De Mamma van de Kassa

Aflevering 1: waarin de lezer kennismaakt met de Mamma van de Supermarkt, de mores achter de kassa en het oog voor mannelijk schoon.

Alice heeft net ingeklokt. Zeven minuten over negen op een maandagochtend en dat is eigenlijk alweer veel te laat, zegt ze schuldbewust. Maar de enorme Haagse supermarkt met haar labyrint van paden ligt er nog verlaten bij. Bedrijvigheid is er alleen op de broodafdeling, waar de bakkers met rekken vers brood zeulen. Een jonge moeder snijdt een van hen met haar kinderwagen vastberaden de pas af. Híer met dat brood, nu is het nog vers.

Alice kent alle vaste vroege vogels. De bouwvakkers, die verderop in de straat aan het werk zijn, komen dagelijks voor hun ontbijt: een pak melk en een zak witte kadetjes en gepast geld. 'De mensen hebben tegenwoordig zo'n haast, zo'n haast.' Ze vouwt haar handen voor zich en tuurt de lege winkelpaden af. 'Mevrouw Roos is laat vandaag.' De moeder met het warme brood is haar eerste klant. Jonglerend met uitpuilende boodschappenmand, kinderwagen, een huilende peuter en pin- en klantenkaart, kijkt ze Alice wanhopig aan. De jongste had al op de crèche moeten zijn en zijzelf op haar werk. Alice geeft haar een glimlach en knipoogt naar de mollige peuter die hikt van verdriet. Beiden lijken bij toverslag gekalmeerd.

'U wilt nooit koopzegels, dus dat is negentienvijftig.' Alice's kassataal kent geen accent. Zodra ze persoonlijker wordt duikt Surinaamse tongval op. 'U was er gisteren niet en ik was bezorgd, toch niet ziek geweest? De kleine jongen ook in orde? Doet hij het goed op school? Och zo fijn als de kinderen het goed doen ja. Laat die tas niet vallen, hij zit zo vol.' En dan weer accentloos: 'Tot morgen weer en een fijne dag nog'.

Dan opent ze breedlachend haar kassa lade. Vast assortiment: een doosje Purol, een nagelvijl en foto's van haar twee kleinzoons. 'Een bruine en een witte, wat wil je nog meer?', giechelt ze en slaat meteen een hand voor haar mond. Vier dagen per week schuiven zij met oma achter de kassa en soms komen de portretten even tevoorschijn als een vaste klant erom vraagt. 'Maar alléén tijdens het scannen en afrekenen', zegt Alice plots streng. 'Ik laat nooit iemand wachten, dat is onderdeel van mijn vak.'

Alice is de 'moeder van de supermarkt'. In de wandelpaden van de winkel heet ze 'Mams' en 'Moeder Lies' en als klanten haar dan vragen: 'Is dat dan een kind van je, zo'n witte?', zegt ze: 'Dat is mijn Konmarkind' en dan lacht ze luid.

Tijdens de lunchpauze in de kantine, aan de formicatafels en te midden van plastic planten en fotocollages van personeelsfeestjes, schuift Alice aan bij een groepje dat stilletjes boterhammen en gevulde koeken weghapt. Hier zitten alle culturen en subculturen van de grote stad. Achter de groene bedrijfskleding gaan weekendskaters, modieuze Marokkaanse meiden, fervente stappers en schuchtere, puberende jongens schuil. 'Buiten zijn we allemaal anders, maar binnen zijn we gelijk. Of je nu dik bent of dun, bruin of wit of jong of oud', verklaart Alice plechtig.

Als 'mams' aan tafel komt, leven de jonge collega's op. Geliefd gespreksonderwerp: de mannelijke klanten. De codes liggen al jaren vast. Staat aan kassa 19 een knappe klant, dan roepen de caissières tegen elkaar: 'Zeg ga je de 19de nog met me mee?' 'Ja graag' betekent 'Lekker ding'. Bij 'Ik kan niet' valt de heer in kwestie niet zo in de smaak. 'Die grapjes zijn een kíck. Zo heet dat toch?' zegt Alice.

Alice is met haar 57 jaar een van de oudste medewerkers in de enorme supermarkt waar ruim 400 man werken. Ze is niet alleen populair onder de klanten - die liever wat langer bij haar in de rij staan dan een andere kassa kiezen. Ook voor het personeel is ze een vertrouwenspersoon. Je kunt haar al je problemen voorleggen. Ze luistert. Of neemt als troost een lekker recept uit de Surinaamse keuken mee.

'Bij Alice heb ik zo'n echt moedergevoeletje', zegt Miranda, die zeven jaar lang achter de kassa zat en nu bij de drogisterij werkt. 'Toen we nog samen achter de kassa zaten, troostte ze me vaak. Mijn vriend is marinier en lang weg van huis. Alice telde dan samen met me de dagen af. Riep ze

's morgens bij binnenkomst: Meisje, nog 14 nachtjes slapen. En dat klonk dan opeens nog maar heel kort.' Alice lacht trots: 'In augustus gaat ze trouwen. Het is alsof het om mijn eigen dochter gaat.'

Volgende maand: Hoe Miranda's vriend terugkeert uit den vreemde. Zullen de voorbereidingen voor het huwelijk volgens plan verlopen?