Duistere tempels

Weinig inscripties en een architectuur zonder parallel. De interpretatie van de in Tell Ibrahim Awad gevonden tempel met fundamenten van verschillende bouwfasen vormt een probleem. Maar zeker is dat de vondst van de oudste tempel van Egypte van groot belang is.

Een Nederlands-Russisch opgravingsteam heeft in de oostelijke Nijldelta de oudste tempel van Egypte teruggevonden. De vindplaats staat bekend als Tell (ruïneheuvel) Ibrahim Awad en werd in 1984 ontdekt tijdens een archeologische veldverkenning in de wijde omgeving van de stad Faqus. In campagnes van jaarlijks een aantal weken wordt hier sinds 1988 gegraven.

De eerst blootgelegde tempel dateert uit ongeveer 2000 v.Chr. Daaronder bleken zich de opeenvolgende fundamenten te bevinden van nog eens vier bouwfasen, met als oudste een heiligdom uit 3200 v.Chr. Zo'n ononderbroken tempelvolgorde is uniek, zegt drs. W.M. van Haarlem, conservator van het Amsterdamse Allard Pierson Museum en opgravingsleider. De sequentie strekt zich uit van het zogenoemde Middenrijk terug tot in de pre-dynastische periode. Wat ouderdom betreft heeft de onderste tempel slechts één gelijke in Egypte: die van het veel zuidelijker gelegen Hiërakonpolis (stad van de valk). Te Tell Ibrahim Awad echter verwachten de archeologen een nog oudere fase te vinden die mogelijk teruggaat tot 3400 v.Chr. Dat zou een absoluut record betekenen.

De vijf tempelfasen bleken opgetrokken met tichel of mudbrick, in de zon gedroogde blokken klei. Waarschijnlijk om de plek rein te houden werd, wanneer men een nieuwe tempel bouwde, de bestaande afgebroken tot op een of twee lagen tichels, en puin en vuil daarna zorgvuldig verwijderd.

Het belang van de vondst is evident, maar bij de interpretatie stuiten de archeologen op problemen. Van Haarlem: ``We zitten hier met pionierswerk want er is gewoon niets vergelijkbaars in heel Egypte aanwezig. En helaas hebben we ook weinig inscripties. Wat zegelafrollingen op klei die moeilijk te lezen zijn. Zeer fragmentarische resten van namen, farao-namen die natuurlijk net op het cruciale punt afgebroken zijn waardoor je ze niet kunt identificeren. Dat is een van de makkes van deze opgraving. Ook voor de architectuur bestaan er geen parallellen.''

Wel zijn er aanwijzingen voor de godheid die in de tempel werd vereerd, zegt Van Haarlem. `'Er zijn delen van een beeld teruggevonden. Kop en poten van een baviaan. Het geheel moet een halve meter groot zijn geweest en niet onmogelijk is dat het om de resten van het cultusbeeld gaat. Verder is bij de opgravingen typisch tempelaardewerk te voorschijn gekomen: kommen, plengvazen en offerstandaards. Negentig procent daarvan ligt in scherven, maar het aardewerk biedt een solide basis voor onze dateringen. Kommen en plengvazen zullen bestemd zijn geweest voor het offeren van water, melk en bier. De standaards voor andere offers, dieren bijvoorbeeld. Er kwamen botten van vooral schapen en geiten te voorschijn. Varkens at men wel maar die werden, net als vissen, vaak onrein geacht voor het brengen van offers. Voor het overige echter tasten we dus een beetje in het duister.''

De interpretatie van vondsten wordt er ook niet gemakkelijker op doordat de oudste tempelfase stamt uit een periode waarover in de egyptologie druk wordt gediscussieerd. Van Haarlem: ``Het is de conventie om de geschreven Egyptische geschiedenis te laten beginnen met wat het Narmer-palet heet, een leistenen plaat waar, op een van de zijden, farao Narmer zijn strijdknots heft boven een inwoner van de Nijldelta. Een mooi aangrijpingspunt want dan, 3000 v.Chr., is de eenwording van Boven- en Beneden-Egypte totstandgekomen en begint de eerste dynastie-telling. Maar dat beeld is de laatste jaren aan verandering onderhevig. We denken nu dat die eenwording eerder ligt, al is dat lastig te documenteren omdat er geen geschreven bronnen zijn.''

Verder terug in de tijd was Egypte, aldus Van Haarlem, verdeeld in zogeheten nomen of gouwen. Die duiken ook later nog op als administratieve eenheden. Deze nomen waren waarschijnlijk in oorsprong reële koninkrijkjes. Chiefdoms eigenlijk, maar er bestaat geen goed Nederlands woord voor. ``De ontwikkeling naar eerst twee, en later één koninkrijk werd gestuurd door een paar, elkaar versterkende factoren. De eerste was een bevolkingsconcentratie bij de Nijl in de prehistorie. Een deel van wat nu woestijn is, was ooit een savanne-achtig landschap als in Kenia. Het klimaat werd echter steeds droger waardoor de woestijn oprukte en mensen in een kleiner gebied bij elkaar drong. Hoe meer mensen je op een bepaald gebied bij elkaar hebt, hoe harder een zekere maatschappelijke ordening noodzakelijk is. In de tweede plaats: het beheer van een maatschappij die voor voedsel afhankelijk is van Nijloverstromingen, vereist een centraal gezag om afbakening van percelen, bevloeiingen, het graven van kanalen, sloten en greppels in goede banen te laten verlopen. Anders krijg je chaos en is er nooit een behoorlijk landbouwsysteem waarop men de voedselvoorziening kan baseren. En in derde plaats lag Egypte dan wel geïsoleerd maar beschikte het met de Nijl over makkelijke interne verbindingen. De eenwording werd uit Abydos ter hand genomen en zal met geweld zijn bewerkstelligd. Maar waarschijnlijk vroeger dan 3000 voor Christus.''

Van Haarlem denkt dat de oorsprong van de tempel van Tell Ibrahim Awad in een net iets latere fase dan de chiefdoms ligt, wanneer er al een tendens tot centralisatie is. ``Het aardewerk dat wij er hebben gevonden laat dan vervolgens zien dat op de politieke eenwording spoedig een culturele eenwording volgde. Het is goed vergelijkbaar met dat van de piramidentempels. Onze vondsten zijn daarom ook in dit verband belangrijk.''

En de verwachte, alleroudste tempel? Van Haarlem: ``Die laten we de komende campagne, van eind april tot begin juni, even links liggen. We gaan ons nu eerst concentreren op tien graven uit de eerste Tussenperiode en het Middenrijk die we vorig jaar hebben gelokaliseerd. Daarbij krijgen we ondersteuning van fysisch antropologen van de universiteit van Arkansas. Als we er dan later aan toekomen, denken we overigens niet veel van die allereerste tempel terug te vinden. We weten van rolzegelafdrukken wel hoe zo'n heiligdom er ongeveer moet hebben uitgezien. Ze werden gebouwd met hout en riet. Maar in de vochtige deltabodem zal daar niet veel van zijn overgebleven. We moeten het waarschijnlijk doen met bodemverkleuringen.''