Corruptie tot `in elke uithoek' van China

Morgen begint de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, het Chinese parlement. Een belangrijk thema is bestrijding van de corruptie.

Het Nationaal Volkscongres verbeeldt het democratisch gehalte van China. Het stemt over regeringsbeleid en neemt wetten aan. Maar binnen het parlement wordt amper gedebatteerd. Ruim zeventig procent van de gedelegeerden is lid van de communistische partij, en ruim voordat het voltallige college van bijna drieduizend leden plaatsneemt in de Grote Hal van het Volk, hebben de communistische leiders hun denkbeelden al kenbaar gemaakt. De gedeputeerden weten wat van hen wordt verwacht: ze stemmen zonder discussie en vrijwel eensgezind in met de voorstellen die de staatsraad, het Chinese kabinet, hun voorlegt.

Een bescheiden uitzondering op die regel betreft het programmapunt over de verloedering binnen de partij – het onverminderd voortbestaan van misbruik en corruptie onder het leidinggevende kader. Ondanks beloften van de regering in de afgelopen jaren om de corruptie aan te pakken, lijkt het verschijnsel onuitroeibaar in een maatschappij waar de staat zowel bestuurt als onderneemt. Berichten over functionarissen die zich op groteske wijze hebben vergrepen aan overheidsgelden zijn eerder regel dan uitzondering. Volgens Wei Jianxing, het hoofd van het `disciplinair' bureau van de partij, dat zich toelegt op de strijd tegen corruptie, zijn het afgelopen jaar 132.447 ambtenaren gestraft wegens machtsmisbruik en fraude – onder wie zeventien provinciale gouverneurs en vice-gouverneurs.

Over de falende aanpak van de corruptie willen de anders zo kritiekloze afgevaardigden nog wel eens van hun ontevredenheid blijk geven. Enkele jaren geleden zorgde de behandeling van het jaarverslag van de Chinese procureur-generaal voor opschudding toen bleek dat bijna eenderde van het parlement tegenstemde – een ongekende oppositie binnen de Chinese verhoudingen. Om dissident stemgedrag deze keer tegen te gaan, heeft de partijtop een ideologische campagne ontketend. Die moet het partijkader er niet alleen van doordringen dat zelfverrijking en machtsmisbruik zaken zijn die het land en de partij te gronde richten, maar moet de buitenwereld er ook van overtuigen dat de partijleiding ernst maakt met de strijd tegen corruptie.

Alle partijkaderleden zijn de afgelopen maanden onderworpen aan een uitgebreide test van zelfreflectie. Het is een methode die in haar primitieve opzet teruggrijpt naar de politieke rectificatiecampagnes van Mao Zedong, en die door de huisideologen van president Jiang Zemin is omschreven als de campagne van `de Drie onderstrepen' (sanjiang jiaoyu). Partijleden moeten zich meer richten op de studie van de partijleer, beter op de hoogte zijn van het politiek beleid en zich vooral voorbeeldig gedragen. Dan, aldus Jiang, zal de partij ,,de steun van het volk behouden en nooit worden verslagen''.

In de praktijk komt de campagne neer op eindeloze sessies van zelfkritiek – door degenen die zich eraan hebben moeten onderwerpen omschreven als verplichte nummertjes konghua of `holle praat'. Een journalist van het Volksdagblad, de spreekbuis van de partij, vertelt hoe op zijn redactie het afgelopen jaar wekelijks bijeenkomsten zijn gehouden, waarbij een ieder uitgebreid verslag heeft moeten doen van zijn of haar fouten of ideologische dwalingen. ,,Het is de bedoeling dat je kritisch bent over jezelf'', zegt de journalist, ,,anders zijn anderen het wel voor jou.'' Van collega's wordt verwacht dat zij kritiek op elkaar leveren, ,,maar je doet er goed aan je bij bepaalde mensen op de vlakte te houden, want je wordt onherroepelijk teruggepakt.'' Na afloop van de bijeenkomsten schrijven alle personeelsleden, bazen incluis, een zelfkritiek. Die kritieken worden klassikaal besproken alvorens wordt gestemd over de uitkomst: geslaagd of gezakt. ,,Vrijwel niemand slaagt de eerste keer'', zegt de journalist. Dat heeft ideologische en praktische redenen: ,,Je krijgt de kans je fouten te verbeteren, en belangrijker nog, als iedereen meteen zou slagen, is de campagne te snel afgelopen.''

Over het effect van de campagne zijn de meeste kaderleden eensluidend: niemand gelooft dat daarmee corruptie zal verdwijnen. ,,Het is een zuo-guo-chang'' zegt de journalist in een verwijzing naar een term uit de Peking-opera. Het begrip duidt een toneelbeweging aan waarbij één acteur een grote groep mensen verbeeldt: ,,Het drukt een hoop ambitie uit, maar in feite gaat het om niets.''

Medewerkers van het Instituut voor Marxisme-Leninisme, de grootste denktank van de regering, zijn het daar opmerkelijk genoeg mee eens. ,,Politiek onderricht is belangrijk, maar de `Drie-onderstrepen'-campagne is een sterk verouderde methode'', zegt directeur Fu Qingyuan. ,,De problemen die met de gedeeltelijke invoering van de kapitalistische markteconomie zijn ontstaan, zijn heel complex. Daar is geen ideologische campagne tegen opgewassen.'' ,,We hebben het venster naar het Westen wijd opengezet, zonder ons ideologisch te wapenen'', zegt Fu. ,,Daarmee hebben we ook een hoop ongedierte aangetrokken. Zolang de wet niet strikt wordt toegepast, kun je onderstrepen wat je wilt, maar het helpt je niets.''

Over democratisering als uitweg spreekt niemand. ,,Het probleem zit hem vooral in een leidinggevende partij die de rechtsorde niet weet af te dwingen omdat zij zelf het kwaad is. Corruptie grijpt als kanker om zich heen, tot in alle uithoeken van het partijsysteem'', zegt de journalist van het Volksdagblad. ,,Hoe kan een parlement, dat hoofdzakelijk bestaat uit gedelegeerden die lid zijn van een partij die zelf wordt geteisterd door corruptie, oplossingen bieden voor het corruptieprobleem?''