De rivier als spons

De dijken zijn al verhoogd, maar het water stijgt nóg harder. Het kabinet presenteerde deze week een nu al omstreden plan voor `gecontroleerde overstroming' van de rivieren.

Er zal nog heel veel water door de Rijn moeten stromen voordat de ecoloog Wouter Helmer, pionier op het terrein van innoverend waterbeleid, werkelijk tevreden is. Zeker, hij is er verheugd over dat Rijkswaterstaat en de Haagse beleidsmakers eindelijk inzien dat de rivieren meer ruimte verdienen. Maar volgens Helmer, directeur van adviesbureau Stroming voor natuur- en landschapsontwikkeling, is het concept te statisch en te sterk op Nederland gericht.

,,Je moet kijken naar het hele stroomgebied van de rivieren, niet alleen in Nederland'', aldus de ecoloog. ,,De meest duurzame oplossing is om zo dicht mogelijk bij de plek waar de regen valt, maatregelen te nemen. Een druppel water die je in Zwitserland weet op te vangen, ontlast ook Duitsland en Nederland.''

De wateropvang die staatssecretaris De Vries voorstelt, bevalt hem matig. ,,Ze lozen het water gewoon in een soort bak naast de rivier. Dat is te statisch. Wij zouden liever zien dat de rivier zijn natuurlijke sponswerking terugkreeg.'' Alles is er volgens Helmer nu nog op gericht het water zo snel mogelijk weg te laten vloeien. ,,Je moet juist proberen het vast te houden. De natuurlijke speelruimte die beekjes en rivieren vroeger hadden, is geleidelijk aan verdwenen door allerlei kanalisaties en andere ingrepen. Hun bedding is daardoor steeds smaller geworden, waardoor het water snel wegspoelt. Als je die bedding meer ruimte biedt, keert vanzelf de natuurlijke begroeiing terug en gaat het gebied als een soort spons werken.''

Met vreugde ziet Helmer hoe een dergelijke aanpak in het uitgestrekte gebied De Gelderse Poort steeds meer vruchten afwerpt. Het gaat hier om het gebied in de driehoek tussen Kleef, Arnhem en Nijmegen waar de Rijn zich vertakt in Waal, Nederrijn en IJssel. Vooral in oude uiterwaarden die de afgelopen tien jaar van landbouwgebieden in natuurgebieden zijn veranderd, bijvoorbeeld de Millingerwaard, is de ontwikkeling veelbelovend. ,,Je ziet daar hoe de natuurlijke biotoop spontaan terugkeert, inclusief rivierduinen, kruidenrijke graslanden en zelfs ooibossen die in Nederland eigenlijk helemaal waren verdwenen. Veel plant- en diersoorten voelen zich ertoe aangetrokken. Zo zijn er weer zwarte populieren opgedoken en tref je er weer de kwartelkoning en de oeverloper aan.'' Dank zij de strategische ligging van de Gelderse Poort zijn de positieve effecten van zulke `nieuwe natuur' ook verder stroomafwaarts te bespeuren.

Gaat de opmars van water en natuur ten koste van de bijna zestien miljoen Nederlanders, die immers steeds meer ruimte voor zich opeisen? Welnee, zegt Helmer. Diezelfde mensen hebben immers steeds meer behoefte aan tochtjes naar de vrije natuur. In de Millingerwaard alleen al komen jaarlijks honderdduizend bezoekers, en dat is slechts een van de vijftien uiterwaarden in de Gelderse Poort die in natuurgebieden zijn herschapen. Weliswaar streeft bijna iedereen tegenwoordig naar een groot huis met een tuin, maar omdat de landbouw met steeds minder land toe kan, blijven er toch voldoende mogelijkheden voor `nieuwe natuur'. ,,Zo kun je de harmonie tussen mens en natuur weer enigszins herstellen.''