten, kunnen haar niet langer afdoende beschermen nu in Londen Labour aan de macht is. Premier Blair, met zijn grote meerderheid in het parlement, hoeft zich niets aan te trekken van de dreigementen van de Trimbles en Paisleys. En dus heeft de ruc weinig effectieve beschermers, nu in het kader van 'het vredesproces' een commissie onder leiding van Chris Patten (de laatste Britse gouverneur van HongKong en huidig Europees commissaris) vorig jaar een algehele hervorming van de ruc heeft aanbevolen. De regering in Londen is van zins die door te voeren. Weg met de naam 'Royal Ulster Policeforce', weg met de eed aan Hare Majesteit, de Britse vlag en het ruc-wapen met kroon (voor de koning der Britten) en harp en wilde klaver (voor Ierland). Weg met de militaristische hiërarchie en de vele uren exerceren, maar ook weg met de onbeperkte 'operationele bevoegdheid' waarmee de hoofdcommissaris elk optreden van zijn korps kan rechtvaardigen. Weg met de Police Authority, die alleen in naam toezicht op de politie uitoefent en haar rooskleurige bevindingen met tegenzin openbaar maakt. Weg met de interne afhandeling van klachten over politieoptreden die altijd leiden tot de conclusie 'klacht ongegrond' of 'niet te bewijzen'. Patten vindt dat de organisatie doorzichtig moet worden, publiek verantwoording moet afleggen en doordrongen moet raken van het haar onbekende begrip mensenrechten. En binnen tien jaar moet 30 procent van de nieuwe Northern Ireland Police Service uit katholieken bestaan.

De reacties waren voorspelbaar. Was dit de dank voor de inzet van een politiemacht die er alles aan had gedaan om te voorkomen dat de provincie in chaos zou wegzinken? En die daarvoor met lijf en ledematen van haar eigen mensen had betaald? Zelfs het George Cross, een prestigieuze onderscheiding voor dapperheid die onlangs door koningin Elisabeth zelf aan de ruc is verleend, zien de politiemensen nu als niet meer dan een zoethoudertje. 'Het korps is totaal gedemoraliseerd', zegt een insider. 'Het is verraad', beet David Trimble, de kersverse premier van het nieuwe bestuur van Noord-Ierland, Tony Blair toe.

Op slag dood

Iona Mayer is de weduwe van Gary Mayer. Ergens in een politiebureau in Belfast staat Gary's naam op een plaquette, met aan weerskanten een gordijntje en een plastic bloemstuk ervoor. Elk politiebureau in Noord-Ierland heeft zo'n monumentje:

302 politiemensen hebben in de afgelopen dertig jaar hun werk met hun leven moeten bekopen. Niet alleen door aanslagen van de ira: de eerste en de laatste politieman uit de reeks zijn door loyalistische hand om het leven gekomen. Want, zoals een vrouwelijke inspecteur zegt: 'Er zijn hier drie partijen: protestanten, katholieken en de politie. Wij staan overal tussenin.'

Gary Mayer was wijkagent. Vader van een dochter van zes en een zoon van twee. Een Engelsman, ex-militair, die in Noord-Ierland was gebleven omdat hij daar zijn vrouw ontmoette. Zij kwam uit een politiefamilie.

'Hij hield van zijn werk', zegt zij. 'En hij was hier gelukkig.'

Op 30 juni 1990 liepen Gary Mayer en

zijn collega Harold Beckett patrouille in het hart van Belfast, op nog geen honderd meter van hun bureau. Getuigen zagen twee mannen met bivakmutsen van achteren op hen afrennen. Ze hoorden vier, vijf schoten. Een van de daders greep zijn slachtoffer bij het oor vast om hem recht door het achterhoofd te kunnen schieten. De agenten waren vrijwel op slag dood. Iona Mayer zegt 'vrij zeker' te weten wie de daders waren. Maar harde bewijzen zijn er niet gevonden en de twee mannen lopen vrij rond, 'terwijl mijn zoon zijn vader moet missen'. Ze vindt dat beter te verdragen dan wanneer de moordenaars zouden hebben behoord tot de 250 paramilitairen die inmiddels dankzij het Goede-Vrijdag-Akkoord van 10 april 1998 voortijdig zijn vrijgelaten.

'Dat zou een klap in het gezicht van onze mannen zijn geweest. En zij zijn dood, dus wij moeten voor hen spreken. Er is geen politiemacht die zoveel heeft moeten incasseren als de onze en die toch elke keer weer is opgekrabbeld en zijn plicht heeft gedaan. Nu wil Chris Patten ze ook nog hun naam en hun symbolen afnemen. De laatste spijker in de doodskist - ons afpakken wat we koesteren, alleen om terroristen tevreden te stellen! Alsof mijn man niet uit naam van diezelfde ruc en die symbolen is gestorven.' Bij een phone-in-programma op de lokale radio hoor ik later een oudere man zeggen: 'Dat wapen staat op de grafsteen van mijn zoon gebeiteld.'

De lamme leidt de blinde

In het clubhuis van de politiesportclub - een en al lichtkleurig hout en smaakvolle meubilering - in een buitenwijk van Belfast zitten drie mannen op mij te wachten. Zij willen spreken namens de 4.000 politiemensen die in de afgelopen dertig jaar ernstig gewond zijn geraakt terwijl ze dienden onder het wapen van de ruc met kroon, harp en wilde klaver.

Mannen met sporttassen lopen in en uit. Het restaurant biedt uitzicht op de golfbaan. Sam Malcolmson (54) heeft een paar minuten nodig om zich op zijn kunstbeen omhoog te hijsen. Charlie McConaghy (71) steekt hoffelijk zijn hand uit in de richting van mijn stem: hij is blind. Nigel Lochart (43) zegt niet veel. Hij is bij een aanslag met een landmijn, achttien jaar geleden, halfzijdig verlamd geraakt en dat heeft zijn geheugen, zijn spraakvermogen en zijn motoriek aangetast. De lamme leidt de blinde. 'Charlie, twee treden naar beneden.'

Wie in Noord-Ierland bij de politie gaat, lijft niet alleen noodgedwongen zijn hele familie in, hij wordt zelf ook deel van 'zoiets als een politiefamilie'.Maar voor invalide politiemannen gaat het familiegevoel er snel af. De ruc is niet goed in nazorg. In het begin komen de collega's van het eigen bureau nog wel eens op ziekenbezoek, maar met het verstrijken van de tijd hebben zieke en bezoeker elkaar steeds minder te vertellen. Mannen als Sam, Charlie en Nigel kennen alle vormen van eenzaamheid. Ze durven niet te zeggen wat zwaarder weegt: de lichamelijke pijn of de zielepijn. En het gezin lijdt mee. Kinderen vinden hun vader een 'freak' met zijn kunstbeen en nemen geen vriendjes meer mee. Partners moeten zich aanpassen aan een veranderde persoonlijkheid en beklemmende omstandigheden. Sommigen gaan aan de drank, anderen sluiten zich op. Huwelijken gaan kapot. Voor individuele gevallen werd weinig of niets gedaan, totdat Sam en Charlie in 1983 de Association of Disabled Police Officers oprichtten. Behalve een gezelligheidsvereniging is de Associatie ook belangenbehartiger, die wil dat haar leden de status van oorlogsinvalide krijgen. 'Want voor ons was het oorlog.'

'Ik was bloody fit tot ze mij en mijn maat Albert opbliezen', zegt Sam. 'Ik had spierballen tot aan mijn oren, deed veel aan sport. In de zes maanden dat ik in het Royal Victoria Hospital verpleegd werd, ging mijn gewicht van 12 naar 6 stone (veertig kilo). Er kwamen collega's binnen die me niet herkenden.'

Sam's vriend Albert, die een long moest missen, dronk zich in de jaren na de aanslag bijna dood en schoot zich ten slotte een kogel door het hoofd. Zijn dochter heeft hem gevonden. Sam's grootste nachtmerrie is niet de aanslag, en ook niet het lot van Albert. Toen zijn moeder hem zo goed als opgegeven op de intensive care in het ziekenhuis zag liggen, stierf ze ter plekke aan een hartaanval. De dominee heeft het hem pas weken later verteld, toen de dokters dat verantwoord vonden. Volgens Sam hebben de mannen die de aanslag pleegden veel meer doden op hun geweten dan die waarvoor ze zijn veroordeeld. Waarom is een van hen vervroegd vrijgelaten, vraagt hij zich af. En hoe kan die man nu net over de grens met de Republiek in alle rust een winkeltje in sportartikelen drijven, zonder Sam en zijn familie ooit één teken van berouw te hebben getoond? Weet hij wel dat ze ook Sam's onschuldige moeder hebben doodgemaakt? Hebben ze daar spijt van, of lachten ze toen ze het hoorden?

ruc-pet of bivakmuts

En hij herhaalt de vraag van alle ruc-agenten: waarom moet de ruc inleveren, terwijl zij niets anders doet dan haar wordt opgedragen. Blazen zíj soms die auto's op, schieten zíj die mensen door de knieën? Is het schandelijker een ruc-pet te dragen dan een bivakmuts? Is de wereld gek geworden?

Toch zegt Sam's collega Charlie, een bescheiden man, tot mijn verrassing dat hij voor het Goede-Vrijdag-Akkoord heeft gestemd. Twee van zijn maten kwamen om bij de bomaanslag waarbij hij zijn gezichtsvermogen en een deel van zijn gehoor ver loor, maar toen hij zijn kruisje bij 'yes' liet zetten, dacht hij aan zijn kleinkinderen.

'De ruc was meer dan twintig jaar mijn leven en ik ben trots dat ik er deel van heb uitgemaakt. Ik had nooit gedacht dat ik zoiets zou zeggen, maar nu ben ik bitter: Tony Blair heeft me persoonlijk zijn garantie gegeven dat er geen paramilitairen zouden worden vrijgelaten voordat er wapens waren ingeleverd. Dat blijkt niet te kloppen. De ruc heeft zich altijd hersteld van de klappen die haar werden toegebracht. Maar nu? This government kicks us when we are down. And we have to grin and bear it.'

Sam vult aan: 'Ik ken mensen die letterlijk tegen mijn ex-collega's gezegd hebben: voor jou ligt een kogel klaar. En dat zijn dan de mensen die je nu in onze nieuwe regering moet opnemen. Of die straks in de buurtcommissies het politiebeleid moeten bepalen.'

Meer dan dertig bijeenkomsten zijn voorafgegaan aan het Patten-rapport. Tot verbijs tering van de commissie kwamen op elk van die hoorzittingen in de provincie honderden mensen opdagen om hun mening te geven. Mensen demonstreerden een zelden vertoonde bereidheid om hun pijn en verontwaardiging over aangedaan leed en onrecht te laten registreren. Zo kwam Jim McCabe, wonend bij de nationalistische Falls Road, nog eens vertellen hoe hij in zijn eentje drie kleine kinderen op moest voeden, sinds zijn vrouw Nora, na het boodschappen doen, met een rubberkogel van achteren in het hoofd was geschoten. In het Verenigd Koninkrijk heeft alleen de politie in Noord-Ierland rubberkogels in zijn arsenaal.

Nora McCabe stierf de volgende dag. Aanvankelijk hield de politie vol niet te hebben geschoten. Toen beweerde de politie dat er relschoppers in de straat liepen die een uitval wilden doen met benzinebommen. Toevallig bleek een Canadese televisieploeg de gebeurtenissen gefilmd te hebben. Op de beelden was te zien dat iemand vanuit een politieauto een lege en rustige zijstraat in vuurde. De gerechtelijk lijkschouwer concludeerde dat de ruc zich voor de dood van Nora McCabe te verantwoorden had. Maar het kwam nooit tot een strafrechtelijke vervolging. De hoogste verantwoordelijke politieofficier kreeg later promotie en een koninklijke onderscheiding. Jim McCabe wilde tegen de commissie wel kwijt dat hij geen vertrouwen kon hebben in een korps waarin de moordenaar van zijn vrouw nog steeds dienst deed.

Een onverwachte loftuiting

Bij mr. Paddy McGrory, de jonge advocaat aan de Andersonstownroad, wil de politiechauffeur me wel even afzetten. 'Da's een van de beteren.'

Het is een onverwachte loftuiting. McGrory kan in Noord-Ierse veiligheidskringen nauwelijks een populaire naam zijn. Tien jaar geleden verdedigde Paddy's vader in Gibraltar drie ira-leden die door de Britse sas werden doodgeschoten toen ze op missie waren. Ongewapend, naar later bleek.

Paddy McGrory vertegenwoordigt cliënten uit beide partijen. Zij kiezen hem, omdat ze hopen dat hij ze vrij zal krijgen. Maar omdat zijn kantoor nu eenmaal in een nationalistische wijk ligt en McGrory een goed-Ierse naam is, krijgt hij veel klanten die niets op hebben met de ruc. En de ruc niet met hen. McGrory vertelt dat hij alleen al de laatste twee weken drie keer een cliënt heeft gehad die door de ruc was opgepakt voor rijden onder invloed. De politiemensen op het bureau hadden beloofd de overtreding door de vingers te zien als zij politie-informant zouden worden. Een bekende tactiek, zegt Paddy McGrory. Hij vindt het verachtelijk.

'Het is ongeoorloofde pressie. Als ze instemmen kunnen ze niet meer terug, omdat dan het dreigement verandert in: we laten lekken dat je politie-informant bent. In dat geval is je doodvonnis getekend. Als ze nee zeggen, wordt dat ook onthouden. Jij ziet hier bij de ruc alleen het acceptabele gezicht van de Force, mensen als de wijkagent, die speciaal voor de functie zijn uitgezocht. Etalagepolitie noemde mijn vader dat.'

'De politie is hier net zo vijandig tegen ons, de advocatuur, als tegen de mensen die wij verdedigen. Wij zeggen: de cliënten kiezen ons, niet wij de cliënten. De irritatie van de politie blijkt vooral in de detentiecentra voor verdachten van terreurdaden. Zij mogen een week worden vastgehouden, in eenzame opsluiting en zonder enig contact met de buitenwereld. Wij mogen ze één uur zien, maar we mogen er niet bij zijn als de politie ze ondervraagt. Als je dan bij de ruc opdraaft, krijg je opmerkingen als: 'Waarom trek je je iets van die vent aan?' Of 'Hoor je soms bij zijn organisatie?' Ze vinden het onbegrijpelijk dat zulke verdachten het recht op verdediging hebben. Het dringt niet door dat rechtsbijstand iets anders is dan sympathie met de daden of de doelstellingen van een cliënt. Dat soort praat van politiemensen is gevaarlijk. Twee van mijn collega's hier zijn al vermoord. Na tien jaar wordt een van die moorden nu door een onafhankelijke buitenstaander onderzocht, en het ziet er niet goed uit voor de politie. Vast staat dat undercoveragenten van de moord op de hoogte waren en het hebben laten gebeuren, wie weet zelfs hebben aangemoedigd. En het lijkt erop dat Rosemary Nelson, die in mei 1999 in haar auto in Lurgan werd opgeblazen, ook is aangevallen met de zegen van de plaatselijke politie. Lurgan is erg sectarisch verdeeld, en Rosemary maakte er een gewoonte van ook publiekelijk op te komen voor de nationalistische gemeenschap. De politie had schoon genoeg van haar. Je zou denken dat dit een moderne Europese democratie is. Dat zulke dingen hier zomaar kunnen gebeuren is zeer, zeer zorgwekkend.'

Zo denken bijna alle juristenorganisaties in binnen- en buitenland erover, en ook de Verenigde Naties. Moties, aanbevelingen en dringende verzoeken zijn niet van de lucht. McGrory wil het de ruc niet aanwrijven dat ze, in de zeventig jaren dat ze de noordelijke staat verdedigde, altijd meer 'police force' dan 'police service' is gebleven. Noord-Ierland leeft immers, zegt hij, 'in een toestand van repressie'.

'Mensenrechten? We hébben hier helemaal geen mensenrechten. De regering in Londen heeft het jarenlang goedgevonden dat het hele begrip hier kon worden uitgehold. Hoe kun je van de politie verwachten dat ze iets van grondrechten begrijpt, zolang er hier instellingen als de detentiecentra bestaan? Geen wonder dat de politie denkt dat mensenrechten iets is wat Patten alleen maar heeft verzonnen om tegen hen te gebruiken. Zij geloven dat de politie mensen slecht moet behandelen, omdat je zo bekentenissen losweekt. Ik zweer je: de enige manier om de nationalistische gemeenschap het gevoel te geven dat de Noord-Ierse politie ook van hén is, is het hele korps onpartijdig maken. Het hele idee van 'defenders of the crown' moet verdwijnen.'

El Escorial in rode baksteen

Het is na Belfast bepaald een schok om in Lisburn in de onopvallende patrouille-auto van sergeant Jim McGrillen en agent Stevie Humphries te stappen. De deur slaat dicht zonder het zware geluid van de gepantserde variant, de vensters zijn niet van kogelvrij glas en de stoelen zijn niet de 'grafsteen'-versie: gepantserd met een ijzeren plaat in de rug, zodat motorrijders niet langer door de achterruit hun doelwit in de rug kunnen schieten.

Lisburn mag dan een politiebureau hebben dat er op zijn heuvel uitziet als een El Escorial in rode baksteen, het heeft - een bom bij de Victoriaanse Linen Hall daargelaten - geen reputatie van een oord met veel problemen met de openbare orde. Deze patrouille was bedoeld om een beeld te geven van normaal politiewerk, maar dat loopt uit op een flop. Jim McGrillen verontschuldigt zich zelfs. Na zes uur rondrijden is het opwindendste wat we hebben meegemaakt een bezoek aan een echtpaar waar met aardappels zes ruiten van een kasje zijn ingegooid. De sergeant hoort een uur lang hun verhaal aan en maakt een rapportje op. 'Wij reageren hier op alles', zegt McGrillen. 'Kat in de boom, auto voor de uitrit. Waar vind je zo'n service nog? Als de politie, zoals Patten wil, met duizenden moet worden ingekrompen, dan zullen we anders moeten gaan werken. Dat kan de gemeenschap hier nog wel eens vies tegenvallen.'

Als ik even alleen met Stevie in de auto zit, vraag ik hem of hij het vervelend vindt door vreemde journalisten op de vingers gekeken te worden. Hij haalt zijn schouders op. 'Het enige dat mij in het verkeerde keelgat schiet, is als je met je wapenuitrusting op de Lower Ormeau Road in Belfast staat en je wordt aangesproken en bekritiseerd door allerlei Amerikaanse 'waarnemers' van mensenrechtenorganisaties die in de eerste plaats door Sinn Feín hierheen zijn gehaald en in de tweede plaats menen dat ze recht van spreken hebben omdat hun grootvader ooit uit Ierland kwam. Dat soort mensen komt ons dan vertellen wat we verkeerd doen, en hoe het er in Belfast en Londonderry ‚cht aan toegaat. Neem me niet kwalijk: ik woon hier. Ik weet ook hoe het is, in Belfast ‚n in Londonderry. En ik weet het beter dan zij.' M

Reportage