Bulsink schept wedstrijdsfeer

Als vierjarige trad Isaac Albéniz reeds op in het Teatro Romeo in Barcelona. Men luisterde met achterdocht: zo jong, was hier geen bedrog in het spel? Achterdocht hoeft men niet te koesteren voor de optredens in de serie `Titaantjes' in het Rotterdamse theater Lantaarn. Hier zijn vier jonge componisten geprogrammeerd, die allen het stadium van wonderkind te boven zijn: de gemiddelde leeftijd is 16.

In november opende Joey Roukens de serie en gisteravond was het de beurt aan Wilbert Bulsink. Samen wonnen zij in 1998 het Prinses Christina Concours voor compositie. Roukens genoot het voorrecht uitgevoerd te worden door een uiterst doorgewinterd Nieuw Ensemble, dat in staat is zwakke plekken weg te spelen. De Holland Wind Players, hoe pittig en met welk een overgave men ook musiceert, lukt dit minder makkelijk. Bijna ben je geneigd te stellen: so what? Zo probeerde Willem Pijper zijn composities altijd uit op een matige piano, liever dan op een fraaie vleugel waarop alles al heel gauw mooi klinkt.

Roukens flirt met de lichte muze en laat invloeden van pop- en filmmuziek voorzien van een folkloristisch oosters sausje in zijn muziek doorklinken. Ook Bulsink kent zijn Pink Floyd en houdt het op folkloristisch aansprekende muziek, zoals blijkt uit zijn vertolking als pianist van Albéniz' El Albaicín, het openingsdeel van het derde boek uit de groots opgezette twaalfdelige cyclus Iberia.

Albéniz verkocht eens het copyright van een compositie voor vijftien pesetas, precies de prijs van een kaartje voor een stierengevecht. Ik moest hier aan denken omdat Bulsinks muziek in een stuiterend samenspel van solo-instrumenten en blazersgroepen vaak iets van een wedstrijdsfeer heeft: sportief en direct.

Bulsink houdt van eenvoud en duidelijkheid en plaatst Stravinsky's Octet voor blazers aan het begin van het programma als een beginselverklaring. Hij kan geconcentreerd zijn, maar ook on-stravinskyaans uitbundig in een beschrijvende muziek met titels als Mist en Water. Ook de recente Commentaren voor blazersensemble en pianosolo staat, als een soort muzikaal dagboek, bol van de buitenmuzikale verwijzingen met citaten van Strauss, Tsjaikovsky, Franck en Bach.

Op zijn best vind ik hem zoals in het begin van Noten om de Noten voor dezelfde bezetting, opgebouwd uit bewust schaars gehouden notenmateriaal. Een kort, brutaal motiefje stuitert van de fagot via de piccolo naar de tenorsax gevolgd door twee maten rust, alsof de scheidsrechter-dirigent ze tot de orde roept alvorens het spel weer mag worden hervat. Het slot, met een gewelddadig soort van F-side-achtig gezang, vind ik te gemakkelijk. Maar dat eerste deel is kostelijk, zo strak als het is opgebouwd, spits en spiritueel. Het herinnerde mij overigens meer aan Janacek dan aan Strawinsky, het is duidelijk dat Bulsink nog alle kanten op kan.

Concert. Holland Wind Players o.l.v. Jeroen Weierink. Werken van Bulsink, Stravinsky en Albéniz. Gehoord: 1/3, Lantaarn, Rotterdam.