boek@week

Een softboek weegt evenveel als een Statenbijbel, maar is veel minder stichtelijk. Integendeel: het veroorzaakt vooral godslastering. Het begint er al mee dat je een softboek niet gewoon kunt openslaan en je ogen en hersens de kost geven. Eerst moet je op zoek naar een stopcontact; dat maakt het onmogelijk om een in Nederland gekocht softboek te lezen in de rest van de wereld, omdat het micro-nationalisme dat onze planeet teistert ervoor zorgt dat elk land andere gaatjes in de muur heeft, waarop dan ook nog eens verschillende netspanningen staan. Vind je een passend stopcontact: wee je gebeente als de hond de stekker eruitloopt, want dan verdwijnen de bytes van je tekst in het elektronisch vagevuur. Vind je het niet, dan heb je op z'n hoogst vier of vijf uur te lezen. Tenzij je in een vliegtuig zit, want in die high tech gevangenis mag je geen softboeken lezen en moet je dus kromgesloten blijven zitten zonder soelaas. De Dominicaner beulen hadden het niet beter kunnen verzinnen.

Om een softboek te kunnen lezen moet je het voederen. De kast waarin je e-bibliotheek staat, is al minstens een dozijn maal grondig verbouwd. Eerst voor rollen ponsband (vijf- of achtgats), spoedig gevolgd door lange laden voor ponskaarten. Toen een hele wand met rekken voor haspels zo groot als autobanden, met halfduims magneetband. In die tijd woog het softboek ongeveer twee ton, maar dat weerhield de e-goeroes er niet van te voorspellen dat in het jaar 2000 niemand meer papieren boeken zou lezen. Diezelfde mensen voorspelden ons dat op 1 januari van dat jaar de wereld in vlammen ten onder zou gaan, vermoedelijk om de aandacht van hun eerdere voorspellingen af te leiden. Na de magneetband kwamen er achtereenvolgens een stuk of zeven verschillende vormen van floppy's, en nu is de aansluiting bij de mode compleet: ongeveer elk halfjaar verschijnt er een nieuw geniaal en onmisbaar opslagsysteem, zodat u uw collectie weer helemaal opnieuw moet aanschaffen.

De kwaliteit van het softboek bezorgt elke graficus de stuipen. Wie durft, moet eens een met zorg gedrukt boek naast een computerscherm houden. Dat scherm toont slechts 72 puntjes per duim (dpi). De Gutenberg-bijbel kun je met 600 dpi nog net drukken, voor een gravure van Doré heb je 900 dpi nodig, en een aquatint van Goya lukt nauwelijks onder de 1500. Dat komt neer op een kleinste detail van tweehonderdste millimeter, ofwel vierhonderd maal meer punten per pagina dan op het scherm. Wetenschap en techniek zijn zonder twijfel in staat om deze problemen op te lossen, ten koste van een gigantische inspanning. Maar het wezenlijke probleem is veel erger, namelijk het feit dat softboeken volkomen afhankelijk zijn van programma's, van software: de achilleshiel van het systeem.

Hoe erg die afhankelijkheid van programmatuur is, blijkt als je je verbeeldt dat papieren boeken net zo werken als softboeken. Ik stap naar mijn boekenkast, pas weer verbouwd, en pak een deeltje om te lezen. Ik sla het open, en daar verschijnt een reeks dartele letters en plaatjes die, begeleid door jengelende klanken, een rondedansje doen op het titelblad. Het is een reclame voor koffie, tampons en hondenbrokken, ingebouwd door de maker van het leesprogramma. Ik wacht lijdzaam totdat de heilsboodschappen zijn opgedonderd, en intussen begint mijn boek vlijtig, stiekem, en ongevraagd aan een buitenlandse Big Brother door te seinen wat ik verder in mijn boekenkast heb staan, wat ik wanneer heb gelezen, en aan wie ik wat heb uitgeleend.

Protesteren heeft geen zin, want de boekenmarkt is in handen van MacroSchoft, een quasi-monopolie onder leiding van de rijkste man ter wereld, William Doors. De naar hem vernoemde programma's besturen meer dan 90 procent van alle boeken ter wereld. De onbetrouwbaarheid van Doors' programma's is legendarisch. Berucht was Doors 3.1, dat per dag meer boeken vernietigde dan de Spaanse Inquisitie in een jaar. De opvolgers Doors 95 en Doors 98 gaven aan het woord `instabiel' zo'n pregnante betekenis, dat men in gekkenhuizen de patiënten niet meer zo durfde noemen. Het woord `schoftware' werd een begrip.

Eindelijk mag ik dan gaan lezen. Schrijven in de marge kan uiteraard niet, maar daar heb ik me bij neergelegd. Op bladzijde 102 blader ik even terug om iets na te slaan, maar het boek vertikt het om naar een pagina onder de 100 te gaan. Knarsetandend herinner ik mij, dat een collega me waarschuwde voor dit kleine gebrek van het leesprogramma: bij boeken die 411 bladzijden lang zijn, is het terugbladeren over een 100-grens onmogelijk. Dus als je op bladzijde 346 bent, is alles onder de 300 niet meer toegankelijk. Een bug heet dat, een kever, een boekenworm. Door deze grappige diertjes is de kans dat je een boek van meer dan 80 bladzijden in één ruk kunt uitlezen, zo goed als nul.

Ik plaats het boek terug in de kast en pak een ander. Ik zet me schrap voor de onvermijdelijke intro-reclame, maar ik hoor helemaal niets. Ik zie ook niets, althans niet wat ik verwachtte. In kruimelige letters zie ik staan: This document cannot be opened. Onder aan de bladzijde is een stukje papier geplakt waarop in klein kader Help staat. Ik vouw het papiertje omhoog, en lees daaronder de regel General Error, boven een kadertje met het woord Quit.

Ook dit boek zet ik dus terug, en pak de catalogus van de tentoonstelling Rembrandt Zelf. Maar alleen de tekst is leesbaar. Op de plaats van de illustraties is door het nieuwste OS, het operating system, de mededeling geplaatst: `Your JPEG Decoder is incompatible with Doors 2000, and has been deleted. Please consult your reseller for licensed MacroSchoft imaging plug-ins.'

Razend smijt ik het boek in een hoek, en zoek een van de oudste banden in mijn verzameling. Het deeltje is maar liefst vier jaar oud, en bevat geen plaatjes: dat zou toch wel leesbaar moeten zijn. En, wat een weldaad, geen reclame tussendoor! Maar d@ t@kst zi@t @r h@l@maal ni@t g@zond uit. Onderaan de bladzijde lees ik: Reserved character `e' replaced. In deze heerlijke nieuwe wereld ben ik eraan gewend geraakt dat er met boeken wordt geprutst. Oorspronkelijk kwam dat door programmatuur ten bate van ouders die de boeken van hun kinderen wilden ontdoen van drie-letterwoorden, en van verwijzingen naar andere vormen van godsdienst dan die door hen werd beleden. De aangetaste bladzijde bewijst dat wij zelfs niet langer baas zijn over ons eigen alfabet. Dit is het elektronische vervolg op de spellingscommissies van weleer, dat garandeert dat je per jaar een vijfde van je boekenverzameling kwijtraakt.

Wat te doen? In deze bijna-monopolie wereld zijn er nauwelijks alternatieven. Moet ik dan toch boeken gaan kopen bij Goudreinet Press? Hun boeken zijn een sensatie van vorm en een weldaad in het gebruik, en tegenwoordig ook niet duur meer, maar Goudreinet heeft slechts 10% van de markt. Sommige bibliofielen zijn overgegaan op een nieuw boekensysteem, gratis verkrijgbaar bij Paulux de OS-kabouter. Deze grappige gnoom, herkenbaar aan zijn rode vilthoed, is in de omgang ongeveer even betrouwbaar als de kobolden uit de sprookjes van Grimm. Soms aanwezig, dan weer in het niets opgelost. Soms behulpzaam, bij andere gelegenheden tegendraads op het sadistische af. Je kunt alleen maar met hem praten in een toverbrabbeltaaltje, dus dat is geen aantrekkelijk alternatief, behalve voor de echte liefhebbers van Lord of the Rings.

Zo zou het gaan in softboekenland, vanwege onze horigheid aan de besturingssystemen en aanverwante programma's. Gewoon lezen is niet meer mogelijk. Op myriaden manieren ben je ingeperkt, overgeleverd aan de zegeningen van de monopoliemarkt, en als klein wild voortgejaagd door de orakeltaal van de e-profeten. Wie via de e-media een mooi boek wil lezen, wordt door dikke muren van techno-troep gescheiden van zijn geliefde. In die muur zit maar een klein gaatje, dat nog niet is dichtgepleisterd door de schoftware. Wie e-boeken moet lezen onderhoudt een soort Pyramus en Thisbe-relatie met de literatuur.

Zal de Boekenweek het moeten afleggen tegen de Softboekenweek? Welnee. Alles wat met de combinatie e-streepje begint is voor 1 procent waarheid en voor 99 procent e-vangelie, zoals talloze e-commerces (het studiehuis incluis) binnen tien jaar zullen ervaren. Papier is een blijvertje, nu tot in eeuwigheid, amen. Je kunt het in je zak frommelen, lezen in de trein of tijdens een saaie vergadering doorgeven aan vrienden zonder gezeur over software. De dood van drukwerk is al honderden malen voorspeld, maar eeuwig sneuvelen de bossen. Kijk maar eens wat er gebeurt als iemand een interessant artikel op het Web ziet. Wat is het eerste dat men doet? Printen, natuurlijk! Als je Netscape op rantsoen zet krijg je misschien heibel, maar wie de printer uitzet riskeert zijn leven.