Verdrinken in blauwe ogen

Nederlandse popgroepen als Volumia!, De Kast en Bløf verkopen honderdduizenden platen. Gretig benadrukken de muzikanten hoe gewoon ze zijn

De rollen lijken voor het eerst omgedraaid. In Engeland klagen de liefhebbers dat er geen echte popsterren meer zijn, in Nederland staat er iedere week een op. Het heeft dan wel veertig jaar geduurd voordat hier iets als een eigen popcultuur ontstond, maar dat was stilte voor de storm. De afgelopen jaren liep het aandeel van de Nederlandse producten in de hitparades gestaag op. Terwijl buitenlandse bands steeds minder intensief door het land touren, staat de vaderlandse concertbezoeker tevreden bij optredens van vaderlandse bands.

Lange tijd werd er gedacht dat Nederlands en Nederlandstalig niet geschikt waren voor popmuziek. Tegenwoordig is het bijna een garantie voor succes. Wie niet Nederlandstalig zingt, kan zich zorgen gaan maken. Het verkeer rond Arnhem lag plat toen De Kast daar optrad in het Gelredome, de tournee van Marco Borsato (dertig optredens tot begin mei) was uitverkocht voor hij begonnen was. Al weken staat Abel op nummer één met het liedje Onderweg. Het nieuwe van dit soort groepen is dat ze een bandje zijn, èn in het Nederlands zingen. Het is Nederlandstalige popmuziek, geen genremuziek zoals de smartlap of de carnavalskraker. Tot eind jaren tachtig waren het alleen Peter Koelewijn, Normaal en Doe Maar die met hun versie van het Nederlands iets rock'n'roll-achtigs wisten te bereiken.

Maar via Tröckener Kecks, The Scene en De Dijk – al een jaar of vijftien populair –, is er inmiddels een hausse van Nederlandstalige popbands. Het is of iemand tegen de bol van een paardebloem heeft geblazen en alle zaadjes tegelijkertijd zijn opgekomen. Van Friesland (De Kast) tot Zeeland (Bløf), van Limburg (Volumia!) tot Groningen (IsOokSchitterend), overal bloeit de Nederpop.

Hun nummers zijn goed verstaanbaar, en dat komt niet alleen door onze eigen taal. Nu het Nederlands als poptaal is ontdekt willen de zangers (zangeressen houden zich nog altijd liever bij Engels) het weten ook. Waar Thé Lau (The Scene) nog wel eens mompelt en Rick de Leeuw (Tröckener Kecks) een beetje raspt, zingt de nieuwe lichting zangers met de dictie van een welwillende onderwijzer. Dit zijn goed gearticuleerde getuigenissen van het Nederlands-zijn.

Sjouwen

En Nederlander zijn betekent vóór alles gewoon blijven. Je kunt je afvragen of de Nederlandse popsterren wel sterren willen zijn. Ze verkopen historisch veel cd's en kunnen baden in aanbidding, maar ze presenteren zich als de populaire zoon van de melkboer die met kratten loopt te sjouwen. Want dat doet Marco Borsato in de videoclip van Binnen; hij zeult met geluidsapparatuur. Alsof de man die met iedere nieuwe plaat de eerste plaats van de hitparade haalt zich geen roadie kan veroorloven. De zangers bezingen hun alledaags zijn; ze staan in de file, liggen graag op hun rug in het gras of ze hebben liefdesperikelen.

Ook de muziek is braaf. Het is onschuldige rock met de zang op de voorgrond en de instrumentaties op het tweede plan, waar ze bescheiden mee jubelen. De violen, meisjeskoren en gesmeerde discodrums vormen samen melodieën die als warme boter je oor in lopen. Merkwaardig genoeg passen de groepen alle binnen dezelfde stijl, met IsOokSchitterend en Bløf aan de ruigere kant van het spectrum, en Volumia! en De Kast aan het gepolijste uiteinde. Het zijn slechts nuances in klank en balans waarmee de bands zich van elkaar onderscheiden.

De teksten zijn belangrijk – dat mag je concluderen uit het feit dat ze zo goed verstaanbaar worden gezongen. Ook daar is eensgezindheid, in onderwerpkeuze en stijl. Zo blijkt het klimaat voor veel tekstschrijvers een betrouwbare inspiratiebron. Eindeloos veel wolken in verschillende verschijningsvormen, stralende luchten, stromende regen, allemaal figureren ze als sfeerbepaler in de liedjes. Abel zingt: `Straten lijken te huilen/ Wolken lijken te vluchten' (in Onderweg). Bløf: `Je buien zijn de wolken/ aan mijn hemelsblauw humeur' (in Harder Dan Ik Hebben Kan). `Felle gele zon, zwoele warme wind/ Ik heb zoveel te geven als het kwik weer stijgt' (Volumia! in Ik Lach Weer Als De Zomer Begint).

Nederlandse liedjeszangers liggen graag aan het strand, met zand tussen hun tenen. Maar nog liever `verdrinken ze in het blauw'. Dat bezingen Xander de Buisonjé van Volumia! en Joris Rasenberg van Abel op hun nieuwste cd's allebei. Rasenberg: `Ik houd me vast aan wat los zit in mij/ Je ogen zo blauw als de zee/ laat me verdrinken voor even' (Als Ik Je Zie); De Buisonjé: `In de blauwe zee van/ jouw ogen verdrink ik/ steeds weer'.

Viva

Nederlandse zangers zijn getraind door de tijdschriften Viva en Opzij. De liefde is hun belangrijkste onderwerp, maar ze zijn vrouwvriendelijk, in contact met hun eigen vrouwelijkheid en steeds gevoelig. Syb van der Ploeg van De Kast zingt in Het Duister `Ik heb me kwetsbaar durven voelen/ al mijn reserves opgebruikt/ maar zelfs de schaduw van de leugen/ maakt meer kans'. Xander de Buisonjé in De Liefde Wint: `Het is niet dat ik je/ niet vertrouw of/ achterdochtig ben/ maar ik kan mezelf pas/ geven als ik jou wat/ beter ken'.

De zangers zweren bij herkenbaarheid. Hun liedjes hebben een Nederlandse maat en blijven binnen de Nederlandse grenzen. Als Syb van der Ploeg wil zwerven kan het gaan van `Terschelling tot Maastricht/ van `t oosten tot de kust' (in Alle Tijd). Toen Xander de Buisonjé iets schreef over de dood van een jeugdvriend had dat niet de recalcitrante toon van Oasis' Live Forever, maar werd het een berustend lied met de titel Hoe Lang Heb Ik Te Leven, en zinnen als `Er is geen kans dat ik/ het win/ van de verslagenheid' en `Ga door met leven als ik straks verdwijn/ We zullen in gedachten/ samen zijn'.

De band van De Buisonjé is na Borsato de populairste Nederlandstalige act van dit moment. Van Volumia!'s eerste cd uit 1998 werden 200.000 exemplaren verkocht en hun tweede cd, Wakker (1999) was bij verschijnen meteen goud. De Buisonjé - donker haar, bikkerende grijns - is uitgegroeid tot tieneridool. En jonger, want toen de groep onlangs in Paradiso een Hitkrant-award kreeg uitgereikt, stond de stoep vol wachtende ouders. Over Volumia! verscheen onlangs al een biografie, De Weg Naar Succes (Leon Verdonschot, Kosmos-Z&K Uitgevers).

In de biografie bespreekt De Buisonjé zijn ideeën over teksten. Eenvoud is een keuze, zegt hij. `Liedteksten hoeven niet verheven te zijn boven het alledaagse taalgebruik, zoals `kunstzinnige' types nog wel eens betogen.' Muziek is net televisie, vindt De Buisonjé: het hoeft niet altijd het Journaal te zijn. Voor het nummer Vrije Tijd van de eerste cd, baseerde hij zich op het beeld van 's avonds `lekker met een pijpje pils op schoot voor de buis'. ,,Dan kan ik wel heel moeilijk gaan doen, over dat het zakkie chips dat je voor de buis in je handen hebt azuurblauw moet zijn, maar dan is het dus niet meer herkenbaar voor iedereen en dat was nu juist het uitgangspunt.''

De Buisonjé kiest voor herkenbaarheid en begrijpelijkheid in zijn teksten, en zijn muziek. De Volumia!-melodieën en instrumentaties kenmerken zich door een onverzettelijk soort algemeenheid, die per strekkende meter wordt geleverd: waar de tekst ook over gaat, steeds is daar die doorstampende jubel. Dat is waarschijnlijk wat `Mien uit Sneek en Bep uit Coevorden', zoals De Buisonjé zijn doelgroep noemt, volgens hem wensen.

`Herkenbaarheid' is langzamerhand het sine qua non van de Nederpop geworden. De liedjesschrijver denkt dat dat is wat het publiek van ze wil; het publiek denkt dat dat is waar muziek om draait. Het publiek komt niet te weten dat er meer is dan het leven van alledag, omdat de liedjes daar geen melding van maken. Maar de beste popmuziek biedt juist een doorkijk naar een andere wereld. Die geeft zicht op andere mogelijkheden – die de luisteraar zelf niet hoeft uit te proberen, maar waar hij wel kennis van wil nemen. Bijvoorbeeld dat er zoiets is als een liederlijk bestaan – zoals we horen aan de drankstem van Tom Waits. Dat het leven ondraaglijk zwaar kan zijn, zoals bij Nirvana, of juist ondraaglijk licht, zoals bij Air. Dat er schoonheid is in verval (Nick Cave) en soms genoeg woede om het speeksel uit de boxen te laten spatten (Primal Scream).

Soapserie

Goede popmuziek verheft. Maar dat willen de meeste Nederlandse zangers niet. Ze hebben `gewoon' als hoogste goed. Hun muziek is daardoor weinig anders dan een soapserie. Het is de verbeelding van het alledaagse leven, en het is nooit erg als je een paar afleveringen mist; gebruiksgoed in plaats van een blik op een andere wereld.

Over de boy-next-door-kwaliteit van de nieuwe Nederlandse zangers zei Rick de Leeuw, voorman van Tröckener Kecks, onlangs in een interview: ,,De meeste zangers laten zichzelf samenvallen met hun hoofdpersoon. Daardoor krijg je: zanger = hoofdpersoon = een toffe gast. Als zanger en hoofdpersoon dezelfde zijn, kan het liedjespersonage zich nooit idioot gedragen of de kont tegen de krib gooien. Hij blijft de vriendelijke gozer.''

Daarom zijn de hoofpersonen in dit genre nooit schaamteloos, angstaanjagend of uitdagend. Er is een enkele uitzondering, en wel Abel uit Breda. Op hun debuut-cd De Stilte Voorbij staan teksten met verrassende wendingen. Zo opent de cd met het nummer 3 Dagen Zon, dat een variant lijkt op Steamy Windows van Tony Joe White. Joris Rasenberg wordt Don Juan: `Het is zeven uur 's ochtends midden in de nacht/ en we maken muziek tot de ramen beslaan/ het refrein heeft al tien keer het einde gehaald/ het kan niet lang meer duren/ nu we samen zijn voor even'.

Maar in andere Nederlandse muziekstijlen kan het gelukkig nog schaamtelozer, getuige de nieuwe single van de Nederrap-groep De Spookrijders, Ik Ben De Man waarop de rappers zichzelf hartstochtelijk aanprijzen: `Ik ben de man/ sinds de dag dat ik het levenslicht mocht aanschouwen/ (..) de mentale stripper/ de gal spuiter/ de show-sluiter/ de zakkenvuller/ de 20 cm luller'. Die uitdagende taal maakt De Spookrijders sterren. Want sterren zijn zelden gewone mensen.

De cd's van Volumia! zijn verschenen bij BMG, die van De Kast bij CNR, Blof bij EMI, IsOokSchitterend bij Dino, Abel bij PIAS.