Bouterse kan worden berecht

Vervolging in Nederland van de Surinaamse oud-legerleider Bouterse voor zijn rol bij de `decembermoorden' van 1982 is opportuun. Wel moet nog worden onderzocht of een Nederlandse rechter met een eventuele berechting kan en moet worden belast. Dat heeft het Amsterdamse gerechtshof gisteren bepaald. De uitspraak volgt in een beklag dat twee nabestaanden indienden na een beslissing om Bouterse juist niet te vervolgen.

Volgens het gerechtshof zijn er ,,ernstige verdenkingen'' dat Bouterse in de nacht van 8 op 9 december 1982 ,,een belangrijke rol'' heeft gespeeld bij de marteling en executie van vijftien tegenstanders van het toenmalige militaire bewind. De verdenking en bezwaren zijn naar het oordeel van het hof zo ernstig dat Bouterse voor een strafrechter ter verantwoording behoort te worden geroepen. Dat zou in beginsel in Suriname zelf moeten plaatshebben, maar omdat niet te verwachten valt dat Bouterse daar of elders in de wereld op afzienbare termijn zal worden vervolgd en berecht, noemt het hof Nederland ,,de meest aangewezen overheid'' om vervolging in te stellen. Daarbij zijn de argumenten meegewogen dat Nederland nauwe historische banden met Suriname heeft en zich hier een grote Surinaamse bevolkingsgroep bevindt. Eén van de 15 slachtoffers was Nederlander.

Er moet nog worden bekeken of de gepleegde delicten folteringen, oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid waren. Het hof gaat een deskundige inschakelen die, op grond van het volkenrechtelijk gewoonterecht, zal onderzoeken of een Nederlandse rechter de berechting ter hand kan nemen. Daarna valt op korte termijn een definitief besluit.

De nabestaanden die de procedure hadden aangespannen, reageren gematigd positief op het oordeel van het hof. R. Wijngaarde, broer van de vermoorde F. Wijngaarde, noemde het ,,een stap in de goede richting''. Wijngaarde, wiens broer Nederlander was, strijdt al jaren voor vervolging van Bouterse. Hij zegt optimistisch te zijn over het vervolg van de procedure. ,,Maar ik ben pas echt tevreden als het OM opdracht krijgt Bouterse te vervolgen.''

Eerder probeerden nabestaanden Bouterse in Nederland vervolgd te krijgen op basis van zijn vermeende Nederlanderschap tijdens de decembermoorden. Het gerechtshof stelde in zijn uitspraak van gisteren echter definitief vast dat ,,vrijwel zeker moet worden aangenomen'' dat Bouterse toentertijd de Nederlandse nationaliteit had verloren. Wijngaarde noemt dat oordeel nu niet relevant meer: ,,De uitspraak van het hof legt nadruk op foltering en dat feit ontstijgt de vraag over de nationaliteit van de daders. Dat is winst, vooral omdat foltering, in tegenstelling tot moord, niet verjaart.''

ACHTERGRONDpagina 2