Annie Salomons 1

in deze krant van 26 februari beticht C.H.B. Boot mij ervan dat ik in mijn rubriek Oud-Rotterdam de schrijfster Annie Salomons woorden `in de pen leg' die zij niet heeft geschreven, en dat mijn citaat een pastiche is die haar onrecht aandoet. De heer of mevrouw Boot kan gerust zijn, wat dat betreft. In het boekje Toen en nu: herinneringen uit een lang leven (Den Haag: Bert Bakker/Daamen, 1961) begint Annie Salomons het hoofdstuk `Onze goede oude stad' aldus: `Jaren geleden heb ik eens in een artikel over Rotterdam geschreven, dat de liefde voor deze stad is als de liefde voor een lelijke vrouw. Wie eenmaal haar verborgen, speciale charmes heeft ontdekt, houdt feller van haar dan van een vrouw, die iedereen bekoorlijk vindt.'

Deze woorden heb ik letterlijk geciteerd.

Dat Annie Salomons zichzelf onrecht heeft aangedaan door in het kort samen te vatten wat zij eerder heeft geschreven en daarbij `een wereld van verschil' heeft gecreëerd, laat ik voor rekening van C.H.B. Boot. Iets meer zorgvuldigheid alvorens een beschuldigende vinger naar mij op te steken, zou hem of haar zeker hebben gesierd.