Chinese bijlen

Vuistbijlen van 800.000 jaar oud, gevonden in China, betekenen het einde van het idee dat de prehistorische mens uit Oost-Azië achterliep op die in Afrika en Europa. Het einde van de Movius-lijn.

OOST-AZIË spreekt weer een woordje mee, prehistorisch gezien. In het Bose-gebied in Zuid-China, in de vallei van de rivier Youjiang, zijn door Chinese en Amerikaanse archeologen vuistbijlen gevonden van het Acheulien-type, met een redelijk betrouwbare datering op een ouderdom van 800.000 jaar oud (Science, 3 maart). Tot nu toe werd aangenomen dat dit type, dat al 1,5 miljoen jaar geleden in Afrika werd ontwikkeld, pas ca. 200.000 jaar geleden in Oost-Azië verscheen. Het belangrijkste kenmerk van het Acheulien-type is dat de steen aan twee kanten werd aangescherpt (bifaciaal) tot een soort discusachtig voorwerp. Het type volgt op de oudste bekende stenen werktuigen, van het eenvoudiger Oldawaiaanse type waarvan de oudste 2,5 miljoen jaar oud zijn (uit Gona, Ethiopië). Pas ca. 50.000 jaar geleden werd het Acheulien-type opgevolgd door het Mousterien-type.

``Het is echt een spectaculaire vondst'', zegt de prehistoricus Marco Langbroek van de Universiteit Leiden over de stenen vuistbijlen uit Oost-Azië. Langbroek onderzoekt de verspreiding van Homo erectus over Europa en Azië. ``Ten eerste zijn het èchte Acheulien-bijlen. De schaarse en vaak nogal dubieuze vondsten uit Oost-Azië die tot nu toe voor Acheulien doorgingen, zijn toch wat ruwer en lomper dan de echte Acheulien-vondsten uit Afrika en Europa. En ten tweede: als de datering uit het Bose-gebied inderdaad klopt, gaat het hier om een van de oudste Acheulien-vondsten buiten Afrika en het Midden-Oosten ('Ubeidiya in Israel). Alle andere Acheulien-achtige vondsten uit Azië waren tot nu toe ondateerbaar of vrij laat: na 200.000 jaar geleden.'' Het oudste Acheulien-materiaal uit Europa is overigens 500.000 jaar oud (uit Boxgrove, Engeland). Langbroek legt direct een verband met Acheulien-vondsten in het Midden-Oosten, Pakistan en India uit dezelfde tijd. Hij denkt dat pas 800.000 jaar geleden Homo erectus West-Azië introk. Langbroek: ``Het spectaculaire nieuwe van Bose is dan ook dat die uitbreiding zich dus lijkt uit te strekken tot in Oost-Azië, iets wat tot dusverre niet echt werd aangenomen.''

marginale regio

Op grond van de (tot nu toe) magere vondsten uit Azië trok de Harvard-antropoloog Hallam Movius halverwege de vorige eeuw zelfs de zogenoemde `Movius-lijn' – die dus pas nu voor het eerst doorbroken wordt. Ten noorden en en ten oosten van de Movius-lijn (die Afrika, Europa en Zuidwest-Azië scheidt van Oost-Azië) bevond zich volgens Movius ``een marginale regio van culturele achterlijkheid'', die waarschijnlijk ook genetisch gescheiden was van de rest van de hominiden op de wereld. Dit oordeel was des te pijnlijker omdat voordien lange tijd werd gedacht dat de mens juist in Oost-Azië was ontstaan en daar ook zijn eerste `triomfen' had gevierd, met de Peking-mens en de Java-mens. Vooral door de vondsten van de Leakey's en anderen in Ethiopië en Kenia bestaat echter sinds de jaren zeventig de algemene overtuiging dat de mens in Afrika is ontstaan en zich van daaruit vanaf ca 1,8 miljoen jaar (of nog later) heeft verspreid over de rest van de wereld (de zogenoemde `eerste Out-of-Africa-theorie'; de tweede Out-of-Africa-theorie speelt veel later en gaat over de verspreiding van de moderne Homo Sapiens vanaf circa 100.000 jaar geleden).

Aziatische pogingen om het magere archeologische materiaal weg te redeneren met theorieën dat de Aziatische Homo erectus juist erg handig zou zijn geweest met (niet bewaard gebleven) bamboe werktuigen, vonden nooit veel wetenschappelijke aanhang. En de theorie dat in Azië gewoon te weinig geschikte stenen zouden zijn, werd nog niet zo lang geleden efficiënt en duidelijk weerlegd toen de Amerikaanse antropologe Kathy Schick op een congres in Peking een prachtige vuistbijl fabriceerde van een in de nabijheid opgepikte steen.

Het Chinees/Amerikaanse team, onder leiding van Richard Potts (Smithonian Instititute Washington) en Hou Yamei (Chinese Academie van Wetenschappen), heeft de bijna duizend Acheulien artefacten gevonden op een terras van de Youjiang-rivier, op een diepte van 20 tot 100 cm. Samen met de artefacten werden ook tektieten gevonden, glasachtige objecten die ontstaan bij een meteorietinslag. Deze tektieten zijn met behulp van Argon-isotopen 39 en 40 gedateerd op 803.000 jaar oud, met een marge van enkele duizenden jaren. Ze zijn ontstaan bij een zware meteorietinslag in Zuidoost-Azië, die rond deze tijd in een groot gebied dergelijke sporen heeft nagelaten. In de opgravingslaag werd ook houtskool aangetroffen: een aanwijzing voor de grote bosbranden die het gevolg moeten zijn geweest van de vernietigende inslag.

Eerder dateringen van prehistorische vondsten op basis van deze tektieten, onder meer in Vietnam, golden als onbetrouwbaar, omdat de lagen waarin de tektieten en de voorwerpen waren aangetroffen nogal waren omgewoeld. Berichten over de Bose-vondst, onder meer in het Chinese tijdschrift Acta Anthropologica Sinica, werden daarom tot nu toe niet erg vertrouwd. ``Maar in Science lees ik nu dat de vuistbijlen in een `zeer verse' toestand zijn, met scherpe vlakken'', zegt Marco Langbroek. ``Dat kan niet als de laag doorwoeld is. Die informatie maakt de datering een stuk betrouwbaarder, al ben ik pas helemaal overtuigd als ze ook die houtskool dateren op dezelfde tijd.''