Zaligverklaringen na `calvinistische' moord

Paus Johannes Paulus II zal zondag dertig mensen zalig verklaren als martelaren voor het katholieke geloof. Zij werden in 1645 op beestachtige wijze vermoord in opdracht van Hollandse calvinisten.

De moorden zijn uitgevoerd in het noordoosten van Brazilie, toen Spanje en Portugal daar in een felle strijd verwikkeld waren met de Westindische Compagnie, die geld verdiende met de handel in slaven en suiker.

De Compagnie had dat gebied vijftien jaar eerder ingenomen. ,,De Hollandse calvinisten hadden daarbij een religieuze vervolging in gang gezet van de katholieken'', zegt monseigneur Francisco de Assis Pereira. Hij is in deze zaak de postulator, de man die de langdurige procedure van de zaligverklaring van begin tot einde heeft begeleid.

Het gaat om twee verschillende bloedbaden waarbij in totaal 150 mensen zijn omgekomen. Dat zij niet allemaal zalig worden verklaard, komt doordat slechts van dertig van hen de identiteit met zekerheid kon worden vastgesteld. De groep van dertig martelaren bestaat uit 27 Brazilianen, een Portugees, een Fransman en een Spanjaard.

,,De context is politiek en sociaal'', zegt De Assis. ,,Er was voortdurende strijd tussen de Portugezen en de Brazilianen, die daar al geruime tijd woonden, en de Hollanders die dat gebied hadden bezet. Maar de massamoorden hebben een religieuze reden.''

In het stadje Cunhaú werden op 16 juli zeventig mensen in een kerk vermoord tijdens een mis. ,,Ze waren niet gewapend, het waren geen soldaten, maar eenvoudige boeren die op zondag naar de mis gingen'', zegt De Assis. Een paar weken later, op 3 oktober, werd een tachtigtal katholieken uit de stad Natal met een boot naar een plaats twintig kilometer erbuiten gebracht. ,,Er was een fanatieke calvinistische dominee die van hen eisten dat ze zich zouden bekeren tot het calvinisme'', vertelt De Assis. ,,Toen ze dat weigerden, werden ze allemaal vermoord.''

De bloedbaden waren bijzonder wreed. Sommigen slachtoffers zijn eerst gemarteld en verminkt, bij anderen werd het hart eruit getrokken. De moorden zijn uitgevoerd door inheemse Indianen, maar die werden volgens De Assis uitgebuit en als speelbal gebruikt, zoals de Portugese koloniale machthebbers dat ook deden. ,,Deze bloedbaden zijn uitgevoerd in opdracht van de Hollandse machthebbers en met medewerking van Hollandse soldaten'', zegt De Assis.

Hij vertelt dat hij ook onderzoek heeft gedaan in Nederlandse archieven, en dat daar de episodes worden afgedaan als incidenten in een situatie van oorlog. De Assis verwacht niet dat de zaligverklaring zal leiden tot haatgevoelens jegens Nederland. ,,Het blijft een bevriend land, dat veel missionarissen heeft gezonden. Wij begrijpen dat het een historisch moment is geweest, verbonden aan een bepaald klimaat van koloniale oorlogen en godsdienststrijd. Het hadden ook mensen uit een ander land geweest kunnen zijn.''

Hij onderstreept dat de eerste vijftien jaren van Hollandse bestuur in het noordoosten van Brazilie overwegend positief zijn geweest. Het gebied werd toen bestuurd door Johan Maurits van Nassau: ,,een humane figuur en goed bestuurder'', zegt De Assis. ,,Maar hij vertrok in 1644 en toen begonnen de problemen. Maurits werd opgevolgd door een driemanschap dat alleen maar oog had voor geld.'' In 1654 werden de Hollanders definitief verdreven uit het noordoosten van Brazilië.

De zaligverklaring is volgens De Assis een belangrijk moment voor de Braziliaanse kerk. Hoewel nergens anders zoveel katholieken wonen, zijn er geen Braziliaanse heiligen en zijn er eerder slechts drie mensen zalig verklaard, onder wie twee buitenlandse missionarissen.